Nieuwsbrief Nr. 68 - mei 2012

Helden op de begraafplaats Hobokenons lid Mieke Versées bezocht de begraafplaats van Hoboken en het kerkhof van Hoboken.


Misschien zaten de 10 miles er voor iets tussen maar de opkomst voor de rondleiding is miniem. Ook pech voor mij, toiletten dicht. Dat herken ik.
Met Vera, onze gids, wandelen we langs 21 heldenmonumenten.
 
We startten bij de grafkapel van de adellijke familie d’Ursel. Laatste rustplaats is hier een relatief begrip daar ze ettelijke malen verhuisden en het aantal overledenen steeds toenam. In 1923 verhuizen er uiteindelijk 36 overledenen naar Hoboken. De grafkapel is van Frans Van Rompaey.
Gustaaf Roels, van opleiding beeldhouwer en zerkenmaker. Interessant is het graf van zakenman Albert Alaers. Hij importeert als eerste nylonkousen. Het beeld dat zijn graf siert zou vooraf door hem besteld zijn bij De Vreese. Indien Alaers het zelf bestelde, blijkt hij dus een zéér vooruitziend man. Hij overlijdt pas 20 jaar na de dood van beeldhouwer De Vreese. Duidelijkheid hieromtrent is er echter niet. De volgende concessie waar we halt houden, vervalt. Nochtans speelt vuurkruiser Eugeen Hosteaux een belangrijke rol tijdens de tweede wereldoorlog. Hij werkt voor de stad en redt zo mensen van de hongerdood door hen extra voedselbonnen toe te stoppen. Hij voorkomt ook dat mensen gedeporteerd worden. 
AVV-VVK siert het graf van Leo D’Hooghe, sigarenhandelaar. Hij verzet zich tegen het Frans dat als voertaal gebruikt wordt aan het front tijdens W.O.I. Veel van onze jongens zijn de taal niet machtig en begrijpen de orders niet. Zijn Vlaamsgezindheid blijkt uit het feit dat hij een eigen sigarenmerk heeft “ Vlaanderen die leeuw”. Katholiek burgemeester Jules Pauwels wint in 1878 de verkiezingen maar de uitslag wordt betwist. Nieuwe verkiezingen geven echter hetzelfde resultaat. Toch wordt Pauwels geen burgemeester. Waarschijnlijk weigert de toenmalige minister de benoeming vanwege een andere partijkleur.
Op het ereperk West, liggen alle socialistische kopstukken begraven met als zeldzaamheid een liberaal zoals Jozef De Coster,  schepen van Hoboken. Hij is oorlogsburgemeester in W.O.II in afwachting van de eerste éénmaking van Antwerpen. Wij komen verder tegen, Emiel Van Damme, geneesheer en niet-benoemde burgemeester, Victor Van Riet, beenhouwerszoon. Hij zit in een kamp tijdens de W.O. Victor De BruyneAlfons Spaepen, introduceert als eerste het socialisme. Ludo Cools, hoofdbrigadier van de hondenbrigade. Overlijdt in actieve dienst bij een val in een liftkoker van een gebouw in opbouw. De as van de hond zou zich bevinden op het graf van zijn meester. Ook hier enig voorbehoud over de echtheid van het verhaal.
Het militair ereperk. Je vindt er politieke gevangen, oud-strijders en gesneuvelden van beide wereldoorlogen waaronder Louis Commissaris, één van de eersten. Majoor Malfait, de enige die een straatnaam kreeg.
Een armtierig graf voor een grote en “lekkere” bekende: Devos-Lemmens. Vlaamse overtuiging is ook te zien op het grafmonument van legeraalmoezenier Petrus Dierckx
Al wandelend van het ene naar het andere monument bemerk ik her en der kindergraven. Zij worden in verloren hoekjes begraven. Dat kan toch  beter, of niet.
Een monument met wat allure is dat van Jan Baptiste Smidts, werkoverste bij Cockerill. Het beeld, een vrouwenfiguur, is van De Kuyper. Van de familie Havenith onthoud ik dat zij eigenaars zijn van het Meerlenhof en dat het momenteel te koop staat. Evrard, huidige bewoner is een bekend duivenmelker.
Volgende stop, de vier jaar lang niet benoemde burgemeester  van Antwerpen, Josephus Cornelius Van Put. Hij is een fel tegenstander van de fortenbouw en  koning Leopold I weigert hem te benoemen. Van Put op zijn beurt weigert een standbeeld van de koning te plaatsen. Gevolg, de koning laat Antwerpen links liggen. Het duurt nog even eer de plooien platgestreken zijn. Zelfs Leopold II weigert aanvankelijk zijn blijde intrede te doen in onze stad! Van Put was echter een minzame man die grote realisaties verwezenlijkte waaronder de aanleg van het stadspark. Frans Van Rompaey, architect van de tuinwijken Moretusburg en Heike. De kerken van Sint Jozef en het Heilig Hart zijn ook van zijn hand. Leverde een bijdrage aan de woningnood.
Nederlander Leo Bosschart, ingenieur bij Cockerill, internationaal voetballer. Op de Olympische Spelen van 1920 behaalt hij met de Nederlandse ploeg goud. Buiten een artikel in de krant, kan niets het verhaal bevestigen dat Joseph Van Beirendonck, boogschutter, goud behaalde op de spelen in 1920. Franz De Feyter, verwoed Minerva verzamelaar. Een pronkstuk is te zien in het MAS. Richard Marnef, werkt eerst als meestergast bij Metallurgie waardoor hij in een rolstoel belandt. Hij is later burgemeester van 1921-1939.
Eindigen doen we in pure tragiek bij André Van Dijck, geneesheer. Regelmatig gaat hij op huisbezoek bij een zwakzinnige vrouw waarbij zij hem reeds enkele keren aanviel. Verzoeken tot collocatie worden niet uitgevoerd. Uiteindelijk gooit de vrouw een bus benzine over hem en overlijdt hij aan zijn brandwonden.
Dan is het voor mij stressen om toch iets te eten, om tijdig aan de Kioskplaats te geraken. Drinken doe ik later wel.
Het openbaar vervoer kent op deze loopdag ook vertraging dus wandel ik van de Zwaantjes met iets uit het vuistje naar de O.L.V. kerk. Net op tijd!
 
