Nieuwsbrief Nr. 68 - mei 2012

Erfgoeddag: een succesverhaalGidsen moe en tevreden, deelnemers tevreden. Meer moet dat niet zijn.


Het was een succes. Onze vzw mocht samen met de stad Antwerpen een erfgoedwandeling organiseren op Schoonselhof. 135 deelnemers waren er; verdeeld over 8 rondleiding. Natuurlijk hadden we enkele troeven. De stad had gezorgd voor een zeer goed opgesteld boekje: Schoonselhof in 10 heldenmo(nu)menten. Van ‘le Diable Liègois’ naar ‘den Antwerpschen duvel’, dat aan elke deelnemer meegegeven werd. Daarnaast hadden we twee uitmuntende gidsen ter beschikking, nl onze voorzitter Jacques Buermans en de ondervoorzitster An Hernalsteen. 
Zij namen elk, gratis en voor niets, vier rondleidingen op zich. Elke rondleiding startte stipt met groepen die varieerden van 3 tot 30 personen. Onze gidsen kwamen telkens min of meer uitgeteld aan met een groep. Ze werden dan meer of minder opgekalefaterd om, soms na enkele minuten en met de koffiebeker in de hand, al terug te vertrekken met een volgende groep. Men bleef zich aanmelden, telefonisch of gewoon aan de deur van ons plantonhuisje. Ook dat was een troef: dat we dat toch wel knus gebouwtje mochten gebruiken. Vooraf had ik het een flinke poetsbeurt gegeven, zodat het bruikbaar was om er een dag in door te brengen. Het had een dubbele functie: enerzijds lagen onze folders er en moesten deelnemers zich daar aanmelden en anderzijds was het een ‘pauzelokaal’ voor onze gidsen. We hadden dan ook voor de nodige catering gezorgd.
Er ging een ‘ronk’ dat er twee vlaggen beschikbaar waren, maar die hebben we niet gezien. We hebben dan maar zelf wat affiches gemaakt, met beperkt resultaat. Maar het was voor alles een eerste keer.
Ons plantonhuisje werd ‘bemand’ door Els, Rudy, Johan, Erwin, Casimir, Rina, Agnes, Ria en Mieke. Bij deze bedankt voor de assistentie. Ik was er van ’s morgens en ben in het kader van de catering enkele keren heen en weer naar huis gefietst, maar het grootste deel van de dag kwam ik telefonerend en tellend door.
Onze gidsen werkten telkens dezelfde ronde af, met dat verschil dat An het niet kon nalaten om er een Gentse held bij te voegen. De groepen die met An rondgingen, kregen dus een verhaal meer.
Aangezien ik de laatste rondleiding van An meemaakte, is er dus de extra. We hadden een groepje van drie mensen, ondergetekende inbegrepen. Dit had alleen maar het voordeel, net omdat het de laatste rondleiding was, dat die vlot kon gebeuren met het kleinste groepje.
De tien monumenten voor helden zal ik hierna kort beschrijven. De hele uitleg staat in het boekje dat speciaal voor deze gelegenheid gemaakt werd en nog steeds te verkrijgen is. Met het boekje als gids, heb je een groot deel van de uitleg, maar de sappige verhalen van onze gidsen moet je dan natuurlijk missen.
Als inleiding gaf An een korte uitleg over het ontstaan van Schoonselhof, dat als lustoord na het overlijden van Moretus in 1911 aangekocht werd door de stad om het vanaf 1/9/1921 in gebruik te nemen als begraafplaats. Vanaf 1784 moest buiten de stad begraven worden. In 1875 was de Stuyvenbergbegraafplaats vol en lag die in de bebouwde kom. Vanaf 1936 werden de eeuwigdurende concessies overgebracht van het Kiel naar Schoonselhof.
Men beschikt er over 84 ha begraafplaats.
Het thema van de wandeling is ‘helden’. De uitgelezen manier om als held te worden beschouwd, is omkomen in een massagebeurtenis.
De rondleiding startte op perk Z1 bij ‘Le Diable Liègois’
Alvorens daar aan te komen, kwamen we voorbij het grafmonument van Peter Benoit. An vertelde dat, moest ze een rondleiding in Gent geven, ze zou vragen om hier te zingen. Ze heeft graag dat er gezongen wordt op een begraafplaats.
 
