Nieuwsbrief Nr. 69 - juni 2012

Natuurbegraafplaatsenons lid Leen Otte maakte een verslag van deze interessante voordracht.


Met de laatkomers erbij waren we met 22 personen om deze voordracht bij te wonen. Epitaaf, in de persoon van Pierre Brewee (de inleiding nam Anne-Mie Havermans voor haar rekening) bracht het eerste deel. Deel twee nam Martijn Van Groningen, afdelingschef begraafplaatsen, van Schoonselhof voor zijn rekening. Daarna was er tijd voor vraagstelling en discussie. Tot slot bracht de groep een bezoek aan ‘ons’ begraafbos. Tijdens de vraagstelling werd het duidelijk dat iedereen behalve Jacques en ik, er op uitnodiging was. Zo waren er mensen van Sint Niklaas, Roeselare, Mechelen, Putte, Eeklo, Gent en ik vergeet er nog wel enkele. Naast een manier om een publiek op te bouwen, was het duidelijk dat zij absoluut geen voeling hadden met Schoonselhof en haar begraafbos.
Deel 1:
Pierre Brewee heeft zich als lid van Epitaaf verdiept in natuurlijke manieren van begraven. Een begraafbos of natuurbegraafplaats dient gezien te worden als aanvulling op bestaande manieren van begraven. Het is een ecologische manier van dat begraven. Men gaat ervan uit dat stenen, foto’s, vazen en andere ornamenten vervuilend zijn. Aangezien het de bedoeling is om zo weinig mogelijk in te grijpen in de natuur mag het afgestorven lichaam van de mens daar geen uitzondering op zijn.
We brachten een virtueel bezoek aan twee ecologische begraafplaatsen, nl. Bergerbos in Nederland en Friedwald in Duitsland.
In Bergerbos heeft men een toegangsweg met een soort register in basaltsteen. Hierin worden per sterfjaar de namen van de personen die begraven werden, genoteerd. Er is een ontmoetingsruimte, een soort grafheuvel met 12 grote stenen. Men beschikt ook over een bezinningsruimte met houten banken. Omdat men in een natuurgebied is, maakt men ook plaats voor vogels en bijen. Het dient niet te verwonderen dat auto’s vervangen worden door paard en kar of door een stootkar om de kist van de afgestorvene naar zijn laatste rustplaats te brengen. Men gebruikt wel degelijk kisten, lijkwaden of urnen en men kan kiezen uit een familiegraf (2 personen boven elkaar begraven), een bosgraf (ook 2 boven elkaar) of een natuurgraf. Bij dit laatste kan men met 4 naast elkaar begraven worden. Voor urnen heeft men dezelfde mogelijkheden. Het gaat hier over een privéinitiatief en de directie beslist over het eventuele monument dat nabestaanden willen plaatsen. Men gebruikt vandaag een lijst met toegelaten herdenkingsteken.
In Friedwald ligt het begraafbos in een natuurgebied. De begraafplaats is een deel van het bos en men bevindt zich daar tussen wandelaars, fietsers en andere recreanten. Hier is het de bedoeling om een boom te kopen als men nog leeft. De boom is de concessie en wordt als dusdanig in een register ingeschreven. De uitgekozen boom krijgt een lint met een bepaald kleur. Een familieboom, waar men met 10 mensen bij kan begraven worden, krijgt een blauw lint. Een partnerboom is voor 2 personen en krijgt een rood lint. Men kan ook nog begraven worden bij een gemeenschapsboom. Hier is ook plaats voor 10 mensen, maar die kennen elkaar niet. Deze heeft een geel lint. Nog een mogelijkheid is een prachtboom; dat is een mooie gemeenschapsboom en kinderen jonger dan 3 jaar komen onder een sterrenboom. Uiteraard spreekt men hier over grote prijsverschillen bij aankoop. Er kan een metalen plaatje aan je boom komen, maar anoniem begraven worden kan ook.
In Friedwald in Zwitserland gaat men nog een stapje verder. Hier gebruikt men milieuvriendelijke verf om de boom te markeren en de as wordt verstrooid in een put tussen de wortels van de boom. Men leeft dus verder in de boom. Er worden geen urnen gebruikt.
 
