Nieuwsbrief Nr. 69 - juni 2012

Veel belangstelling voor de rondleiding van Jean Emile Driessenseindelijk 20 belangstellenden voor een rondleiding.


Eindelijk wat belangstelling voor een rondleiding op Schoonselhof. Jean Emile Driessens mocht zich gelukkig prijzen met 20 deelnemers. Na de gebruikelijke inleiding citeerde Jean Emile dichter Pol De Mont met zijn visie over de begraafplaats Schoonselhof “zij rusten daar zo genoeglijk dat ge daar zelf zoudt willen liggen”.
Bij Peter Benoit vertelde onze gids over de overbrenging van grafmonumenten van Kielbegraafplaats naar Schoonselhof. Hij wist zijn betoog te kruiden met een aantal anekdotes en hier vertelde hij dat bij de opvoering van de Rubenscantate in 1877 naar aanleiding van de driehonderdste geboortedag van de schilder het publiek tot driemaal toe vroeg om het beiaardlied uit de Rubenscantate te hernemen wat een journalist deed schrijven “wie wordt hier eigenlijk gevierd: Rubens of Benoit?”
Jean Emile stond stil bij het graf Lux waar hij aanhaalde dat het hier een prachtig voorbeeld van art nouveau betrof. Veel symboliek bij het grafmonument voor het algemeen stemrecht waarbij vijf slachtoffers te betreuren vielen. 
Camille Coquilhat, ontdekkingsreiziger. Op het grafmonument een medaillon met twee figuren. Jean Emile was niet zeker wie de twee figuren waren en stelde dat Staf Schoeters in zijn boek het had over Coquilhat en Stanley. Wanneer we nu Schoeters al als geloofwaardige bron gaan nemen zijn we goed bezig. Diezelfde Schoeters heeft het zelf over Adolphe Coquilhat.
Bij het graf Fasting stelde Jean Emile dat de boom vóór het prachtige beeld verwijderd werd en toonde hij ons een oude foto waar het monument op de Kielbegraafplaats stond, zonder boom. Blijkbaar valt het onze gids moeilijk om de naam Grafzerkje te vermelden wanneer het gaat over de talrijke monumenten die leden van onze vereniging opknapten. Voor alle duidelijkheid: ons lid Willy Cornelissens deed hier het nodige.
Na even stilgestaan te hebben bij de talrijke leden van de Duitse kolonie stonden we bij het grafmonument voor de familie Bracht. Hier wist Jean Emile te vertellen dat tijdens een gesprek met Edmond Pateet, eminent steenkapper, dit het duurste monument was dat zijn bedrijf ooit maakte.
Langs stadsingenieur Gustave Royers ging het naar het graf van Flor Mielants, stichter van Kindervreugd. Een tekst van diens zoon, de dichter Herwig Hensen, en een beeld van de hand van Remi Cornelissens sieren het graf.
Bij schilder Theodoor Verstraete vertelde onze gids dat het monument recent beplant werd. Klopt: alweer dankzij ons lid Willy Cornelissens. Bij het, hoe langer hoe meer verwaarloosde, grafmonument voor schilder Joseph Lies wist Jean Emile te vertellen dat twintig jaar geleden een gerenommeerd restaurateur zich inzette om het grafmonument hersteld te krijgen. Klopt: onze vzw Grafzerkje zet zich in om dit gerestaureerd te krijgen maar om subsidies te verkrijgen dient er overeengekomen te worden met Monumenten & Landschappen. Ik verzeker u dat er makkelijker dingen zijn dan overeen te komen met deze mensen.
Via Sheid, met een prachtig beeld van de Mechelse beeldhouwer Ernest Wijnants, gingen we naar de laatste rustplaats voor Max Elskamp, advocaat, dichter en stichter van het Volkskundemuseum wat, dixit onze gids, nu gesloten is en overgebracht werd naar de “mediatempel van schepen Heylen”. Baron Lheureux ligt hier “gelukkig” te zijn onder een prachtig, duur grafmonument. 
Voor het oprichten van een monument voor Hendrik Conscience werd een wedstrijd uitgeschreven. “De naam van de beeldhouwer, Frans Joris, staat onder de staart van het huisdier van de schrijver” zo wist Jean Emile ons te vertellen. Naast de man die zijn volk leerde lezen ligt Herman Van den Reeck die neergeschoten werd tijdens een betoging op de Antwerpse Grote Markt. Aan de overzijde ligt “nonkel Vic”, familie van onze Jean Emile Driessens, en zijn monument werd gerestaureerd. Oeps, weer vergeten te vermelden dat dit door toedoen van vzw Grafzerkje geschiedde. 
Naast “nonkel Vic” ligt dichter Julius De Geyter onder een prachtig beeld van Frans Joris. Burgemeester Leopold De Wael ligt onder een monument van liefst 30 ton. 
Op het ereperk stond Jean Emile stil bij Pol De Mont, dichter en ook leraar van schrijver Willem Elsschot. Die moet ooit gezegd hebben “dankzij Pol De Mont werd ik Flamingant”. Pot en Grijp waren twee socialisten die neergeschoten werden door leden van de Realistische Partij. Hun graf werd overgebracht naar het ereperk van de stad Antwerpen.
Bij Gaston Burssens citeerde Jean Emile één van de “69 poèmes pour Yvette”. Via burgemeester Frans Van Cauwelaert ging het naar burgemeester Camille Huysmans. Hier vertelde onze gids een mij nog onbekende anekdote. Een van zijn medewerkers vroeg ooit aan Huysmans “u bent toch socialist?” waarop deze repliceerde “ik niet maar mijn kiezers wel”. Bij Willem Elsschot zei Jean Emile dat diens laatste woorden, nadat hij getroffen voor door een beroerte en door  enkele mannen recht geholpen werd, “dank u wel, heren” waren. Op het graf van schepen Bernaerts een beeld van Lode Eyckermans met een verwijzing naar de gruwelen van de oorlog. Op het kunstenaarsereperk viel uiteraard het monument voor Julien Schoenaerts op. Via Filip Tas, vooraanstaand fotograaf, met een grafopschrift “de wandelaar die kijkt” eindigde onze rondleiding bij Gust Gils. Op diens graf “ik was een rusteloze geest. Dit is niet mijn laatste rustplaats maar mijn eerste”. Om eens over na te denken.
Jacques Buermans
 
Foto’s: Rina Reniers