Nieuwsbrief Nr. 66 - januari 2012

Tante Kato gaat op caféen ziet de asurne van Anneke van de Gounod


Anna Van Cochoven * 1925 - 2002 * Antwerpen

Najaar 2004 ben ik met deze stukjes begonnen en van bij de start wou ik iets schrijven over de asurne van Anneke van de Gounod.  ‘t Is er nooit van gekomen.  Er waren té veel reiservaringen.  Nu, bijna tien jaar na haar dood is het tijd om de draad op te nemen en even stil te staan bij de moeder van alle cafébazinnen : Anneke van de Gounod.
De Gounod, in de schaduw van de Bourlaschouwburg, is verdwenen.  Na Anneke heeft Lutgart hier nog enkele jaren succesvol café gehouden.  Inmiddels is de hele Quartier Latin omvormd tot sjieke winkelwandelbuurt.  Eén café, jaren mijn stamcafé, is in al die tijd niet veranderd.  Of toch ... sinds juli 2011 is in de vroegere keuken een rokersgedeelte geopend.  Aan de muren hangen foto’s van rokende stamgasten, waaronder enkele bekende acteurs.  ‘t Is een ludiek maar tevergeefs protest tegen het feit dat ze niet meer van hun sigaretje mogen genieten aan “hunnen toog”.  Natuurlijk heb ik het over De Duifkens. 
 
Als ik voorbij de schouw (in het nu niet rokers-café) passeer, maak ik meestal een knipoog naar Anneke.  Zowel naar haar foto als naar haar onopvallende asurne.  Volgens mij weten de recente klanten niet dat daar een asurne staat.  Sommigen vragen wel “Wie is die dame ?” en dan volgt het verhaal van Anneke van de Gounod.  Martine van de Duifkens en Anneke waren niettegenstaande hun leeftijdsverschil twee handen op één buik.  Vriendinnen door dik en dun.  De dagen voor haar dood regisseerde Anneke haar begrafenis : doodsbrieven, crematie, koffietafel, enz...  Ze wilde niet uitgestrooid worden.  Mocht ze bij Martine op de schouw komen staan ?  In een anonieme gesloten vaas, die met de eindejaarsfeesten gezellig deel uitmaakt van de kerstversiering. Anneke -een verstokte rookster- is nudag en nacht aanwezig in haar eigen maar rookvrije biotoop van schouwburgen en vogelenmarkt.

Ik heb Anneke leren kennen in de eerste helft van de jaren zeventig (van vorige eeuw moet men er dan aan toevoegen).  Bij een gebeurtenis waar ik niet fier op ben, maar mijn eerlijkheid gebiedt mij een tipje van de sluier op te lichten.  Ik mag de realiteit niet  verschonen.  Meegesleurd door twee acteurs van het pas geopende Appeltje kwam ik voor het eerst in de Gounod.  Zwaar onder invloed van te veel slechte (en per café verschillende) rode wijn.  Die wijn, in mijn ingewanden vermengd met goulash, kwam in opstand.  Ik bespaar u de beschrijving van het schouwspel.  Anneke vloekte inwendig ook al kende ze de negatieve kanten van het nachtelijke uitgangsleven.  Ze had al zo veel (ongelukkige) deernen de revue zien passeren.  Uit eerlijke schaamte heb ik gedurende jaren een grote boog rond de Gounod gemaakt. 
 