Ferdinand Verschaeve (Z1, noordwest). Geboren te Luik op 20/8/1876, met Vlaamse wortels, haalde zijn vliegbrevet op 30/9/1910. Hij wordt testpiloot bij de firma ‘Bollekens’ die naast rolluiken ook in het vliegwezen actief waren. De piloten van de eerste wereldoorlog waren opgeleid door Verschaeve. Hij was gekend als een buitengewoon getalenteerde piloot. Op 22/12/1912 vestigde hij een wereldrecord door 37 minuten en 6 seconden te vliegen op een hoogte van 596 meter. Op 8/4/1914 maakte hij een dodelijke crash in Sint Job in ’t Goor tijdens een testvlucht. Hij werd begraven op het Kiel en later overgebracht naar Schoonselhof. Het grafmonument is gemaakt door Emiel Jespers, de vader van Oscar en Joris Jespers. Men gaat ervan uit dat het grafmonument zelf gemaakt is door Oscar en dat het bronzen portret van de hand van vader Emiel is. Aangezien het monument van zandsteen gemaakt is, ziet het af in ons klimaat. Het is ooit, ter bescherming, geverfd, maar het is dringend toe aan een nieuwe verflaag toe.
 
Slachtoffers ontploffingsramp Corvilain (Z1). Omdat het Spaanse leger overschakelde op een ander geweertype, was er een overschot aan munitie. Joseph-Ferdinand Corvilain beslist om die voorraad op te kopen om die te laten scheiden door vrouwen en kinderen. Hij vraagt aan de Nederlandse regering of hij zijn fabriek in Terneuzen mag optrekken, maar die weigeren. Hij sloeg zijn kardoezen dan maar voorlopig op in Oosterweel. Aanvankelijk krijgt hij van de stad toch toestemming om een terrein voor kardoezenontmanteling te bekomen in de Steenborgerweertpolder. Deze toestemming wordt achteraf terug ingetrokken, maar hij gaat toch van start met de ontmanteling. Later krijgt hij van de provincie als nog toestemming voor de exploitatie van zijn fabriek. Hij installeert een stoomwerktuig, terug zonder toestemming. Op 6/9/1889 om 14:53 vond een zware explosie plaats op het terrein. Men weet dat zo exact omdat de klokken van de cafés de Volmolen en Scheldeland uit de buurt zijn blijven stilstaan op dat uur. Een aanpalend bedrijf dat petroleum en olie opsloeg deelde mee in de klappen. Hierdoor ontstond brand op de Schelde, waardoor een Amerikaanse driemaster vuur vat en kantelt op een stoomsleepboot, die op zijn beurt zinkt. Daarnaast wandelt er, net op dat ogenblik een klasje voorbij. Er zijn een 50 tal directe doden. Van 42 mensen wordt nooit meer iets teruggevonden. Begrafenisondernemer Vets moest karren en alle middelen inzetten om de doden en/of wat er van overbleef, te vervoeren. Vandaag spreekt men nog van ‘een begrafenis met het karreke van Vets’ als men spreekt over een sobere, armoedige begrafenis.
Na de ramp komt Koning Leopold II op bezoek en vanuit alle hoeken worden er treinen ingelegd om de toeristen aan te voeren. Het ramptoerisme was geboren.
Op de Kiel begraafplaats werd een kuil van 75 meter gegraven waarin de kisten zij aan zij neergelaten werden. Het was de bedoeling om een hek rondom het gemeenschappelijke graf te maken, maar dat hek kwam er nooit. bij een eerste ontruiming van de Kielbegraafplaats heeft men het graf gespaard, maar bij een tweede ontruiming in 1917 werd het graf ontruimd. Het monument is een cenotaaf; dat is monument zonder stoffelijke resten. Stadsingenieur Royers ontwerpt een grafmonument dat beladen is met symboliek. Bovenaan zien we een afgedekte urne, die verwijst naar het afgedekte leven. Daaronder het wapenschild van de stad Antwerpen. Nog lager zien we een bronzen plaat met een afbeelding van de explosie en het voetstuk is opgetrokken uit brokstukken van de fabriek. Joseph-Ferdinand Corvilain wordt op 14/9/1889 opgepakt en veroordeeld tot een gevangenisstraf. (Mr Corvilain zelf ligt begraven op perk Y rij 25.)
 
