Nieuwsbrief Nr. 61 - mei 2011

Tante Kato ging op reis en zag de gedenksteen van Erik Ejegodweer een nieuwe ontdekking van tante Kato.


Erik I van Denemarken * ca. 1060-1103 * Paphos, Cyprus

Eind februari een weekje Cyprus. Men mag alles verwachten: een lentezonnetje, een spatje regen, zelfs één ongelooflijke regenbui en een stevige wind die de wolken wegjaagt. Toch tien graden méér dan in België en een kleine 20°C doet goed aan de stramme winterse botten.

Ik wou op dat eiland het door het Cypriotische leger permanent bewaakte graf van Aartsbisschop Makarios (1913-1977) zien. Gewoon omdat ik als snotneus gefascineerd was door de man en omdat ik toen niet begreep dat je én bisschop én president kon zijn. Zoiets blijft hangen. Over de tombe van Makarios in de flank van het Troodosgebergte kon ik al direct een orthodox kruis trekken : in die bergen kan het sneeuwen, hagelen, vriezen. Komt ons bekend voor. De temperatuur, ligt er trouwens 10°C lager dan aan de kust en da’s ook een beetje “gelijk thuis”. In ieder geval, een huurauto was uitgesloten : de wintertoestand van de wegen met putten -kennen we ook- en Griekse opschriften en daarbovenop het Engelse systeem met een rechts stuur en links rijden ...  om te zwijgen van de letterlijk draaierigmakende rotondes. Een taxi dan ? Je betaalt je blauw. Nee, nee, het graf van Makarios, dat vraagt een hete zomerdag én de handigheid van een goed chauffeur. Voor wie de tombe ooit zag : ik ben geïnteresseerd in een foto.

Maar gelukkig struikelde ik bijna over de gedenksteen van de robuuste, avontuurlijke en brutale maar oh zo onbekende Erik Ejegod, die ik in gedachten “Erik de Noorman” noem.  Wilt u Erik Ejegod / Evergood / Immergoed / de Goede leren kennen ? Geboren rond 1060 in het Deense Slangerup, da’s een oord op het eiland Sjælland (Zeeland) in de Baltische Zee, ten oosten van het huidige Deense vasteland. Erik was een achter-achterkleinzoon van Harald Blåtand die ca. 960-965 het christendom naar Denemarken bracht en grote delen van Scandinavië verenigde. Zegt de naam Blåtand, Blauwtand u niets ? Dan wel Bluetooth.  Het (Zweedse) bedrijf Ericsson koos zijn naam Bluetooth en het overeenkomstige runeteken voor hun draadloze verbindingen.

Eriks vader koning Sweyn II (r. 1047-1074) werd opgevolgd door vier zonen. Het moet er een opvolgingsstrijd van jewelste geweest zijn. Eerst kwam de vredelievende Harald III (r. 1074-1080), die werd opgevolgd door Knud (Canute) IV (r. 1080-1086). Knud IV werd op 10 juli vermoord in Odense, waarna Olaf I Hunger (r. 1086-1095) de macht kreeg, maar die overleed op mysterieuze wijze. In 1095 werd de immens populaire Erik tot koning gekozen. Hij was getrouwd met Boedil, een zeer tolerante echtgenote. Dat moest ook wel : de beresterke vechtersbaas en het onklopbare feestvarken had een paar lieven bij wie hij zeker vier kinderen had. Dat was niet zò vreemd, Erik en zijn broers hadden ook allemaal een andere moeder.  Erik had een diepe afkeer voor heidenen, dieven en piraten. Die hebben allemaal geweten wie de baas was. Omdat hij een verering voor zijn broer Knud had, trok hij in 1098 naar Rome om er bij paus Urbanus II (1088-1099) de heiligverklaring van broerlief te bepleiten. Urbanus’ aandacht ging toen vooral naar de kruistocht tegen de heidenen die Jeruzalem ingepalmd hadden. Er wordt beweerd dat paus en koning elkaar in Bari, Zuid-Italië ontmoetten en dat Erik relieken van Sint Niklaas mee noordwaarts nam. Och, ze worden op méér dan dertig plekken bewaard. Waarom dan niet in Ejegods Slangerup ? Tenslotte wordt over die heilige man, die al lang geen heilige meer is, zoveel verteld. In ieder geval Knud werd door de opvolger van Urbanus, paus Paschalis II (1099-1118) heilig verklaard (1101) en staat nu bekend als Knud den Heilige.

Terug thuis had Erik een glazen smørrebrød te veel op -dat gebeurde wel meer- en een muzikant zong iets te luid naar zijn goesting. In volle ambras doodde Erik vier van zijn getrouwen. Om zijn ziel te zuiveren vertrok het koningspaar op pelgrimstocht naar het Heilig Land. Stel u voor : ‘t is 1102 en u reist van Denemarken over Rusland, Constantinopel en Cyprus naar Jeruzalem. De Deense televisie zou er een documentaire over moeten maken. De sterke veertiger werd ziek in Constantinopel en koppig als hij was, zeilde hij toch naar Cyprus. Daar, in Paphos op 10 juli 1103, de verjaardag van de sterfdatum van zijn heilige broer, blies hij zijn laatste adem uit. Boedil liet haar teergeliefde in Paphos begraven en zeilde met haar gevolg verder naar Jeruzalem. Kwestie van ‘s mans belofte waar te maken. Zij overleed vòòr de poorten van de heilige stad en werd begraven aan de voet van de Olijfberg.

Niet zover van de haven van Paphos vindt men het kerkje Agia Kyriaki Chrysopolitissa. Het kerkje ligt middenin een enorme site met overblijfselen van een vierde eeuwse basiliek, een bisschoppelijk paleis, een Byzantijns kerkje én een gothische kerk. Merkwaardig aan dit kerkje is dat alle christelijke godsdiensten hier een thuishaven vinden : de orthodoxe kerk stond het gebouw in 1987 af aan de (Latijns) katholieke en verder zijn de anglikanen, lutheranen, maronieten en Finnen er welkom voor hun erediensten.

Vòòr de kerk staat een afgebroken zwart-wit-grijs gevlamde stoppel van een marmeren zuil.  Daaraan zou apostel Paulus rond 45 van onze tijdrekening gegeseld zijn. Lawrence Durrell was rond 1955 in Paphos en hij schreef in “Bitter Lemons of Cyprus” over een zwarte zuil.  Op zestig jaar tijd kan veel veranderen ... Hoeveel is er dan niet op bijna tweeduizend jaar veranderd ?

Nét vòòr die Pauluszuil vindt men de gedenksteen voor Erik de Goede. Hij ligt hier ergens begraven. Vergeten is hij in ieder geval niet en daartoe heb ik nu mijn steentje bijgedragen.

Tekst en foto's : Tante Kato