Nieuwsbrief Nr. 69 - juni 2012

Dichtersrondleiding had op wat meer belangstelling gerekendslechts vier dapperen trotseerden de hitte.


Was het de zon? Was het het verlengde weekeinde? Was het een gebrek aan informatie via de media? Joost (misschien wel dichter Joost Van den Vondel) mag het weten maar slechts vier deelnemers trotseerden de hitte. Bijna waren wij, de dames van de academie van Hoboken en ik als gids, in de meerderheid maar toch net niet. Vier deelnemers: ik stel ze even aan u voor: een dame die echt interesse betoonde voor wat ondergetekende vertelde en hetgeen Sandra en Christine van de academie van Hoboken te berde brachten; de vriend van Sandra, een echt geïnteresseerde jongeman; Leo, lid van onze vzw Grafzerkje en al meermaals getuige van de gedichtenvoordragende dames, een fan dus; en een stadsgids. Misschien kent u dat soort niet? Wel dat zijn personen die constant nota’s nemen, alles overpennen wat de gids citeert, en geen bal geïnteresseerd zijn in hetgeen er aan gedichten voorgedragen wordt. Als ze maar genoeg stof hebben om dit te kunnen gebruiken in een of andere rondleiding. Misschien wel op de begraafplaats Schoonselhof? Alsof dit alles nog niet genoeg was werd onze Leo bereid gevonden om de nodige foto’s te nemen … met mijn toestel. Maar ook dit liet het afweten zodat slechts sporadisch een foto kon genomen worden. Afvoeren die handel dus. Voor de goede orde: niet Leo wel het fototoestel.
Onze “dichteressen” en ondergetekende hadden er zin in dus niet getreurd en op stap. Bij Jan Van Beers werd een eerste gedicht voorgedragen. Verrassing bij de “fanclub”! (Leo en ikzelf) De dames verrasten ons met nieuw dichtwerk. Na nog een gedicht voorgedragen te hebben bij Jan Baptist Van Ryswyck togen de dames naar het de laatste rustplaats voor diens broer Theodoor. Hier gaven de dames traditioneel het beste van zichzelf met het “Schiedammerlied”, een ode aan de jenever. Traditioneel wordt dan een fles jenever tevoorschijn getoverd. Nu had ik al opgemerkt dat de dames al enkele keren naar mij hadden gekeken, meer bepaald naar het ontbreken van mijn, o zo traditionele, rugzak waarin zich “de glazekens” bevonden. Meer paniek nog toen de dames na het laten weergalmen van “o la, o la kastelein, geef ons heden nog een klein” geen jeneverfles van achter het grafmonument zagen tevoorschijn komen. Ondergetekende mag toch ook eens de plezante uithangen: ik had de flessen elders weggestopt. Na dit leuke drankintermezzo (de dames zoeken nog altijd een aantal gedichten over eten en drinken om een volgende keer een “culinaire rondleiding” te kunnen organiseren) ging het naar Hendrik Conscience. Zijn recent knap opgekuist monument kon op bewonderende blikken rekenen en de dames declameerden een stukje uit diens “Loteling”. Vandaar trok het gezelschap naar het kunstenaarsereperk. Na Maurice Gilliams brachten de dames werk van August Snieders, een heel leuk verhaaltje maar wel ineens honderd jaar terug in de tijd. Ik vertelde wat over de symboliek bij het graf voor dichter Roger Van de Velde. Het graf van dichter Herman De Coninck ziet er niet hoe langer hoe verwaarloosder uit, een schandaal is het, en het “klimopoerwoud” op het graf van Nic Van Bruggen gaat dezelfde richting uit. Een nieuw en kort leuk gedichtje kregen we bij Gust Gils en bij Freddy De Vree. Bij de recente graven vind ik het grafmonument voor Jef Nys hoe langer hoe prachtiger. Vandaar naar het ereperk. 
“Dag mensen, dat 't wel ga...” lezen we op de grafsteen van Gerard Walschap en wat verder stonden we even stil bij dichter Pol De Mont. Bij Paul Van Ostaijen werd “Amarillis” voorgedragen en bij Willem Elsschot een prachtige “klaagzang van twee Gentse dames”, ik vind dit geweldig. Als finale werd een niet zo bekend gedicht gebracht bij het keurig, door onze leden, onderhouden grafmonument voor Alice Nahon.
Na afloop deden de handen van de vier deelnemers pijn. Die van de vriend van Sandra en van de geïnteresseerde dame van het klappen voor de prestaties van de dames van de academie van Hoboken onder leiding van Christine Ruttens. Leo had pijnlijke handen van het klooien aan mijn onwillig fototoestel en de stadsgids … van het overpennen van alle gekregen informatie.
Jacques Buermans
Foto’s: Leo Spiessens