Nieuwsbrief Nr. 67 - maart 2012

Tante Kato ging naar Parijs en zag de Chapelle Expiatoireweer een nieuw verhaal van Tante Kato.


Bouw 1815-1821 * 36 rue Pasquier of Square Louis XVI, 75008 Paris

Februari 2009 wilden we naar de voor ons onbekende koninklijke Chapelle Expiatoire in Parijs. We stonden voor gesloten deuren wegens restauratiewerken. Een onweer eind december 1999 had voor aardig wat vernieling gezorgd. De werken zouden duren tot juni 2009 en voor ons heeft het drie jaar geduurd eer we terug aan die boetekapel stonden.

Donderdag 5 januari 2012 trotseerden we regen en hevige winden. Tweede maal pech : de stad Parijs had veiligheidshalve besloten alle plantsoenen te sluiten. De wind speelde in de kale bomen en afgerukte takken op mensenhoofden, dàt konden ze best missen. Aangezien de
kapel middenin dat omheind plantsoen ligt, kan men deze bij guur weer niet bezoeken. Daar ging mijn Katootje. Enkele Parijzenaars dropen al even ongelukkig af. In dat plantsoentje was namelijk een dépot voor afgedane kerstbomen. Op de stoep laten liggen was uitgesloten. Tot grote ontevredenheid van moeder de vrouw moest die weer mee naar huis. Om over de concierge te zwijgen die net alle dorre naalden weggebezemd had ...

Gelukkig hadden we ‘s anderendaags nog even de tijd vòòr we de Thalys naar Antwerpen namen. Het was een zonnige en windstille driekoningendag. Een derde keer proberen. Iets vòòr openingstijd wist een vriendelijke heer te vertellen dat de kapel zou opengaan, maar iets later want men moest de nieuwe tarieven nog uithangen. Als eerste bezoeker van het jaar 2012 stond ik in de Chapelle Expiatoire. 
Een Chapelle Expiatoire -meestal vertaald door boetekapel; expier betekent verzoenen en boete doen- is een gebouw opgericht om een fout, een misdaad te herstellen. Welke ? De “misdadige” terechtstelling van het koningspaar door de revolutionairen natuurlijk. Of had u
gehoopt dat het boete doen was om de uitbuiting van het Franse volk ? Vergeet het.

Voor ik aan mijn beschrijving begin wil ik even teruggaan in de tijd. Op deze plaats was vanaf 1721 het Cimetière de la Madeleine. Het kerkhof -juist, want het hoorde bij de beroemde kerk met dezelfde naam- kreeg in juni 1770 de slachtoffers van een ramp “over de
vloer”. Ter gelegenheid van het huwelijk van de dauphin Louis met Marie-Antoinette van Oostenrijk werd op 30 mei 1770 een grandioos vuurwerk afgestoken. Een van de vuurpijlen kwam terecht op het vuurwerk dat klaar lag voor de bloemekee. Dat veroorzaakte een enorme
brand, gevolgd door paniek en in het gewoel kwamen 133 mensen om (officiële cijfers, waarschijnlijk lag het aantal doden rond de 400). Geen goede start voor het jonge paar, kinderen van amper vijftien. Wie kon voorspellen dat drieëntwintig jaar later datzelfde echtpaar hier een (voor)laatste rustplaats zou vinden ...

1789 : Franse Revolutie, gevolgd door wat “la Terreur” genoemd wordt met de terechtstelling op de guillotine van het koningspaar en 1.343 leden van de noblesse, waaronder Charlotte Corday (1768-1793; Charlotte de Corday d’Armont), de moordenares van Jean-Paul Marat
(1742-1793). Die guillotine stond opgesteld op de huidige Place de la Concorde en na de executie werden de lichamen afgevoerd naar het Cimetière de la Madeleine. Louis XVI (1754; r. 1774-1793) werd begraven met het hoofd tussen de benen. Een macabere gedachte, maar ze moesten met die (ont)hoofden toch iets doen. In 1794 werd de begraafplaats gesloten en de lap grond werd verkocht aan een zekere Desclozeaux, die getuige was geweest van de begravingen. Hij plantte op de graven van Louis XVI en Marie-Antoinette (1755-1793) twee
treurwilgen. Desclozeaux verkocht tijdens de Restauration van de Bourbons zijn eigendom aan Louis XVIII (r. 1814-1824; broer van Louis XVI) en dankzij die treurwilgen werden de graven snel gevonden. Teneinde de herinnering aan de koninklijke familie leven in te blazen
(hm !) gaf Louis XVIII opdracht op de plaats van de oorspronkelijke graven een boetekapel te bouwen. De werken duurden tot 1826 en het monument werd ingehuldigd onder Charles X (r. 1824-1830, nog een broer van Louis XVI).