Toen ik in de buurt kwam wonen en bepaalde café’s inclusief de Gounod begon te frequenteren herkende Anneke mij gelukkig niet.  Ik heb nooit mijn excuses aangeboden voor die eerste keer.  Mag het bij deze ?  Anneke zal ik mij altijd herinneren als dé madame die op het late uur (zeggen we niet “in de vroege uurtjes”) altijd iets lekkers op de toog zette.  Bij haar heb ik de beste sla met roquefort gegeten.  Anderen zingen de lof over haar hutsepot of haar haring met ajuinsaus.  Eind 1991 besliste Anneke de Gounod over te laten en werd een afscheids-, een sluitingsfeest georganiseerd.  Twee zelfs, want er haperde wat aan de deal, meen ik mij te herinneren.  Ik weet wel dat het eerste sluitingsfeest één van de plezierigste fuiven van mijn leven was.  Eerst verhuisde Anneke naar de Frankrijklei aan de overkant van de Nationale Bank.  Maar die boulevard oversteken was te zwaar. Gelukkig kwam een sociaal appartementje aan de Veemarkt vrij.  Daar tegenover het restaurant Lids van haar vrienden Dirk en Sonja had ze een tevreden oude dag.
 
Een terugblik op haar rijke leven :
 
Annekes vader zorgde voor het al lang verdwenen zwembad van de Lange Gasthuisstraat en het zwemmen zat er van jongsaf in.  Als prille twintiger was zij Belgische kampioene over de 100 meter streekslag.  In 1954 had Anneke de Gounod tegenover de Bourlaschouwburg overgenomen en zij kreeg de hele Antwerpse watersportwereld over de vloer.  Zeilers, zwemmers, roeiers, waterpolospelers, zowel van het vrouwelijke als het mannelijke geslacht kwamen er hun dorst lessen.  Ik heb ooit een vakantiefoto (1957) gezien van haar als sportieve, slanke, verleidelijke en wulpse bloem van een vrouw.  In de groep herkende ik ook Belgiës eerste Gouden Schoen (1954), het dribbelwonder Rik Coppens.  De uitvinder van de combinatiestrafschop had toen een dijblessure en werd samen met enkele andere atleten getrakteerd op een zuiders reisje. 
 
De Gounod werd ook het legendarische toevluchtsoord van advocaten, ambtenaren, artiesten, journalisten, politici, schrijvers, studenten en uiteraard acteurs van de KNS, het Reizend Volkstheater en het KJT (ook al namen uit vervlogen tijden).  En dan waren er natuurlijk de meisjes van plezier van het Quartier Latin.  Zij werkten in luxueuze bars als 0 de conduite.  Aan Anna konden ze hun ervaringen en zorgen kwijt.  Hoe komt Antwerpen aan een Quartier Latin ?  Niet omdat er zoals in Parijs in die buurt sinds de twaalfde eeuw (kerk)latijn onderwezen werd.  De wijk kreeg die naam “omdat er Frans toneel werd gespeeld” (cfr. Gids voor Oud Antwerpen p. 375 van George Van Cauwenbergh).  We spreken dan wel over de negentiende eeuw met de Cercle Artistique (Arenberg) en het Théâtre Royal (den Bourla).
 
Ik wijk af.  Terug naar Anneke.  Zij was dé moeder van cafébazen, serveuzen, restauranthouders en troosteres van de aan liefdesverdriet lijdende klanten.  Ze was ook een échte moeder.  Over haar oogappel “onze” Werner schepte ze graag op.  Bij Anneke was je goed ingelicht over het reilen en zeilen van die kant van de stad.  Maar ze bleef discreet.  Ze hield haar mond wanneer nodig.  Anneke was dé beschermster van katten en honden én voedster van stadsduiven.  Hier moet ik nog bij vertellen dat zij geen bloemen en kransen wou.  Ze heeft haar rouwenden gevraagd een centje over te maken aan de Dierenbescherming. 
 
Ik weet het, wie over haar leven kan meepraten heeft de frivole lokken geruild tegen eerbied afdwingende grijze haren.  Omdat een asurne op de schouw van een bruin café geen gebruikelijke laatste rustplaats is, wou ik dit verhaal met u delen.  Afgelopen Allerzielen stonden er geen chrysanten bij haar urne.  Die hebben er nog nooit gestaan.  Zullen er nooit staan.  Anneke wordt door haar vrienden en kennissen op een eigen manier herdacht.  Door mij met dit Katootje.         
 
Tekst en foto's : Tante Kato