Nieuwsbrief Nr. 67 - maart 2012

Kerkhof en begraafplaats van Melle, een meevallereerste rondleiding van 2012 een succes!


Algemene vergadering dus altijd iets meer belangstelling. De helft van de 30 deelnemer zaten al om tien uur in de lokale drankgelegenheid. Om 10.30 uur startte onze gids Jan Olsen zijn betoog op de parking die tot 1968 deed uitmaakte van het kerkhof rond de Sint Martinuskerk uit 1841 van architect Minard, juist: die van de gelijknamige schouwburg. Op het graf Wackeniers zagen we het anker, het kruis en de ourobouros. Achteraan de kerk vonden van pastoor Prosper Matthys. 
Veel heraldiek op Leon de Moerman et d’ Harlebeke. Twee wapenschilden (rechthoekig voor mijnheer, rond voor mevrouw) met daarboven een kroon waaraan men kon zien dat de volksvertegenwoordiger ook burggraaf was. Nog enkele graven op het eigenlijke kerkhof: Vervaene, pioniers als bloemisten, Picha bekend van de cement en eigenaar van een tegelfabriek. 
Jan Olsen, die fantastisch goed gedocumenteerd was, toonde ons hier een grot in cement gemaakt door Picha waar hij, Picha dus, rondleidingen verstrekte. De grot moet nog bestaan maar is omwille van de veiligheid niet meer toegankelijk. Nog graven voor burgemeester Botelberge en kunstschilder Theodore Gerard.
Vandaar overgestoken naar de begraafplaats uit 1909. We zagen een mooi beeld voor de moeder van Alfons Dessenis, schilder uit de Latemse school. Vlakbij het monument voor de gesneuvelden negen Franse mariniers. 
Bij politiecommissaris De Meyer, die doodgeschoten werd door een van de bendes die ontstonden na Wereldoorlog I toen hij hen betrapte bij een poging tot inbraak, bracht Jan Olsen enkele strofen van een “moordlied” speciaal gemaakt bij het overlijden van de commissaris. De kapel waar de priester in begraven liggen is een van de vele werken van beeldhouwer Jules Vits die de begraafplaats rijk is. De paters Jozefieten genoten nogal wat aanzien in Melle, hun College stond bijna gelijk met een universiteit en zijn waren ver voor op hun tijd want in het College bevond zich een openluchtzwembad. Ook hier had Jan fotomateriaal van en hij wist ook nog te vertellen dat de paters Jozefieten het voetbal in onze gewesten bekend maakten. 
Een eenvoudig graf was dit van kleinkunstzanger Wim De Craene. Hier citeerde Jan uit diens lied “Rosanne” waar hij illustreerde dat “het Prinsenhof de naam was een straat”. Camille De Paepe, priester-dichter, schreef in de Franse taal onder het pseudoniem Camille Melloy. Hier weer een fragment uit een van zijn gedichten. Beeldhouwer Jules Vits kreeg uiteraard ook zijn laatste rustplaats in Melle. 
Joris Cosyns was oorlogsburgemeester. Op het eind van Wereldoorlog II werd hij door het verzet vermoord. Zijn grafmonument mag zeker origineel genoemd worden. 
De familie van Felix Beernaerts – Bastiné deed in textiel. Felix buitte, op zijn minst gezegd, zijn werknemers uit. Diens zoon had al iets meer oog voor de penibele werkomstandigheden. Op het eind kwamen we nog voorbij een aantal graven die van het kerkhof kwamen. De adellijke families de Beuren, Verplancke de Diepenhede en de Pooter d’Indoge. 
Jan Olsen kon ons nog naar de Sint Martinuskerk brengen waar er een aanzienlijk aantal obiits werden opgekuist. Jan wist ook te vertellen dat een aantal obiits zich in het heemkundig museum bevonden. Meer dan twee uur onderhield Jan Olsen ons met zijn bevlogen betoog, rijkelijk geïllustreerd.
Jacques Buermans
Foto’s: Rina Reniers, Casimir Steenackers en René Mertens