Nieuwsbrief Nr. 69 - juni 2012

Voordracht: Schoonselhof komt naar u toe!ons lid Leen Otte maakte het verslag.


Een twaalftal mensen trotseerden de hitte om in de turnzaal van Dienstencentrum Portugezenhof een voordracht bij te wonen van Jacques Buermans. Naast onze voorzitter waren er nog drie ‘zerkjes’ die samen al een behoorlijk deel van het programma van de Week van de Begraafplaatsen bijwoonden. Het zijn Rina, Leo die hier voor de technische bijstand zorgde en ondergetekende.
Jacques startte stipt om twee uur in zijn ondertussen gekende en vlotte spreekstijl aan de spreekbeurt.
Hij bracht de inleiding: dat er begraven werd rond kerken tot 1784, nadien buiten de stadskern. Vanaf 1540 telde Schoonselhof een twintigtal eigenaars. Het was een ‘huis van plaisantie’ met Julius Moretus, de man van de boekdrukkunst, als laatste eigenaar. Hij sterft in 1911 zonder erfgenamen na te laten. Op 6 november 1911 koopt de stad Antwerpen, onder impuls van Frans Van Kuyck, schepen van schone kunsten, het 84 ha grote landgoed voor 806.799,10 frank plus 58.000 frank beschrijvingskosten. Sinds 1 september 1921 is het Schoonselhof een openbare begraafplaats.
Overbrengingen: Op Schoonselhof bevinden zich verschillende monumenten die ouder zijn dan de begraafplaats en overgebracht zijn van andere kerkhoven. Zo werden onder andere het grafmonument van Jozef Lies, die aanvankelijk begraven was in de ‘hondenhoek’ (ongewijde grond op de Stuyvenbergbegraafplaats), overgebracht was naar de Kielbegraafplaats in 1936 overgebracht naar Schoonselhof. Het beeld verkeert momenteel in een erbarmelijke toestand. Onze vzw Grafzerkje is begaan met een restauratieproject om het in zijn oorspronkelijke toestand te laten herstellen.
Het monument voor Jan Baptist Van Ryswyck, de vader van burgemeester Jan Van Ryswyck is ook overgebracht van Stuyvenbergbegraafplaats. Bij de overbrenging naar de Kielbegraafplaats was het in die mate beschadigd dat er aan Eugène De Plyn gevraagd werd om een bijna identiek monument te maken, maar deze keer in brons. Het stelt de maagd van Antwerpen voor.
De monumenten van Lodewijk Gerrits en Jacob Kets werden overgebracht van Sint Willebrorduskerkhof via de Kielbegraafplaats naar Schoonselhof.
In totaal werden 1306 grafmonumenten overgebracht op kosten van de nabestaanden. Als je in rekening brengt dat de monumenten steen per steen afgebroken werden, er op Schoonselhof een nieuwe grafkelder werd gemetst, elk lichaam overgebracht werd in een nieuwe kist en het monument terug steen per steen heropgebouwd werd, weet je dat dit alleen voor rijkere families van toepassing was. Enkele mooie voorbeelden van overgebrachte monumenten zijn: Eduard Pecher en Abraham Tolkowsky.
Naast de overbrengingen op kosten van de nabestaanden, werden er ook een 200 tal overgebracht op kosten van de stad. Bij zo’n overbrenging moest de directeur van de begraafplaats aanwezig zijn, samen met de politiecommissaris en de nabestaanden. De stoffelijke resten kregen hier ook een nieuwe kist en werden overgebracht naar Schoonselhof. Die overbrengingen gebeurden tussen 1936 en 1952. Voorbeelden hiervan zijn Peter Benoit; Hendrik Conscience en Paul van Ostaijen die al enkel keren verhuisde sinds zijn overlijden.
Aansluitend hieraan gaf Jacques een korte uitleg over het in peterschap nemen van een grafmonument; ook werden de mensen van Levanto vernoemd omdat zij veel goed werk leveren bij het herstel van verschillende grafmonumenten.
Op Schoonselhof gebeuren regelmatig diefstallen en vandalenstreken. Zo werd er een poging gedaan om de engel van het graf van Löwenthal te stelen en een beeld van het monument van Gerard Bertels. Met hulp van de arbeiders van de begraafplaats kwamen beide beelden terug op hun oorspronkelijke plaats. De bronzen deur van de grafkapel van Nicolopulo werd gestolen; het bronzen borstbeeld van Gustaaf Laroche verdween, net zoals het dodenmasker op het monument van Piet Janssens. Gelukkig werd dit laatste ondertussen teruggevonden in een van de vijvers van Schoonselhof. De loftrompet van het graf van Leopold De Wael verdween ook en werd ‘vervangen’ door enkele lege bierflesjes.
