Nieuwsbrief Nr. 66 - januari 2012

Vzw Grafzerkje op bezoek op Montparnasse


De hamvraag was: mogen we wel binnen want na eerdere ervaringen door andere leden van vzw Grafzerkje en de problemen om uiteindelijk de toestemming tot het mogen geven van een rondleiding te bekomen hield ik mijn hart vast. Zoals voorzien kwam de “gardien” vragen of ik de o zo noodzakelijke toestemming had maar wanneer ik hem, volgens hem wonder boven wonder, die kon tonen was er geen probleem. Elf Grafzerkjes kwamen op deze rondleiding af.
 
De geschiedenis herhaalde zich want zoals op Montmartre had ons aller An haar huiswerk gemaakt en kon zij, nog voor de rondleiding begon, mij onderuit halen: “ge gaat toch langs professeur Choron?”, “kom je langs het graf van Man Ray?”. Neen dus.
 
Gestart werd bij Jean Paul Sartre, filosoof bekend van zijn existentialistische ideeën en schrijver van romans en toneelwerken en criticus en zijn levensgezellin Simonne de Beauvoir. Zij was filosoof en feministe en schreef autobiografische boeken, essays, romans, novellen en toneelstukken. In haar belangrijkste werk “Le deuxième sexe” analyseert zij de discriminatie van vrouwen. Volgens An werd ze zelf door Sartre gediscrimineerd want hij gebruikte haar als zijn slaafje. Dat zal bij An niet het geval zijn want “hare kleine”, Dirk, moest op geregelde tijdstippen opdraven om voor haar dit of dat graf te fotograferen.

Aristide Boucicaut en Marguerite Guérin waren de stichters van Au Bon Marché en filantropen. Ze richtten een ziekenhuis op en steunden het werk van Louis Pasteur. Een originele, op het eerste zicht, houten koffer is het grafmonument. Henri Langlois was stichter en directeur van de cinematheek, het museum voor filmkunst. Zijn graftombe is bedekt met filmnegatieven. Eugène Ionescu was een, in Roemenië geboren, schrijver die een gamma toneelstukken achter laat met als toppers “Rhinoceros”, “Le roi se meurt” en “La Cantatrice chauve”.

