Nieuwsbrief Nr. 65 - november 2011

De grafzerken in de kerk van JispVanuit Nederland ontvangen artikel over de restauratie van de grafzerken in de kerk.


De onlangs gerestaureerde kerk van Jisp (Nederland) is een rijksmonument en sinds 2006 eigendom van de Stichting Oude Hollandse Kerken. De monumentale zerkenvloer, die in de loop der tijden ernstig verzakt was, werd eerst beschreven en waar nodig gerepareerd, bijgewerkt en opnieuw gelegd. De kerk stamt uit 1822 en is destijds in de plaats gekomen van een veel oudere voorganger. Zij is voorzien van een houten tongewelf en meubilair uit het derde kwart van de 17e eeuw. Het zijn echter de fraaie oude zerken die het doel van menige excursie vormen. De vloer bestaat uit meer dan honderd grafzerken, de meeste gemaakt van een donkere, harde steensoort en voorzien van prachtige decoraties en inscripties met de namen van burgemeesters, commandeurs van walvisvaarders en olieslagers. Ze zijn voorzien van een gebeiteld nummer, dat verwijst naar de administratie van de graven, die grotendeels particulier eigendom waren. Enkele families bezaten zelfs meerdere graven in de kerk. Het verhaal achter de zerken vormt een interessante kennismaking met de rijke historie van Jisp en de Zaanstreek.

De zerk van Pieter Timmer en Stijntje Kortenaar

Hierboven is de naam Timmer genoemd. Deze naam komt voor op een grafsteen, die versierd is met een ster. Rond de ster zijn de volgende namen te lezen: P.I. Timmer en S.P. Kortenaar. Het opschrift luidt:

Hier rust ’t lichaam / van Stijntje Kortenaar / huysvrouw van / burgermeester Pieter Timmer / obiit den 10 january Ao 1772 / oud ruim 38 ½ jaar.

De zerk van Simon Cornsz. Betlehem

De naam van de familie Betlehem, ook wel Bettelem: Een van de grafzerken in de kerk kan met deze familie in verband worden gebracht. Deze zerk is voorzien van een afbeelding van een molen en een houten loods. De naam van de molen is aangeduid:

D. Keetel 1619. Boven de molen leest men: Simon Cornsz. Betlehem 1734. Het opschrift op de grafsteen luidt verder:

Hier is begraven Simon Cornsz Betlehem / in zijn leven oud burgemeester / tot Jisp / is in den Heere gerust / den 7 february Ao 1766 oud zijnde / 66 jaaren 1 maand en 6 daagen / verwagtende een zalige opstandinge / Nog is hier begraven / Aefje Willems Couwenhoven is in den Heere gerust / den 6 maart 1805 in den ouderdom / van 17 ½ jaar.

De op de grafzerk afgebeelde molen, De Ketel, behoort tot de oudste oliemolens in de Zaanstreek. De molen werd gebouwd aan de Ketelsloot. De molen zou tot 1814 in de familie blijven. In dat jaar werd de molen verkocht aan de kleinzoon van de hiervoor genoemde Pieter Timmer, die ook eigenaar was van de molen de Barnde Bok.

De zerk van Cornelis Klaasz. en Cornelis Cornz. Boom en Anna Bettelem

De zerk is versierd met een cartouche met een zandloper, een doodshoofd met het jaartal 1698, bazuinende engelen, kaarsen met blakers, een gevleugeld engelenkopje en een man, die met een zeis maait. Hieromheen de tekst: Saligh zijn de dooden die in den Heere sterven. Verder leest men de inscriptie:

Hier is begraven / Cornelis Klaasz Boom / in zijn leven vroedschap dezer plaats / in den Heere gerust den 10 october 1787 / oud zijnde 34 jaaren 9 maanden 27 dagen / verwachtende een zalige opstandinge / Nog is hier begraven / Cornelis Cornz Boom junior / is overleeden den 19 october Ao 1792 / in den ouderdom van 5 jaaren en 15 daagen / verwagtende een zalige opstandige / Als ook Anna Bettelem overl 21 october / 1805 oud zijnde 50 jaren en 9 maand.

De grafzerk is gedecoreerd met diverse doods- en vanitasmotieven. De zandloper duidt op de kortstondigheid van het leven en op het gestadig naderen van het stervensuur. Engelen met bazuinen kondigen het Laatste Oordeel aan. De zeis symboliseert de beëindiging van het leven. Het doodshoofd is uiteraard een symbool van de dood. De blakers met kaarsen verwijzen naar Christus als het licht van de wereld.