Extra in de rondleiding van An: Casimir Coquilhat (Z1 rij 8) werd op 4/10/1811 in Gent geboren uit Franse ouders. Zijn vader heeft gediend in het leger van Napoleon. Casimir studeert wiskunde in Gent en nadien in lui. In 1830 wordt hij ingelijfd als vrijwilliger. Van 1870 tot 1873 is hij oppercommandant in Antwerpen. In 1874 wordt hij overgeplaatst naar West Vlaanderen en ziet dit als een degradatie. Hij daagt zijn plaatsvervanger in Antwerpen uit tot een duel. Er vallen geen gewonden, maar Casimir moet voor de krijgsraad verschijnen en dit betekent het einde van zijn militaire carrière.
In 1873 schrijft hij een artikel van 16 bladzijden in een zeer gekend wetenschappelijk tijdschrift. Dit handelt over het traject dat een raket aflegt in een luchtledige ruimte. Hij is dus de feitelijke pionier van de ruimtevaart. Hij was gekend tot in Turkije en Pruisen.
Hij sterft op 26/10/1890.
Zijn zoon, Camille (15/10/1853 – 24/3/1891), die daar ook begraven ligt, studeerde aan de militaire school in Brussel. Hij daagde na een conflict zijn vriend George Eeckhout uit tot een duel en als gevolg daarvan wordt hij uit de school gezet en wordt naar Congo gestuurd. Hij ontwikkelt zich tot een grote tegenstander van de slavernij. Hij overlijdt in Congo op 38 jarige leeftijd.
 
Slachtoffers van de strijd voor het algemeen stemrecht (Z1, rij oost, 41). Op 11/4/1893 komt er een wetsvoorstel voor algemeen stemrecht. Men wil het aantal stemmen dat iemand krijgt aanpassen aan de hoeveelheid belastingen die iemand betaalt. Het voorstel wordt afgeschoten en als reactie hierop gaan de socialisten in staking. De haven van Antwerpen wordt afgezet om oproer te voorkomen. De betogers trekken dan maar richting Borgerhout om het personeel van de kaarsenfabriek Roubaix-Oedenkhoven (beter bekend als den Bougie) zo ver te krijgen dat ze mee gaan staken. Van de directeur mag elke arbeider meestaken, maar hij laat niet toe dat er politiek betogen worden gegeven in zijn fabriek. Ondertussen waren politie, gendarmerie en brandweer opgetrommeld, maar de manifestanten trokken zich terug. Later die dag was er terug een optocht en een 4000 tal manifestanten gaan terug richting den Bougie. De directeur blijft bij zijn standpunt, dat iedereen mag meestaken, maar geen politiek in zijn fabriek. Nog voor dit kan meegedeeld worden aan de stakers, ontstaan er schermutselingen. Hierdoor wordt aan de ordediensten opdracht gegeven om met losse flodders te schieten. De schermutselingen ontaarden en er wordt opgedragen om met scherp te schieten. Er vallen vijf slachtoffers. De namen van de vijf slachtoffers staan vermeld in het monument. Op 22/1/1947 werden de stoffelijke resten overgebracht van het Kiel naar Schoonselhof.
 
Maria ’s Heeren (perk Y, rij 28) Geboren te Sint-Truiden op 16/15/1884 en overleden te Antwerpen 16/8/1902 – overgebracht van Kielbegraafplaats 1949. Kwam uit een kroostrijk gezin en werkte als naaister. De struyfvogelmaatschappij (te vergelijken met vogelpiek vandaag) nam deel aan de lichtstoet van 1902, een tijd waarin stoeten zeer populair waren. Men opteerde voor een sneeuwtafereel, waarin Maria, de bruid was van de Koning Winter. De praalwagen stelde een sneeuwberg van 6 meter hoog voor. Maria zat helemaal bovenaan en naast de wagen liepen kindjes, die verkleed als elfjes en kabouters (papieren) sneeuwvlokken rondstrooiden. De wagen zelf was verlicht met benzinelampen, olielampen en kaarsen. Aangekomen op de Sint Kathelijnevest vatte de wagen om onbekende reden plots vuur. Frits Haegen probeerde nog om haar te bevrijden uit haar hachelijke positie. Ze zat namelijk om veiligheidsredenen vastgesnoerd boven op de praalwagen. Er kon geen hulp meer baten; Maria verbrandde zo goed als levend boven op haar troon. Ze kreeg een heldinnenbegrafenis en werd op de Kielbegraafplaats begraven. In 1927 wou de vader van Maria dat er een marbrieten plaat op het graf kwam (een soort gemarmerd glas).
Dit is het eerste grafmonument dat vzw Grafzerkje ooit onder handen nam.
Bovenaan het grafmonument staat een enkel met een palmblad. De engel is een engelbewaarder en het palmblad symboliseert de overwinning op de dood. De vlammen, aan de zijkant, zijn in beweging en symboliseren het langzame uitdoven van het leven.
De oorspronkelijke marbrieten plaat werd na de renovatie achteraan het grafmonument geplaatst, maar is daar door vandalen onherroepelijk vernield.
 