Het grafmonument voor Honoré Champion stelt de bibliothecaris en uitgever van wetenschappelijk werk gezeten achter zijn bureau voor en is van de hand van Albert Bartholomé.
Robert Thibier was een decorateur. Twee handen met kruis van P. Plouvier met als betekenis: “kruis, jij bent mijn enige hoop”. Het graf van Serge Gainsbourg schrijver van liedjesteksten, zanger, cineast, acteur en kettingroker is zowat even populair als dit voor Jim Morrison op Père Lachaise. Alleen hebben de bezoekers hier iets meer discipline. Op graf treft men steevast Gitanesigaretten (Gainsbourg was een verstokt roker) en flessen (Gainsbourg was een drinker) en metroticketten aan. Dit heeft te maken met zijn liedje “le poinçonneur des Lilas”, de kaartjesknipper van het metrostation des Lilas. Toen wij er waren lagen er kolen op het graf. Thuisgekomen mailde Jacqueline: omtrent de kolen op het graf van Gainsbourg. Onlangs was er op een Franse zender rond hem (verjaardag overlijden?). De titel was: l'homme à la tête de choux. Alweer wat bijgeleerd. Wat verder stond An in extase bij een terracotta pelikaan. Ik vond het een afschuwelijk ding en was eerder gecharmeerd door de “vrouwelijke” vis die in de omgeving stond. 
François Rude, beeldhouwer van onder meer de beelden “le départ des volontaires de 1792” en van “la Marseillaise”op de Parijse Arc de Triomphe. Zijn leerling Jean-Baptiste-Paul Cabet vervaardigde de bronzen buste. François Gérard, historieschilder tijdens het bewind van Napoleon en Lodewijk XVIII. Medaillon en bas-relief van Antoine Dantan stellen taferelen uit “Bélisaire” en “Le Christ” voor. Onder een prachtig beeld ligt Alain Lesieutre, verzamelaar van art nouveau en art déco. Joris Ivens was een uit Nederland afkomstige filmmaker. Samuel Beckett. Deze uit Ierland afkomstige schrijver schreef in de Franse taal en kreeg in 1969 de Nobelprijs voor letterkunde. Naast een aantal romans is het toneelwerk “En attendant Godot” een meesterwerk. Charles Garnier was de architect van de Parijse opera, een pareltje wat niet gezegd kan worden van de schilder (?) die het monument vakkundig (?) restaureerde (?). 
Claude Sautet, filmmaker van onder meer Les choses de la vie en Max et les férailleurs. Bernard Lacoste zijn vader René Lacoste was toptennisser. In 1927 won hij de Davis Cup en kreeg hij de bijnaam de “krokodil”. In 1933 sticht hij het modebedrijf. In 1964 werd Bernard Lacoste manager van dit modeconcern. Ossip Zadkine de in Rusland geboren beeldhouwer. Zijn monument voor de vernielde stad, dat in Rotterdam staat, is wel zijn bekendste werk. Baltasar Lobo was een Spaans beeldhouwer die in 1939 verbannen werd. Alexandre Alekhine, schaakgrootmeester. Wereldkampioen van 1927 tot 1935 en van 1937 tot aan zijn dood. In 1935 verloor hij van de Nederlander Euwe. Op 26 december 1999 werd het graf beschadigd door een zware storm maar nu werd het knap hersteld. Een prachtig beeld van een kind met een engel op het graf Mounet-Sully. Denis Dussoubs stierf op de barricades op 4 december 1851. Een epitaaf van Victor Hugo een uittreksel uit “Histoire d’un crime”: “Je meurs avec la République, ce fut sa dernière parole” staat op het graf. Adolphe Pégoud was vliegenier. Hij maakte de eerste looping en sprong als eerste met een parachute uit een vliegtuig. Ik hoopte dat ons aller An hier het bekende liedje van Walter De Buck ten gehore ging brengen maar niks daarvan. Onze Gentse nachtegaal kende het lied niet en haren Dirk moest de toon zetten met “En Pégoud die ging omhuge; om zijn kunst ne keer te tuge; ierst op zijne rugge; toens op zijne buik; so vloogt hij de piste uit”. 
Een prachtige marmeren beeldengroep is “La Séparation du couple”. Een wenende man wiens vrouw, reeds half in het graf, hem een ultiem afscheid toestuurt. Dit beeldhouwwerk van Alix is geen grafmonument, maar werd uit de stad geweerd wegens te obsceen. Henri Laurens was beeldhouwer. “Le Douleur”, een compacte ronde vrouwelijke mensvorm in foetushouding, van zijn hand siert zijn graftombe. Antoine Etex, beeldhouwer. Hij maakte onder meer de beelden “La résistance de la France à la coalition de 1814” en “La Paix” voor de Arc de Triomphe. De buste, van zijn hand, stelt zijn vrouw Françoise voor. Cesar Baldaccini, beeldhouwer. Hij experimenteerde met alternatieve materialen zoals auto-onderdelen. André Del Debbio was beeldhouwer. In 1987 maakt hij “La Joconde” als eerbetoon aan Leonardo da Vinci. 
Jacques Aupick, generaal, senator, ambassadeur in Constantinopel en in Madrid. Het graf  bevat tevens de stoffelijke resten van zijn schoonzoon Charles Pierre Baudelaire, schrijver. Zijn bekendste bundels zijn “Les fleurs du mal” en “La révolte”. Verder op onze tocht komen we nog een cenotaaf voor Baudelaire tegen. Porfirio Diaz, president van Mexico tussen 1876 en 1880 en tussen 1880 en 1911. Op het graf voor ene Florence Benayer troffen we een prachtig glasraam à la Chagall aan. Wat verder een levensgrote keramieken kat op de laatste rustplaats van Richard Menon. Het is een werk van Nicky de Saint-Phalle. Pierre Larousse van de gelijknamige dictionaire. 
Fanny Spiegel was een actrice die stierf op 23-jarige leeftijd. Jean Seberg. Deze filmactrice werd beroemd met haar vertolking in “A bout de souffle”. Verdere films “Paint your wagon” en “Jeanne d’ Arc”. Seberg pleegde zelfmoord. Jacques Lisfranc was chirurg in het leger van Napoleon. Hij was pionier inzake amputaties. Constantin Brancusi een uit Roemenië afkomstige beeldhouwer. Een enorme vogel is een modern werk van de hand van Nicky de Saint-Phalle. Charles Augustin Sainte Beuve was schrijver en criticus. Sainte Beuve was een tijdgenoot van Victor Hugo. De kwaliteit van zijn werk was veel minder dan die van Hugo. Als “wraak” nam hij de echtgenote van Victor Hugo tot minnares. 
De cenotaaf voor Charles Pierre Baudelaire is een gisant in de vorm van een Egyptische mummie en zijn buste boven een enorme vleermuis. Een werk van beeldhouwer José de Charmoy. Bruno Cremer, acteur. Meest bekende rol die van commissaris Maigret. Urbain Jean Joseph Le Verrier was astronoom en de ontdekker van Neptunus en onderzoeker van Uranus. Hij was tevens directeur van het “Observatoire de Paris” van 1854 tot 1870.
 
