Nieuwsbrief Nr. 68 - mei 2012

Graftrommels zijn geen trommelsons lid Cis Kennes schreef een artikel.


Graftrommels waren een courant fenomeen op begraafplaatsen vanaf 1870 maar vooral in de eerste helft van de 20° eeuw. Het betreft een vrij volkse vorm van funerair erfgoed. Het gevolg hiervan is dat ze bij het ‘ruimen’ door de gemeenten veelal zonder het minste respect worden behandeld. Maar evenzeer dat er àl te weinig onderzoek is gebeurd naar oorsprong, verspreiding, productie enz. De literatuur over dit onderwerp is voor zover bekend onbestaande.
Na WO II waren ze compleet ‘uit de mode’ maar nu geraken ze weer volop in trek: in Nederland worden ze sinds enkele jaren niet alleen geïnventariseerd en gerestaureerd (1), maar ontstaan er zelfs nieuwe productie-ateliers .In 2010 werd over dit item in Overijssel een symposium gehouden. In afwachting van een revival behoren graftrommels tot de categorie van zwaar bedreigd erfgoed.
Waarover gaat het eigenlijk ?
Graftrommels zijn verzinkte metalen (zink of koper) banden van ongeveer 25 cm. breed, die haaks op een onderplaat staan uit hetzelfde materiaal. De bovenplaat bestaat uit glas, afgedicht met kit of stopverf. Ze werden schuin of loodrecht op het grafteken aangebracht of indien mogelijk aan de muur erachter opgehangen. Dat de buitenkant zwart geschilderd werd en de binnenkant wit, is zeker geen algemene regel. Soms fungeerden ze als grafteken op zichzelf (Ouffet). Om daaruit te besluiten dat ze moeten beschouwd worden als het ‘grafmonument van de arme man’ is een voorbarige conclusie. Een enkele keer werd een ronde graftrommel ingewerkt in een stèle van blauwe hardsteen (Hoei).
In hun moderne versie krijgen ze een beetje de functie van vitrine, waarin foto’s, bloemen, of tastbare herinneringen zoals knuffeldiertjes worden ‘uitgestald’. Oorspronkelijk was het een eenvoudig middel om het hele jaar door fris uitziende bloemen of kransen op het graf te behouden. Bovendien ging het hier nooit om seriewerk: elke graftrommel is een unicum. Het is zelfs best mogelijk dat de vormgeving van de inhoud eigenhandig door de nabestaanden werd verzorgd, wat de persoonlijke waarde ervan nog vergrootte.
De naam ‘graftrommel’ is eigenlijk niet correct: de trommelvorm komt misschien wel het meest voor, maar andere vormen zijn – zeker in Frankrijk – even goed mogelijk: ovaal (Deinze), achthoek (Marche-en-Famenne), ruit (Bergues), kruis (Bailleuil), zelfs de  badkuipvorm (Bergues) is niet uitgesloten. Recent is daar nog de hartvorm bijgekomen. In sommige gevallen wordt de buitenkant versierd met een gesjabloneerde rand van metaalfolie, wat doet denken aan kantwerk (Bergues).
Koperen en bronzen bloemen en kransen komen soms ook in de open lucht voor (vb.Laken): waarschijnlijk het werk van bekwame smeden; maar tijdens het Interbellum bestond er ook een vorm van ‘huisvlijt’ waarbij het maken van (abstracte) bloemen in allerlei metaalfolie als hobby werd aangeprezen (2).
De inhoud van graftrommels kan zeer uiteenlopend zijn: meest voor de hand liggend zijn uiteraard bloemen en bladeren op stengels of kransen. Soms betreft het dan witte rozen of bladeren van eik of esdoorn. Maar in veel gevallen zijn ze als soort niet te herkennen: het zijn louter florale vormen.  Klassiek is ook een tekstband die over het geheel loopt met een persoonlijke opdracht :”Aan onze betreurde moeder” of “à notre marraine” . Meestal werden hiervoor de blikken letters gebruikt van het   merk ‘Markill’ (3) die op een bijhorende geperforeerde band werden vastgemaakt mits het omplooien van twee metalen lipjes.
 