Herman Van den Reeck (perk VTS) Geboren in Borgerhout21/4/1901en overleden te Antwerpen op 12/7/1920, overgebracht van de Kielbegraafplaats in 1943. Hij was een student Grieks Latijn. Hij was buitengezet aan de Gentse universiteit en werkte tijdelijk als klerk voor een Spaanse firma. Tijdens een verboden 11 juli viering kwam hij in de problemen. De betoging werd in Borgerhout gehouden omdat ze daar niet verboden was. Kleine groepjes trokken echter op naar de grote markt in het centrum van de stad. De burgemeester meldde zich ziek, en de eerste schepen gaf de opdracht om alle vlaggen in beslag te nemen. Herman wou de leeuwenvlag van de meisjesgilde in bescherming nemen en werd daarbij neergeschoten. Hij werd nog naar het stadhuis gebracht waar hem opgedragen werd een verklaring te ondertekenen waarbij hij de verantwoordelijkheid droeg voor ’het ongeval’. Hij weigerde dit en werd uren te laat overgebracht naar het ziekenhuis waar hij overleed aan de opgelopen verwondingen. Hij overleed op 128/7/1920. Er werd een wedstrijd uitgeschreven om een grafmonument te ontwerpen. Het ontwerp van beeldhouwer Couvreur won deze wedstrijd.
 
Edward Coremans (perk VTS) geboren te Antwerpen op 1/2/1835 en overleden te Antwerpen op 2/11/1910. Edward Coremans stond voor de vernederlandsing van het gerechtshof. Hij streefde er naar dat rechtszaken van Vlamingen in het Vlaams behandeld werden. Hij hield in 1888 de eerste toespraak in het Nederlands voor het parlement. In 1909 deed hij echter een uitspraak die als majesteitsschennis beschouwd werd en dit werd het begin van zijn val. Men zocht allerhande redenen om hem in discredit te brengen, oa door hem te beschuldigen van het aannemen van steekpenningen voor de eenmaking van de trammaatschappij. Zijn collega’s willen niet meer met hem samenwerken en hij verdween uit de politiek. Enkele maanden later stierf hij als gevolg van suikerziekte. Na zijn overlijden wou zijn familie een grafmonument plaatsen naar een fabel van Jean De La Fontaine. Hierin werd verwezen naar de leeuw waar iedereen schrik voor had, maar die op zijn sterfbed belaagd wordt door de andere dieren die voordien voor hem uit de weg gingen. Hier werd de leeuw voorgesteld met de gelaatstrekken van Coremans en de andere dieren waren zijn politieke tegenstanders. Het monument mocht niet geplaatst worden. Het staat nu ergens in een privétuin in Antwerpen.
 
Albert Pot (1917 – 1936) en Theophiel Grijp (1899 – 1936) (perk N). In 1936 waren er verkiezingen. In de nacht van 22 op 23 mei werd een plakploeg van de socialistische partij erop gewezen dat er een plakploeg van de ‘realisten’ (rechtse partij) op verboden plaatsen aan het plakken was. Er waren inderdaad 3 mannen en 1 vrouw aan het plakken. De vrouw voelde zich bedreigd en gooide peper in de ogen van iemand van de socialistische partij. Hierop probeerde Albert Pot de peper af te nemen van de vrouw, maar werd daarbij neergeschoten. Onderweg naar het ziekenhuis overleed Pot. De anderen zetten een achtervolging in op de peper gooiende vrouw en bij de schermutselingen die hier plaatsvonden werd Grijp neergeschoten. Zij liggen niet onder hun oorspronkelijke grafzerk, die door Poels ontworpen werd. Op hun nieuw grafmonument staat een gedicht van Jan Greshoff.
 