In een uitzonderlijk geval zijn de dieven niet zo kwaadwillig en brengen ze het gestolen goed zelf terug. Dit gebeurde met het beeld van het grafmonument van Schepens dat door de dief teruggebracht werd. Een marmeren portretmedaillon van het graf van Elza Rovies, bleek in de kelder van de dame die het herstelde te liggen.
Er volgde een woordje over restauraties. Hier vertelde Jacques kort hoe een monument tot stand kwam, door toedoen van een stadsbouwmeester die bepaalde waar de laatste rustplaats van de bekende overledene zou komen. Hierna werd een wedstrijd uitgeschreven waardoor zou bepaald worden wie een beeld mocht maken ter ere van de afgestorvene. Het graf van Theodoor Verstraete toont echter dat het niet altijd kwam tot een imposant grafmonument. Omdat het beeld voor zijn graf te groot was en het de aandacht zou wegnemen van het grafmonument van Hendrik Conscience, mocht het niet geplaatst worden. Er werd een voorstel aangenomen voor een laag monument met dekplaat, maar die dekplaat komt er niet. Dan er maar een plantenbak van maken, waarvan de bloemen niet meekwamen bij de overbrenging naar Schoonselhof. Uiteindelijk komt alles toch goed omdat Willy Cornelissens met zijn vzw het nodige deed om het te herstellen. De schrijffout in zijn naam wordt  weggewerkt, het graf wordt schoongemaakt en er komt beplanting. Het graf wordt heringehuldigd met een korte receptie.
Ook het graf van Maria ’s Heeren wordt in aanwezigheid van enkele schepenen heringehuldigd na grondig herstel door onze vzw. In dit kader dienen ook de monumenten voor Willem Simon Burger en Victor Driessens vermeld te worden. Voor deze laatste werden verschillende offertes ingediend, maar het werd uiteindelijk hersteld door Carlos Vanhecke van de firma Verstraete-Vanhecke en dit volledig gratis. Na de grondige en mooie herstelling van het grafmonument van Victor Driessens, kreeg de vzw een som geld die aangewend werd voor de herstelling van het graf van Pierre Bruno Bourla van de gelijknamige schouwburg. Uiteindelijk werden alle grafmonumenten op de twee eilandjes onder handen genomen en grondig hersteld.
Jacques vervolgde zijn voordracht met een uitleg over bruikleen en het verhaal van zijn eigen laatste rustplaats met de bloemen die kwamen en verdwenen. Hier werd ook het mooie verhaal van de laatste rustplaats voor Carlos Vanhecke uit de doeken gedaan.
Hij ging verder met de rampen uit de geschiedenis die met een monument herdacht worden op Schoonselhof. Zo was er de gebiedsuitbreiding van de Duitse bezetter, die later teniet gedaan werd. De slachtoffers van het algemeen stemrecht werden vernoemd en de ramp van Corvilain werd uit de doeken gedaan. Het verhaal van Maria ’s Heeren mocht hier ook niet ontbreken.
Een volgend item waren de verhalen over Maria Flament, Herman Van den Reeck; de drie kraaiende hanen en Edward Coremans.
Onze voorzitter gaf vervolgens een opsomming met uitleg over de symbolen die voorkomen op een begraafplaats en die zoveel mogelijk willen vertellen over de afgestorvene. Er werden vaak kosten, noch moeite gespaard om zoveel mogelijk te vertellen. Ook de symbolen van de andere culturen kwamen aan bod.
Eindigen deed Jacques met het overlopen van enkele vips die een laatste rustplaats hebben op Schoonselhof.
Ik wil afronden met te zeggen dat wij als vzw ongelooflijk verwend zijn met een gids als Jacques Buermans. De man is een geboren verteller; zijn publiek wordt steeds meegenomen in boeiende verhalen die op een aangename manier gebracht worden.
 
Leen Otte.
 
Foto’s: Rina Reniers