Nieuwsbrief Nr. 67 - maart 2012

An Hernalsteen breit een staartje aan haar bezoek aan Père LachaiseAn weet van geen ophouden.


Onder het motto: “Plooien staat niet in ons woordenboek” breien we een staartje aan Père Lachaise
 
Na de halve marathon onder leiding van onze teerbeminde voorzitter en een welverdiende koffie, trokken fotograaf Bobby en ik opnieuw de begraafplaats op. Gans division 36 afgezocht maar fotograaf Félix Nadar was niet thuis. De anderen gaven, soms na lang zoeken, wel acte de présence.
 
Jean-Auguste Dominique Ingres (Montauban 1780-Parijs 1867) (Div 23)
Een leerling van David, hij start als neoclassicist en kondigt op het einde van zijn leven de romantische schilderkunst aan. Dank zij de reproducties op koekendozen en andere hebbedingen kent iedereen zijn “Turks bad” van 1862.
Jean-Baptiste Corot (Parijs 1796-Ville d’Avray 1875) (Div 24)
Eén van de Barbizonschilders  die de bossen rond Fontainebleau onveilig maakten. De impressionisten Pissarro en Monet beschouwden hem als hun grote voorbeeld.
Pal er naast en niet op de plattegrond of op één of ander lijstje, een aangename toevalsvondst dus
Charles Daubigny (Parijs 1817-Parijs 1878) (Div 24)
Een vriend van Corot, actief rond Barbizon vanaf 1834. Zijn echtgenote en zijn zoon Karl, eveneens handig met palet en penseel, werd in het graf bijgezet.
Een boogscheut verder
Honoré Daumier (Marseille 1808-Valmondois 1879) (Div 24)
Briljant karikaturist, schiep bij voorbeeld een spotprent van een peervormige koning Louis Philippe die er niet mee kon lachen. Daumier vloog voor 6 maanden achter de tralies wegens majesteitsschennis. Félicien Rops en de jonge Ensor vonden bij deze grappenmaker hun inspiratie.
Gustave Caillebotte (Parijs 1848-Gennevilliers 1894) (Div 70)
Begint als realist maar na zijn ontmoeting met Claude Monet bekeert hij zich tot een voorzichtig impressionisme.
Camille Pissarro (St-Thomas op de Antillen 1830-Parijs 1903) (Div 7)
Vader Pissarro zond zoonlief naar Parijs om zaken te doen maar Camille voelde zich meer aangetrokken tot het kunstenaarsleven. Samen met oa. Cézanne richt hij in 1863 Le Salon des Réfusés op. 
Georges-Pierre Seurat (Parijs 1859- Parijs 1891) (Div 66)
Dit boegbeeld van het neo-impressionisme stierf op jonge leeftijd aan een hersenvliesontsteking.
Marcel Proust (1871-1922) (Div 85)
Als ik ooit eens tijd heb en geen verslagen meer moet schrijven begin ik aan zijn 7delige romancyclus “A la recherche du temps perdu”
Auguste Villiers de l’isle-Adam (Saint-Brieuc 1838-1889) ( (Div 79)
In zijn tijd werd deze man beschouwd als een super decadent schrijver. Gruwelijke vrijpartijen en andere perversiteiten kruidden zijn werk
Tussen de soep en de patatten in hadden we in division 71 ook nog een mooi Art-Nouveau graf ontdekt voor de familie Dufren-Gevrey naar een ontwerp van architect P. Warner. Deze naam zat onder een dikke laag smurrie zodat ik een groot deel van mijn patatten heb moeten eten met modderpollen.
Eveneens mooie vondsten en toevalstreffers waren de verweerde beelden van een moeder en kind op het graf van de familie Verazzi, het grafmonument van de Indische familie Tata die gans India voorziet van autobussen (ik vraag mij toch af wat die familie hier komt zoeken) en het graf van Joseph Spiess, een Elzasser die in 1913 de enige Franse Zeppelin ooit bouwde.
Tegen dan was het ver 17u en was onze pijp uit, we waren bijlange nog niet rond maar Antoine Jean Gros, Gustave Doré, René Lalique, Alphonse Daudet met zijnen moulin, Guillaume Apollinaire, het zal voor een andere keer zijn.
 
Eenmaal terug in Melle schoot ik in een Franse colère, verdorie Samuel Bing, waar ligt in godsnaam Samuel Bing begraven? En waarom had ik niet in Parijs aan die man gedacht? Waarom was ik dat arm schaap niet gaan zoeken? Reactie van Bobby: “om een reden te hebben om nog eens dagen aan een stuk op Parijse kerkhoven rond te tjolen.”  
 
Tekst : An Hernalsteen
Foto's: Dirk Joos