Buiten enkele belangrijke grafstenen tegen de kerkmuur, is het kerkhof geruimd. Joseph Lambrechts, geneesheer van opleiding. Als enige geneesheer heeft hij tijdens de cholera epidemie in 1859 de handen vol. Als burgemeester zorgt hij dan ook voor een goed afwateringssysteem.
Florent Van Ertborn orangist en burgemeester van Antwerpen waar hij ervoor zorgt dat het Nederlands voertaal wordt in het onderwijs en bij de ambtenarij. Zet zich ook in voor de havenuitbreiding. Overlijdt in 1840 in Den Haag maar wordt overgebracht naar de familiekelder in Hoboken.  Voor zo’n groot man ligt  de zerk er wat verwaarloosd bij vind ik.
In de kerk staan we stil bij de belangrijkste marineschilder van de 17e eeuw, Bonavontura Peeters. Hij maakt vooral gouaches over de baren van de zee. Daarnaast is hij dichter, schrijft nogal wat hekeldichten op de jezuïeten en neemt de wijk naar Hoboken.  Op de muur vindt men ook nog een epitaaf voor Bonavontura. Tenslotte Jan Van De Werve, schout in Antwerpen en anti-held. Op 21 augustus 1552 vertrekt hij met de koets naar Hoboken waar hij verblijft. Er woedt een onweer en de knecht adviseert om rechtsomkeer te maken. Van De Werve geeft echter het bevel verder te rijden. Op een houten brug aan de stadspoort Kronenburg, doet een hevige wind de koets omslaan. Die gaat over de borstwering en Jan versmoort in de modder van de omwalling.
Na dit bezoek tram ik richting Schoonselhof, voor mijn wachtbeurt,  met een urgentiestop in een café waar ik mijn grote, grote dorst les.
De heldenrondleidingen op de begraafplaats zijn een succes, 135 mensen gaven present. Ik loop nog een stuk mee met de groep van Ann Hernalsteen die het als “immigrant”uitstekend doet.
 
Het was een mooi maar slopend weekend.
 
Mieke Versées
 Foto’s Mieke Versées