Nieuwsbrief Nr. 65 - november 2011

AllerzielenZoals steeds rond deze periode heeft Louis Van Dyck een “denkmoment”.


Allerzielen

Als iemand deze tijd van het jaar weemoedig of neerslachtig was zei mijn moeder: “dat is het vallen van het blad…”.

Nu zijn ze bijna allen gevallen, morgen zijn we dus weer ons vrolijke zelf???

Op killige dagen durf ik weleens denken dat de aarde voor mijn part best nog wat mag opwarmen.

Onlangs was ik op een kerkhof terwijl de kerkklokken luidden voor het begin van een plechtigheid. Twee arbeiders waren een spadesteek diep gevorderd met een graf. “We halen het nog wel” zei de oudste en spuwde in de handen. Later zag ik enkel personeel van de aannemer dat het lichaam groette.

Eenmaal moeten we allen de drempel over naar de eeuwige rust.

Een dame, het graf van haar echtgenoot ijverig poetsende, heeft kennelijk nood aan een babbel. Zij merkt mijn interesse en zo verneem ik dat ze 30 jaar getrouwd waren en hij binnenkort een dagje minder zou gaan werken. Tijdens het wielrennen kreeg hij een hartstilstand. De toekomst was hiermee abrupt voorbij.

Vreemden slaan wel een arm over je heen, maar het compenseert niet. Zo zie je weer: de mensen “van voorbij”, zij blijven ons nabij in liefde en verhalen die wij zo graag herhalen … uit verdriet.

Sterven duurt maar even, de weg er heen soms veel te lang.

Zij die er nu voor de 1e maal niet meer bij zijn, staan ons weer helder voor de geest.

Ieder heeft zijn eigen doden.

Louis Van Dyck, Allerzielen 2011