Nieuwsbrief Nr. 66 - januari 2012

Onder het motolang leven het terracotta kieken breien we een staartje aan Montparnasse


Vijf dagen funerair plezier. Wanneer ik dat, huppelend als een jong veulen, vertel aan iedereen die het horen, zien, voelen en ruiken wil, bekijken ze me met een blik vol medelijden: zo jong nog, dat begraafplaatsengedoe wordt haar dood.
 
Na Montmartre en een spetterend bezoek ’s morgens aan Montparnasse met als rode leidraad-discussiepunt: het terracotta kieken of de vis met borsten, hadden we de smaak te pakken en er moesten nog een aantal namen van het lijstje afgetikt worden. Als kunsthistorica, boekenverslindster en filmfanaat met een stevige klassieke muziekmep, heb ik zo mijn hebbelijkheden. Gesterkt door een koffie, de kuiten ingesmeerd, plattegrond in de pollen, een fotograferende Bobby in mijn kielzog. Ik was er klaar voor.
Cavaillé-Coll (Div 13)
Een wereldberoemd geslacht van orgelbouwers. De Gentse St-Niklaaskerk is de trotse eigenaar van zo’n Cavaillé-Coll geval. Monumentaal, zuiver van klank, een gamma van de diepste bas tot het hoogste sopraantje. De hoop dat er op het familiegraf een heus stenen orgel zou staan, bleek ijdel.
Er bijna recht tegenover
Marguerite Duras (Gia Dinh 1914-Parijs 1996) (Div 21)
Pseudoniem van Marguerite Donnadieu: feministe, schrijfster van romans en filmscenario’s. Eros en Thanatos spelen een belangrijke rol in haar werk. Zo werd bij voorbeeld haar roman “L’Amant” in 1992 verfilmd en wie zag er nooit “Hiroshima mon amour” naar één van haar scenario’s.
Camille St-Saens (Parijs 1835-Algiers 1921) (Div 13)
Een soortement wonderkind dat op 5 jarige leeftijd begint te componeren. Dweilt de wereld af als piano- en orgelvirtuoos. De “Danse macabre” (1874) en “Le carnaval des animaux” (1880) zijn zijn bekendste composities.
Pierre Joseph Proudhon (Besançon 1809- Parijs 1865) (Div 2)
Als theorethicus-filosoof was hij de grondlegger van het anarchisme. In de lente van 1849 vlucht hij naar België. In 1858 vinden we hem onder de schuilnaam Dufort, leraar wiskunde terug in Elsene. In 1860 verleent Frankrijk hem gratie maar hij verkiest in het Brusselse te blijven. In 1862 veroorzaakte de publicatie van zijn artikel in verband met de éénmaking van Italië, hier bij ons een halve revolutie. Men dacht dat hij ons landje wou koppelen aan Frankrijk. Proudhon, vrezend voor zijn leven, koos het omgekeerde hazenpad richting Parijs. Gustave Courbet penseelde een portret van deze zachte anarchist.
Bijna pal er tegenover.
Joris-Karl Huysmans (Parijs 1848-Parijs 1907) (Div 2)
De Franse censuur kon hard zijn, daarom kwam Huysmans in 1876 voor de eerste keer naar hier afgezakt om er zijn “Marthe, histoire d’une fille” uit te geven. Stilaan laat hij het realisme achter zich, meer en meer komen mysterieuze thema’s aan bod waaruit de fascinatie voor ziekte, dood en verval blijkt. Zijn roman “A rebours” (1884) is een bron van inspiratie voor zowel Oscar Wilde als Marcel Proust. Op 45 jarige leeftijd maakt hij komaf met zijn liederlijk leven, bekeert zich tot het katholicisme en trekt zich terug in het klooster.
André Lhote (Bordeaux 1885-Parijs 1962) (Div 4)
Rond 1912 sluit deze kunstenaar zich aan bij het kubisme maar het figuratieve blijft belangrijk in zijn werk. 
Jacques Demy (Pontchateau 1931- Parijs 1990) (Div 9)
Regisseur van onder andere “Les parapluies de Cherbourg” en “Les demoiselles de Rochefort”
Jean Carmet (Bourgueil 1920-Sèvres 1994) (Div 4)
Acteur die haast elk jaar een film aan zijn palmares toevoegde. De meeste van zijn films zijn niet echt mijn ding maar we waren bij zijn graf in de buurt en hebben er hem bijgenomen.
Pierre Louÿs (Gent 1870 – Parijs 1925) (Div 26)
Zijn ouders, woonachtig in de buurt van Epernay, vluchtten tijdens het Frans-Duits conflict van 1870-’71 voor het oorlogsgeweld. Ze vonden onderdak in de Gentse Onderstraat bij dokter Lesseliers. Daar kwam op 10 december 1870 Pierre ter wereld. Toen in het thuisland alles terug rustig was, keerde het gezin naar Frankrijk terug maar Pierre zou nog regelmatig zijn geboortestad bezoeken. Soms sprong hij dan ook binnen bij Maurice Maeterlinck. Of misschien was één of andere Gentse schone de aanleiding voor die bezoekjes? Als schrijver is Pierre Louÿs nu nog met moeite gekend, zoals het hoort voor een navolger van Baudelaire schreef hij decadente, “pornografische” werkjes zoals “Les chansons de Billitis” en “La femme et le pantin” dat in 1958 verfilmd werd met Brigitte Bardot. Louÿs hanteerde ook graag de camera, één van de mooiste portretten van Claude Debussy is van zijn hand.
Bijna schuin tegenover het graf van Julio Ruelas
Georget Bernier, beter bekend als Le professeur Choron (1929-2005) (Div 26)
Voor één van de stichters van het vlijmscherpe, satirisch tijdschrift Harakiri verwachtte ik een absurd-gek graf. Niets daarvan: banaliteit troef.
In de buurt van Antoine Etex
Man Ray (Div 7) pseudonym van Emmanuel Radnitzky (Philadelphia 1890 – Parijs 1976)
Er zijn al boeken vol geschreven over deze man, we gaan het dus kort houden: dadaïstisch en surrealistisch kunstenaar en fotograaf.
Wie hebben we niet gevonden:
Schilder Henri Fantin-Latour: 20 keer division 10 afgelopen, genen Fantin-Latour. Jammer want ik heb wel een boontje voor die man.
En
Eric Rohmer: (Div 13) regisseur van wat Bobby neerbuigend “praatfilms” noemt maar waar ik als tettertrien bij zwijmel.
 
An Hernalsteen (ofte Kuifje)
 
Foto’s: Dirk Joos (ofte Bobby)