Nieuwsbrief Nr. 69 - juni 2012

Militairen: geef acht voor de militaire ereperken!Anne Mie Havermans startte als eerste met een geslaagde rondleiding.


Zaterdagmiddag trotseerden 10 moedigen, waaronder drie leden van vzw Grafzerkje, de tropische hitte om de rondleiding over de militairen van Anne-Mie Havermans mee te maken. Anne-Mie, zo dacht ik eerst, had zich getooid met een camouflagehelm om in de gepaste sfeer te blijven; later bleek dat het een hoedje was om zich te beschermen tegen de zon.
 
La Havermans startte met een korte inleiding over de geschiedenis van de begraafplaats en dan toog het bonte gezelschap op pad. Eerste stop was Leon Boumans. Boumans was een van de leidinggevenden in de Witte Brigade. Op het graf, van de hand van Remi Cornelissens, vindt men het embleem van de Witte Brigade. Wat verder het familiegraf van Ciselet, geroemd om hun durf. De vier zonen werden allen piloot, twee van hen sneuvelden tijdens luchtgevechten in Wereldoorlog I, de twee anderen lieten later het leven in een vliegtuigongeval. Anne-Mie wees onze groep hier op het bestaan van peterschap: de mogelijkheid om een grafmonument te onderhouden. In dit geval waren dit de mensen van Hangar Flying, leden van onze vzw Grafzerkje die het monument opknapten en het onderhouden.
 
We passeerden het recent gerestaureerde perk E waar personen liggen die in bevolen dienst omkwamen. Hier konden we zien dat de renovatie van het perk nog niet volledig voltooid was want de graven van drie personen die ooit afgebroken werden en voor de Erfgoeddag een nieuw plakkaat kregen werden nu verder in orde gebracht zodat ze identiek zijn met de anderen graven van het perk. Knap werk van Levanto in opdracht van de stad Antwerpen.
Vandaar naar Bibo, Belgen die in buitenlandse opdracht zijn overleden. Hier was onzekerheid: volgens enkele deelnemers aan de rondleiding waren het “burgers in bevolen dienst overleden”.  Aan de krijgsbegraafplaats vertelde onze gids dat al in 1914, nog vóór de officiële ingebruikname van de begraafplaats Schoonselhof, een perk aangelegd is voor gesneuvelde soldaten. Op 29 augustus 1914 werd Otto Frocke, een Duits soldaat hier begraven. Perk 1 werd op bevel van de Duitse bezetter vergroot om alle Duitse gesneuvelden te kunnen ontvangen. Anne-Mie verwoordde dit heel mooi “hier deden ze aan gebiedsuitbreiding”. Na de Tweede Wereldoorlog werden de Duitse soldaten hier ontgraven en overgebracht naar Lommel, Vladslo en Langemark. Voornoemde “gebiedsuitbreiding” werd tenietgedaan want Anne-Mie toonde aan de hand van kaarten aan dat het driehoekig perk dat door de Duitsers “vergroot” werd tot een vierkant terug in zijn oorspronkelijke toestand omgevormd werd. We traden het eigenlijk perk binnen ter hoogte van het beeld “Solidariteit” van de hand van Ernest Denis. Voor dit monument stonden twee brandweermannen model. 
Wat verder wees Anne-Mie ons op een gedenkteken opgericht ter herinnering van het gemeentebestuur een waardig gedenkteken te zullen oprichten voor een aantal gefusilleerde soldaten. Misschien nog eens de hoogste tijd om het “gemeentebestuur” aan zijn belofte te herinneren, bijna 100 jaar na datum? Dan brachten we een bezoekje aan de enige Congolees die hier begraven werd: Bomjo. Onze gids Anne-Mie Havermans legde daar uit hoe de Britten met hun doden omgingen. Zij worden ter plaatse begraven dit in tegenstelling tot gesneuvelden van andere landen. De witstenen stèles in Portlandsteen dragen de naam, de leeftijd, de rang en de eenheid naast het embleem van het regiment of een nationaal symbool. Desgewenst kon de familie onderaan een opschrift laten plaatsen. De Franse gesneuvelden kregen een ereperk en een monument van de hand van architect Max Winders. Waar de Belgen begraven liggen werd een bezoek gebracht aan Jan Olieslagers. Hij was wielrenner, motorrijder, stuntpiloot en bekend als “Antwerpschen Duvel”. Op de krijgsbegraafplaats liggen ook zeven Portugezen die werden ingezet in het noorden van Frankrijk. Momenteel zijn er nog slechts zes graven, de zevende zerk was, volgens Anne-Mie, gebroken en werd voor herstelling weggebracht. Tot op heden: spoorloos? Naast één Roemeen liggen hier ook 13 Russische krijgsgevangenen die van ontbering omkwamen in de eerste wereldoorlog. De Russen waren de enigen die nog houten kruisjes hadden. Er werd niets aan gedaan omdat in ons land geen Russische ambassade was. Armand Lheureux, consul van Joegoslavië, kon deze aanblik niet verdragen en gaf opdracht tot het oprichten van arduinen stèles. 42 Italianen die sneuvelden tussen 1915 en 1918 liggen hier onder arduinen kruisjes. Vandaar trokken we naar de Britse begraafplaats. In de “shelter” toonde Anne-Mie ons dat er nog regelmatig nabestaanden op bezoek komen en dan het bezoekersboek invullen. We treffen hier ook de Stone of Remembrance, een ontwerp van Edwin Luytens, aan. 
Het Cross of Sacrifice, witte steen met bronzen zwaard, is een ontwerp van Reginald Blomfield, beiden waren zeer gerenommeerde architecten. Iets verder langs de enige Nederlander die tussen de Belgische militairen rust en langs de laatste rustplaats voor Marcel Louette, de nummer 1 van de Witte Brigade.
We kwamen voorbij de twee obelisken die in 1930 naar hier overgebracht werden. Oorspronkelijk stonden ze op het Sint Laurentiuskerkhof. De eerste obelisk herdenkt de gevallen Franse soldaten tijdens het beleg van de Antwerpse citadel in november-december van 1832. Het monument uit 1905 brengt hulde aan de Franse maarschalk Gérard die in 1832 België ter hulp kwam en de Hollandse bezetter van het Zuidkasteel generaal Chassé tot overgave dwong. Dankzij Anne-Mie waren we weer wat wijzer geworden want een aantal deelnemers dachten dat het beleg geduurd had tussen 1832 en 1905. Niet dus: het beleg was in 1832 en in 1905 waren de “patriottische” gevoelens zo groot dat gelden verzameld werden voor het oprichten van de obelisk. De tweede obelisk herdenkt de gekwetsten van de veldslag van Belfort in 1870-1871 die naar Antwerpse hospitalen werden overgebracht. Het monument bevat een hommage van de hand van Victor Hugo.
 
Eindigen deden we bij een perk voor weerstanders. Modeste van den Bogaert was weerstander.  “Mijnheer Modeste” zijn grootste verdienste was dat hij meer dan 50 jaar brouwerij De Coninck leidde. Na dik twee uur vijfenveertig minuten stonden we terug aan de ingang, veel wijzer dankzij Anne-Mie Havermans, en dankzij “mijnheer Modeste” konden we nog wat nakaarten bij een “bolleke. Schol.
Jacques Buermans
 
Foto’s: Leen Otte