Zowel bloemen, bladeren als letters kunnen ook uitgevoerd zijn in gekleurde pareltjes van verschillende grootte, waarbij vb. viooltjes in diverse kleurtinten niet uit de weg gegaan werden(Deinze, Bergues).  Kransen werden in dat geval vervangen door een geometrisch netwerk  met zwarte pareltjes. Ook cilindervormige kruisen met daarop een zilverwit metalen Christus werden uitgevoerd in gitzwarte pareltjes, wat mits wat zonlicht een waarlijk bijzonder effect geeft. Bloemen in textiel (fluweel?) dat met ijzerdraad in de vorm wordt gehouden, komen eveneens veelvuldig voor; bloemen in keramiek slechts zelden (Marche-en-Famenne).
Nog merkwaardiger is, dat binnen de zinken graftrommel soms nog een tweede doos wordt aangebracht met een bolstaand glazen ‘deksel’ (Deinze, Ouffet). Daarin worden dan de meest uiteenlopende voorwerpen bewaard: niet alleen het klassieke symbool van de twee ineengeslagen handen, maar evenzeer een witmarmeren hart, een klein boekje van een twintigtal bladzijden, of andere personalia.
Wanneer de basisvorm van de graftrommel een kruisvorm is, komt dit uiteraard binnenin overeen meet de afbeelding van een gekruisigde Christus, meestal dan zonder bloemen. Het kruis is dan meestal versierd met zwarte pareltjes, maar het kan uitzonderlijk ook uit ijzer bestaan.
Het ligt voor de hand dat de bewaring van de inhoud van graftrommels staat of valt met de afdichting van de glasplaat – al moet tegelijk condensvorming                                            vermeden worden. Indien dit niet het geval is, gaan de bloemen of kransen in textiel al gauw vocht opslorpen en zwart worden. Metaal gaat corroderen of oxideren. Wanneer de glasplaat zelf barst of in stukken breekt, gaat de aftakeling in ijltempo verder en ligt de weg open voor verlies of diefstal van de inhoud. Op de begraafplaats van Kerkhove (Avelgem) is een graftrommel (helaas) horizontaal gekomen, waardoor binnenin een serre-effect is ontstaan met een bloeiende flora tot gevolg !
Het is dan ook maar net op tijd dat maatregelen voor vakkundige conservatie op ruime schaal bekend worden (4), want op de meeste begraafplaatsen waar tijdens het Interbellum of net daarvoor begraven werd, zijn allicht nog wel enkele graftrommels te vinden. In Vlaanderen heeft de begraafplaats van Deinze  een mooi gegroepeerd geheel. In Wallonië is  dit het geval in vb. Marche-en-Famenne en Ouffet. In Noord-Frankrijk beschikken ook Bergues en Bailleuil over een fraaie verzameling.

Tekst en foto's : Cis Kennis
  1. Specialist en voortrekker in deze materie is Evert-Jan Halkus uit Twello. Men schatte het aantal graftrommels in Nederland in  2008 op ongeveer 650, waarvan 14 in Gelderland, 94 in Overijssel, 103 in Groningen, 12 in Loenen, 40 in Leeuwarden. In Goor (Overijssel) werden de 35 resterende exemplaren na een doorgedreven studie door vrijwilligers hersteld. Meteen te vermelden is het feit dat graftrommels geen privilege zijn van katholieke begraafplaatsen!
  2. NORBERT POULAIN: Ongewone huisvlijt. Bloemen van metaal. In: Interbellum 27/2, p. 9-15. De auteur verwijst naar ‘Mon Ouvrage’ van 1931.
  3. Markill is een bedrijf dat bestaat sinds 1866.
  4. DJANGO MAEKELBERG , GEERT SCHEIRLINCKX e.a.: Onderhoud van funerair Erfgoed. Monumentenwacht Vlaanderen. Hasselt 2011, 75 blz. Over graftrommels: p. 38, 48, 62.