Nieuwsbrief Nr. 61 - mei 2011

Parijs: Catacomben en Pantheonvoor “die hards” die wat extra’s willen bezoeken tijdens Parijse trip.


Voor de mensen die meegaan naar Parijs liggen de drie begraafplaatsen vast. De “die hards” zullen misschien nog wat extra willen doen vandaar enkele mogelijkheden.

Vlakbij de begraafplaats Montparnasse, bij metrostation Denfer-Rochereau, bevinden zich de catacomben. In het centrum van Parijs lag het “Cimetière des Innocents, vlakbij het tegenwoordige winkelcentrum “Les Halles”. Ten minste 2 miljoen lijken werden daar, tussen 1000 en 1780, begraven. In de tweede helft der 18de eeuw is de stank zo onverdraaglijk dat de overheid besluit het kerkhof te sluiten en de knekels naar elders over te brengen. In 1785 begint een 15 maanden durende opruimactie die de botten van 2 miljoen Parijzenaars naar de catacomben brengt. Na het opruimen van het “Cimetière des Innocents” volgens de resten  van alle andere kerkhoven uit de Parijse binnenstad, waarmee het aantal doden op 6 miljoen komt. Wanneer we de 90 treden naar de catacomben afdalen ontvangen we een “macaber welkom”. “Halt, Dit is het rijk van de dood” werd op bevel van Héricart de Thury, de inspecteur-generaal verantwoordelijk voor de overbrenging van de lijken, op de ingangspoort gebeiteld. Verder kan men nog andere lugubere spreuken lezen zoals “Heden ik, morgen gij” of nog “Stilte! gij stervelingen”. Alles werd met veel gevoel voor ornamentiek opgestapeld. Met schedels maakt men harten en vierkanten. Ellepijpen en bekkens worden tot symmetrische patronen verwerkt. De randen van de knokenverzameling wordt versierd met vingerkootjes. Soms staat de naam van de begraafplaats, van waar de knoken afkomstig zijn, genoteerd. De catacomben zijn, van dinsdag tot zondag, geopend tussen 10 en 16 uur.

Het Pantheon ligt bij het metrostation Cardinal Lemoine en is toegankelijk tussen 10 en 17.30 uur en is gevestigd in de kerk vernoemd naar de beschermheilige van Parijs: Sint Geneviève. In 1791 besluit men om de kerk te bestemmen tot begraafplaats van beroemde Franse burgers. de Mirabeau, die een leidende rol had in de eerste jaren van de Franse revolutie, wordt samen met de filosoof Voltaire bijgezet in het Pantheon. Een jaar later wordt zijn kist echter weer verwijderd, wanneer de antimonarchisten aan de macht komen en Mirabeau beschuldigen van samenzwering met koning Lodewijk XVI. In de daaropvolgende decennia zal de functie van het gebouw nog een aantal keer wisselen tussen kerk en begraafplaats. Keizer Napoleon laat hier, vanaf 1806, kerkdiensten houden; koning Louis-Philippe maakt van het gebouw, in 1830, weer een erebegraafplaats; Napoleon III laat het, in 1851, weer als godshuis gebruiken. In 1851 voert de natuurkundige Jean Foucault hier zijn beroemde slingerproef uit. In de koepel hangt hij een ijzeren kogel van 28 kilo aan een 67 meter lange staaldraad waarna hij de bol laat slingeren. Het slingervlak van de kogel verschuift naargelang de dag verloopt. Foucault bewijst hiermee dat de aarde om zijn as draait. Wanneer de beroemde schrijver Victor Hugo in 1885 sterft wordt bij wet besloten om het gebouw te bestemmen als Pantheon voor overleden beroemdheden. In de kerk treft men muurschilderingen aan die verschillende gebeurtenissen uit de Franse geschiedenis uitbeelden.

Onder aan de trap naar de crypte staan de standbeelden voor Voltaire en Rousseau. Hun praalgraven liggen tegenover mekaar wat tekenend is voor hun tegengestelde leefwerelden. In de crypte treffen we enkele, voor ons, bekende namen aan: Alexandre Dumas, schrijver van “De drie musketiers” en “De graaf van Monte Christo”. Bijgezet op 30 november 2002. Sedert 1994 liggen hier ook Pierre en Marie Currie. Victor Hugo, schrijver van “Les Miserables” en “Notre dame de Paris”. Emile Zola, schrijver van sociale romans zoals “Nana” en “Germinal”. Louis Braille die, zelf blind, het naar hem genoemde blindenschrift ontwierp.

Tekst en foto's : Jacques Buermans