Deel 2
Martijn Van Groningen gaf een beknopte uiteenzetting over hoe het op Schoonselhof gaat in het begraafbos. Sinds een jaar heeft met op Schoonselhof ook de mogelijkheid om in het begraafbos een laatste rustplaats te vinden. Al een geruime tijd wordt zo’n 75 procent van de afgestorvenen gecremeerd en men wou een bijkomende mogelijkheid aanbieden voor de eindbestemming van de as. Een aanzienlijk deel van de beuken in het bos blijkt ziek te zijn. Daardoor heeft men gekozen om voorlopig een stuk grond dat aansluit aan het bos als ‘begraafbos’ te gebruiken. Schoonselhof kreeg de Internationale Funeral Award vanwege het unieke en vernieuwende karakter voor haar begraafbos. Sindsdien zit deze manier van ter aarde bestellen in de lift. Het is een idee dat moet groeien bij het publiek en het zijn voornamelijk de begrafenisondernemers die het moeten promoten. De emoties van de nabestaanden, vlak na het overlijden van een familielid, spelen in het nadeel. Men is niet in staat om goed te luisteren naar alle mogelijkheden, waardoor zeker een aantal mensen achteraf zeggen dat ze een verkeerde keuze maakten. Het zijn begravingen in gewone lijn.  Het is de bedoeling dat er een concessie van 25 jaar aangekocht wordt om in het bos begraven te worden. Hier wordt men binnen een bepaalde zone begraven en is er geen boom als herkenningspunt. Er kan ook niet gereserveerd worden om bijvoorbeeld dicht bij elkaar begraven te worden. Men gebruikt composteerbare urnen en het is de bedoeling om in de toekomst een soort zuil te plaatsen, enerzijds als herkenningspunt en anderzijds als gedenkplek. Het bos is een natuurlijke omgeving, het vraagt geen onderhoud, maar evolueert mee met de seizoenen. Er zijn geen gedenkplaten of ornamenten toegelaten. In de toekomst wil men deze vorm van begraven ook gaan toepassen op andere Antwerpse begraafplaatsen.
 
Deel 3 – vraagstelling.
Men stelde een boel praktische vragen. Zo blijken de urnen gemaakt te zijn van aardappelzetmeel en ze vergaan na 3 tot 5 jaar. In iedere gemeente of stad blijkt men een andere formule te hebben. Zo zijn er strooiweiden die ook gebruikt worden als natuurbegraafplaats. Er zijn oude boomgaarden die deze functie kregen. Er bestaan foetusweiden, sterrenweiden en elfenbomen; allemaal voor jonge kinderen. Er zijn bossen waar men een boom kan aankopen, als herdenkingsplaats en dat men toch begraven wordt op de begraafplaats. Men kwam tot de conclusie dat er weinig nodig is om aan een begraafbos te beginnen. Om te eindigen benadrukte Pierre Brewee nog es dat het uitermate belangrijk is om duidelijke afspraken te maken over wat kan en zeker over wat niet kan. Martijn bracht nog dat er in Nederland een internetsite bestaat waar men zelf, zeer concreet kan plannen hoe men zijn eigen begrafenis en eindebestemming ziet. “Uitburgeren nu – bij een goed leven hoort een goede dood” is de plek voor meer informatie.
Afronding:
De groep bracht, na een algemene uiteenzetting van Anne-Mie Havermans en Martijn Van Groningen een bezoek aan het begraafbos van Schoonselhof. 
Door het publiek leek het soms meer op een studiedag dan op een programmadeel van de Week van de Begraafplaatsen. Ik had het gevoel dat we niet echt op ons plaats zaten. Niettegenstaande dat gegeven was het toch interessant om te vernemen dat er evenveel soorten begraafbossen zijn als gemeenten of steden. Het belang van goede afspraken bij de opstart lijkt mij onontbeerlijk.
 
Leen Otte
 
Foto’s: Jacques Buermans