De familie der ‘Leedsetters’ van Jisp voor en na de restauratie

Twee stenen dekten het graf van ‘leedsetters’. Op een van beide wordt de stamvader van het geslacht van de Jisper ‘leedsetters’ genoemd: Taemssoon de Leedsetter / sterf int jaer ons Heere / 1606 de 29 mertius. Wij weten niets van hem af. Waarschijnlijk heeft hij het vak geleerd op een haringbuis of koopmansschip. Het varen als scheepschirurgijn was voor de beginnelingen in het vak vrij algemeen. Met het daarmee verdiende geld vestigde de inmiddels geoefende chirurgijn zich aan de wal en opende hij een praktijk als heelmeester en barbier. De ‘leedsetters’ of chirurgijnen behoorden tot de notabelen van het dorp. Het waren mannen met een goede reputatie en een behoorlijk inkomen.

Op de steen is het huismerk van Taemszoon weergeven. Een huismerk werd gebruikt als eigendomsmerk.

Op de tweede steen leest men de namen van de opvolgers van Taamszoon en hun familieleden:

Hier leyt begraven Mr. Willem Taams / Leedsetter sterf den 11 february 1613 / Nogh Mr. Jacob Cornelisz Ploegh Leedsetter / ende Mary Jans sijn huys-vrouw / hij sterf den 24 february 1644 ende sij / sterf den 8 January 1660 / Dan Mr. Jacob Ploegh, de soon / Dan Mr Cornelis Ploegh sterf 1692 / den 12 mey out 35 jaren / Nogh rust hieronder dien wijd vermaerde / ende seer beroemden man burger mr. / Mr Cornelis Jacobsz Ploegh Leedsetter / sterf den 14 mey 1696 out 72 jaren / Nog Claasje Willems syn huysvrouw / storf den 20 july 1704 out 78 jaren / Maritjen Cornelisz Ploeg obijt 30 nov / 1720 oet 59.

In de kerk in Jisp herinneren de beide grafstenen èn de geschilderde naam op een dwarsbalk van het gewelf aan de familie van de Leedsetters.

Grafsteen van Klaas Yp en Dieuwertje Mol

Deze zerk laat een iep in een cartouche zien. Deze boom verwijst naar Klaas Yp, doopsgezind leraar. Hij was getrouwd met Dieuwertje Mol, eveneens onder deze zerk begraven. Ook hun dochter Guurtje vond hier haar laatste rustplaats. Het opschrift luidt:

Hier sluymert Dieuwertje / weleer de vreugd en troost / van Yp haar egtgenoot / en van haar dierbaar kroost / een spruijt van Maarten Mol / zo braaf een afkomst waardig / de dood ontziet geen rou / hoe bitter hoe regtvaardig / gestorven 22 july 1771 oud 58 J: 5 M: 15 D: / Ook ligt hier der zelver / dogter Guurtje Ks Yp / zij stierf 16 september 1794 / oud juyst 49 jaaren / Nog ligt hier Klaas Yp / leraar der doopsgezinden / alhier gebooren 30 july 1716 / overleden den 27 february 1796 / Nog Gleyntje Klaas Yp huysvrouw van Ds Pr. van Dokkenburg / te Koog overleden 3 juny 1796 / oud 53 jaaren 8 maanden en 3 dagen.

Opmerkelijk is dat van alle in de kerk gevonden grafzerken alleen de steen van Dieuwertje met een gedicht opgesierd is. Bijzonder is ook dat het hier geen grafschrift betreft dat getuigt van geloof in een zalige toekomst, maar een tekst waarin een dierbare betreurd wordt.

Afbeelding van de Dood

De laatste zerk die hier beschreven wordt bevat een medaillon met een geraamte met een zeis en een zandloper. Aan weerszijden van het geraamte bevinden zich de letters D en I. De versiering bestaat verder uit papegaaien, een engel en een lepelaar en het jaartal 1683.

We weten niet aan wie deze zerk heeft toebehoord. Ook de betekenis van het jaartal is niet teruggevonden. Het skelet verwijst ontegenzeggelijk naar de dood. Zou de eigenaar van het graf een lid van de familie Doodt geweest zijn? De lepelaar op de zerk staat in het wapen van Jisp.
Tekst en foto's : Anke Jansen