We staken nu de weg over naar de kleinere afdeling van Montparnasse. César Franck de uit Luik afkomstige componist en organist kreeg een medaillon van de hand van Auguste Rodin. 
Achteraan Guy de Maupassant schrijver van novellen. Julio Ruelas, schilder van Mexicaanse oorsprong. Bekend als illustrator onder andere werken van Edgard Allan Poe en Charles Baudelaire kreeg een prachtig grafmonument. Kolonel Paul-Gustave Herbinger ligt onder een enorme ruiter van de hand van Antoine Etex terwijl publicist Henri Barboux “L’éducation maternelle” van Louis Barrias kreeg. Auguste Bartholdi, beeldhouwer. Het “vrijheidsbeeld” in New York en de “leeuw van Belfort” te Parijs zijn van zijn hand. Een bronzen engel, van zijn hand, siert de rode obelisk. 
Alfred Dreyfus was een Frans officier van Joodse afkomst en woonachtig in de Elzas. Hij werd beticht van het overmaken van gegevens aan de Duitse militaire overheid. Hij wordt, in 1894, veroordeeld tot degradatie en verbanning naar het Duivelseiland op Guyana. Het dossier wordt heropend en Emile Zola schrijft zijn fameuze open brief “J’ accuse” om Dreyfus te verdedigen. Dit brengt Zola één jaar gevangenisstraf op en een boete van 3 000 Franse franken. In 1899 wordt het proces herdaan. Dreyfus wordt kort daarop vrijgelaten. In 1906 krijgt hij terug zijn oorspronkelijke graad en functie. Albert Coët, infanteriekapitein kreeg een engel met doodshoofd. André Citroën, industrieel uit Nederland afkomstig. Hij richt eerst een munitiefabriek op. Na de oorlog verandert hij de inrichting van zijn fabriek om wagens te gaan produceren. Gustave Jundt, schilder. 
Een “kleine Elzasserin” van Auguste Bartholdi siert zijn graf. Charles Pigeon was de uitvinder van de anti-explosielamp. “Le Lit Conjugal" stelt Pigeon voor half opgericht naast zijn rustende vrouw. Tania Rachevskaia, de laatste rustplaats voor een paar dat samen zelfmoord pleegde. Het werk “Le Baiser” is een der eerste werken van de Roemeense kunstenaar Constantin Brancusi.
Alweer zat een meer dan geslaagde rondleiding erop. Omdat de rondgang algauw drie uur in beslag nam had ik onderweg toch één grafmonument overgeslagen. Tijdens een gezamenlijke maaltijd, na het bezoek aan Montparnasse, vroeg An zich af: “voorzitter, hoe komt het dat we niet langs Camille Saint Saëns de componist van onder meer “Carnaval des Animaux” en “Danse macabre” en van de opera “Samson en Dalida” zijn gegaan?”. Dat was toch het enige monument dat ik tijdens de rondleiding oversloeg zekers!
 
Jacques Buermans.
 
Foto’s Ria Vaes en Geert Janssens