De resten van het koningspaar waren bij de aanvang van de werken (1815) reeds overgebracht naar de basiliek Saint-Denis. In 1862 werden square en plantsoen ingepland door Haussmann, de directeur van de grote Parijse renovatiewerken. Hij kreeg hier vlakbij trouwens een naar hem genoemde boulevard. Het is te begrijpen dat er constant een controverse was rond de bouw van deze kapel. Passies tussen voor- en tegenstanders van het Ancien Régime laaiden op en in 1871 eiste de Commune dat de kapel afgebroken werd. De Chapelle Expiatoire werd in 1914 opgenomen op de lijst van de historische gebouwen en valt nu onder dezelfde directie als het Pantheon.
Middenin de tuin staat het monument ontworpen door architect Pierre-François-Léonard Fontaine (1762-1853). Het bestaat uit drie delen : een toegangspaviljoen, een binnentuin met Campo Santo en de eigenlijke kapel. Het imposante paviljoen en de muren rond de Campo Santo verstoppen de kapel.

Bovenop de toegangspoort staat een monumentale sarcofaag en op de zijkant hiervan (dus het fronton) leest men : “Le roi Louis XVIII a élevé ce monument pour consacrer le lieu où les dépouilles mortelles du roi Louis XVI et de la reine Marie-Antoinette, transférées le XXI Janvier MDCCCXV dans la sépulture royale de St-Denis, ont reposé pendant XXI ans. Il a été achevé la deuxième année du regne du roi Charles X, l’an de grace MDCCCXXVI.”
De lichtjes vooruitspringende hoeken van de façade hebben laurierkransen met centraal een gevleugelde zandloper, symbool voor de tijdelijkheid van het leven.

De hoger gelegen binnentuin is links en rechts begrensd door een rij met zandlopers gedecoreerde cenotafen, de symbolische graven van de Zwitserse garde gevallen bij de inname van de Tuileriën en de gevangenneming van de koning (1792). De structuren lopen langs de buitenkant verder in een lager gelegen galerie. Het centrale gangpad dat naar de kapel leidt is afgezoomd met (witte) rozenstruiken.

Een aantal trappen leiden naar de neoclassicistische kapel, compleet met fronton en Dorische zuilen. Het geheel is bekroond met een enorme koepel, die gesteund wordt door kleinere koepels. Eens binnen wordt men getroffen door een aangename lichtinval. Frontaal het altaar en als men zich omdraait ziet men boven de deur een reliëf van François-André Gerard, die de overbrenging van het koninklijk paar naar Saint-Denis voorstelt. Aan de zijkanten, tussen de trappen die naar de crypte leiden, staan op enorme sokkels twee wit marmeren sculpturen (1834-1835). Aan de ene kant Louis XVI, ondersteund door een engel. Op een zwart marmeren plaat staat het testament van de koning gegraveerd. Tegenover hem het beeld van zijn knielende koningin met op de marmeren plaat van haar sokkel de gravure van haar laatste
brief. In de crypte, onder het altaar, staat een zwart-wit marmeren altaar in de vorm van een antieke tombe. Hier lag Louis XVI origineel begraven. De resten van zijn koningin lagen drie meter verder.

Praktisch :
De Chapelle Expiatoire is gelegen 36 rue Pasquier (Square Louis XVI) 75008 Parijs en is geopend op donderdag, vrijdag (6 januari 2012 was bijgevolg de eerste openingsdag) en zaterdag. Telkens van 13.00 tot 17.00 uur. Toegang 5,50 €.
Meer informatie op www.chapelle-expiatoire.monuments-nationaux.fr

Tekst en foto's : Tante Kato