Nieuwsbrief Nr. 67 - maart 2012

Funeraire vondsten in Sint Kruisons lid Johan Duyck was nauw betrokken bij de restauratie.


In mei 2011 ging in Sint-Kruis de restauratie van een aantal waardevolle graven van start. Het restaureren van de geselecteerde monumenten vergt niet alleen deskundig vakwerk ter plaatse, ook voorafgaand studie- en opzoekingswerk bleek noodzakelijk om de aangetaste of beschadigde delen zo getrouw mogelijk te kunnen restaureren volgens het origineel model. Tijdens de eerste funeraire restauratieperiode heeft dergelijk begeleidend werk belangrijke vondsten opgeleverd o.a. bij twee zeer waardevolle 19e eeuwse monumenten. Het betreft vooreerst het grafteken van de familie Dezitter-Pottevyn dat in 1847 ontworpen werd door Jean Baptiste Bethune. Omdat het hier gaat om het eerste neogotische pinakelgraf in België is dit graf bijzonder waardevol. Daarnaast is ook het graf van De Carnin et Staeden erg belangrijk. Jean Charles de Carnin et Staeden (+1826) was de laatste baron van de heerlijkheid Male op het einde van het Ancien Regime. 
Op twee prachtige kerkhofaquarellen d.d. 1856 en 1862 van Auguste  de Peellaert (1793-1876) konden verschillen tussen de originele uitvoering en de huidige toestand van deze monumenten worden geconstateerd.
                         
Voor het graf van De Carnin et Staeden is dat het ontbreken van “de olielamp” die op de aquarel van 1862 nog bovenop het graf prijkt. Voor het neogotische pinakelgraf van Dezitter-Pottevyn zijn dat meerdere ontbrekende attributen zoals verschillende panelen van het gietijzeren afsluitingshek, het kruis op de spits en het Mariabeeld in de nis van het graf. Het beeld is van de hand van de Leuvense beeldhouwer Karel Geerts (1807-1855), één van de belangrijkste neogotische beeldhouwers. De olielamp en het Mariabeeld zijn al vele decennia “verdwenen” en het vervangen van deze grafsymbolen door replica’s is, om budgettaire en ethische redenen, niet in de huidige restauratieplanning  opgenomen.
Een bijzondere uitdaging voor het restauratieteam vormde het “ontcijferen” van de nog zichtbare maar nauwelijks leesbare drieregelige tekst in de kleine nis boven het wijwatervat van het graf Dezitter-Pottevyn. Er werd een beroep gedaan op enkele vrijwillige medewerkers “latinisten” en na vele uren speurwerk kon de originele tekst “ Lavabis me, et super nivem dealbabor” worden gereconstrueerd. Het betreft de tweede regel van Psalm 50, het bekende “Asperges me”. Vrij vertaald betekent de Latijnse tekst: “Was mij, zodat ik witter word dan sneeuw”. Deze smeekbede wordt gericht tot (de verdwenen) Maria en werd gepast geplaatst boven een zuivere waterbron.
Omdat de basis van dit graf jarenlang door ongewenste wortelvorming van hardnekkig struikgewas was aangetast, werden bijkomende funderingswerken uitgevoerd waardoor de omliggende grond werd omgewoeld. Bij de latere opkuis- en egaliseringswerken ontdekte ondergetekende  in de grond onder een struik aan de voet van het nabij gelegen graf van Anselme van den Bogaerde een kuil  die stenen grafrestanten bleek te bevatten. Het reeds lang verdwenen kruis op het monument van A. van den Bogaerde – zichtbaar op de Peellaert-ets van 1862 – kwam, weliswaar gebroken, te voorschijn. In de kuil werd ook de licht beschadigde olielamp van het tien meter verderop gelegen graf van De Carnin et Staeden aangetroffen: voorwaar een funerair archeologische vondst van formaat! Tijdens de restauratiecampagne van 2012 zal dit funerair symbool van eeuwig licht en onsterfelijkheid terug op zijn oorspronkelijke plaats verankerd worden.
En ook bovengronds zorgde de neoclassicistische vierkante pijler van dit Van den Bogaerde-graf voor een merkwaardige ontdekking: ontdaan van de jarenlange overwoekerende klimop verscheen op de verweerde blauwe hardsteen onder de guirlande  een ingebeitelde schedel  en gekruiste tibia met daaronder het Latijnse epitaaf “ Siste gratum id quod es antea/ Fui. Quid sim post funera, quaeris?/ Putredo, pulvis, Quod tu quoque/ Cras forsitan eris.  Si sapis: hic/ Vive Deo et morere mundo. Vale/ et pro anima mea, dic Pater et ave/R.I.P./”.
Vertaald geeft A. van den Bogaerde - een celibataire Bruggeling die in 1866 stierf op negentigjarige leeftijd - zijn familie en kennissen postuum volgende overwegingen mee: “ Beschouw als dierbaar hetgeen je bent en wat ik voorheen/ geweest ben. Je vraagt je af wat ik zou zijn na de dood?/ Stank en stof, wat ook jij wellicht weldra/ zult zijn. Als je wijs bent: leef hier/ voor God en sterf voor de wereld. Vaarwel/ en zeg voor mijn ziel een Onzevader en een Weesgegroet/.                                                                                  
 
Tekst en foto's : Johan Duyck