Gesneuvelden in bevolen dienst (perk E). Perk E wordt voorbehouden voor mensen die tijdens hun dienst om het leven kwamen. Hiermee bedoelt men brandweermannen, politieagenten en havenarbeiders. Vzw Levanto voerde vorige winter conservatiewerken uit om dit perk in ere te herstellen. De dag voor Erfgoeddag is het perk plechtig heringewijd. Daarom staan er vandaag nog drie kransen.
Marcel Poupaert (1907 – 1957) kwam als brandweerman bij een brand in een Chileens vrachtschip dat aangemeerd lag in de haven van Antwerpen. Het was een brand die zeer moeilijk te blussen was door een gebrek aan watervoorziening op het schip zelf. Men besloot om het vol te pompen met water waardoor het slagzij maakte. Sergeant Poupaert klauterde door een mangat om de brand te bereiken, maar kwam om het leven door verstikking.
Jules Ryngaert (1893 – 1937) kwam als brandweerman om bij een val in een liftkoker tijdens de bluswerken van een brand in de ‘Bon Marché’. Hij stortte hierbij vier verdiepingen naar beneden.
Jules Jean Van Cotthem (1879 – 1914) kwam als politieagent om bij een eerste zeppelin aanval boven de stad Antwerpen.
Alfons Peeters (1933 – 1990) was brandweerman en kwam om tijdens een brand in Hoboken waarbij hij een man en zijn zoontje probeerde te redden. Hij viel door een koepel.
Frank Vanden Bulck en Karel van den Berg kwamen in 1978 om tijdens een brand van een katoenopslagplaats in de Noordnatie. Hier was ook een zeer moeilijk te blussen brand aan het woeden. Plots stortte een muur in; de lichamen werden pas vier dagen later terug gevonden.
 
Twee zuilen voor de Franse soldaten stonden oorspronkelijk op het Sint Laurentiuskerkhof. De eerste obelisk herdenkt de gekwetsten van de veldslag van Belfort, waarbij in 1870-1871 de gekwetsten overgebracht werden naar Antwerpse ziekenhuizen. De tweede obelisk herdenkt de gevallen Franse soldaten tijdens het beleg van de Antwerpse Citadel in november – december van 1832. Het werd in zandsteen opgericht in 1905, ook op het Sint Laurentiuskerkhof en in 1930 overgebracht naar het Schoonselhof.
 
 Militaire slachtoffers. Op de militaire begraafplaats liggen gesneuvelde soldaten van verschillende nationaliteiten. Er zijn andere rondleidingen die dieper ingaan op deze specifieke perken.
Jan Olieslagers (1883 – 1942) werd geboren in het Krabbenstraatje in het hartje van Antwerpen. Als jonge snaak gaat hij aan de slag in een fietsenfabriek. Later krijgt hij de verantwoordelijkheid over de productie van racefietsen. Hijzelf was ook een groot wielrenner en reed onder de naam ‘John Max’ vele prijzen bij elkaar. In 1900 gaat hij aan de slag in de Minervafabriek. In 1904 wint hij als ‘de duivel van Europa’ de koers Parijs-Bordeaux-Parijs. In dat zelfde jaar werd hij ook wereldkampioen motorracen; hij was de eerste die sneller dan 100 km per uur reed. In 1909 neemt hij deel aan vliegtuigmeetings. Hier raakte hij bevriend met Fernand Verschaeve, onze eerste held van vandaag. De vliegtuigen werden geproduceerd door de firma Bollekens, een bedrijf dat eigenlijk rolluiken maakte. In 1911 werd Olieslagers wereldrecordhouder vliegen met 625 kilometer in 7 uur en 18 minuten. Zo kwam hij aan de naar ‘Den Antwerpschen duvel’. Tijdens de oorlog stelde hij zich met zijn vliegtuig ten dienste van zijn vaderland. Na de oorlog wijdde hij zich aan de automobielindustrie. Hij werkte mee aan de aanleg van de vlieghaven van Deurne, waar nu nog een standbeeld van hem staat.
 
Hier werd de rondleiding afgesloten en wandelden we terug naar de ingang. Tot mijn grote genoegdoening was alles al opgeruimd en afgesloten. Wij zijn, met de vrijwilligers die nog aanwezig waren, de dag gaan afsluiten met een frisse pint. Waar we dachten dat onze gidsen zo goed als uitgeteld zouden zijn na zo een vermoeiende dag voor hen, waren zij het die nog flink discuteerden over hoe ze een eventuele volgende dag als vandaag zouden aanpakken.
 
Tekst en foto's : Leen Otte