Nieuwsbrief Nr. 65 - november 2011

Vzw Grafzerkje bezoekt de begraafplaats van MontmartreVerslag van de eerste van drie rondleidingen in Parijs.


Ondergetekende was bereid om de leden van de vzw Grafzerkje in Parijs te gidsen. Voor een eerste rondleiding waren 17 “zerkjes” aanwezig. Dat het geen gewone rondleiding zou worden wist ik al vlug. We waren nog niet gestart of An, onze ondervoorzitster nota bene, had al twee personen opgenoemd waarvan ze het graf wilde bezoeken en waarvan ik nog nooit had gehoord. Zij werd daarin gevolgd door Frieda die vroeg of we het graf van Carème, wie?, gingen bezoeken. Het bleek de Piet Huysentruit van 170 jaar geleden te zijn. Gelukkig stond die wel op het plan zodat we hem uiteindelijk nog konden traceren. Ludo vroeg dan weer of we schilder Gustave Wappers zijn laatste rustplaats zouden aandoen. Hier had ik meer geluk want die stond op mijn rondgang.
Gestart werd bij vader en zoon Guitry, acteurs. Een eerste “bijzonder” monument was dit voor Pierre Laurécesque, architect van de Franse ambassade te Istamboel. Het is een rechtopstaande tombe met aangezicht en voeten van, links, Pierre Laurécesque, midden Pierre Paul Charles Laurécesque 7 jaar en rechts Françoise Honorine Eugénie Peyret, 26 jaar. De twee laatsten zijn begraven in Péra. Wat verder het neo-surrealistisch werk van Richard voor dokter Guy Pitchal.
Zangeres Dalida kreeg een levensgroot, kitscherig, verguld monument. Godefroy Cavaignac, republikeins politicus ligt onder een meesterwerk van François Rude en zijn leerling Ernest Christophe. Emile Zola, schrijver van boeken zoals “Nana” en “Germinal” werd beroemd met een krantenartikel “J’accuse” waarin hij de militaire leiding beschuldigd, uit antisemitische overwegingen, bewijsmateriaal in het proces tegen Afred Dreyfuss achter te houden. Het graf bestaat nog alhoewel de stoffelijke resten, in 1912, naar het Pantheon overgebracht werden.
Schilder François Feyen ligt onder het beeld “La Cancalaise”. Dat een rondleiding voor Grafzerkjes ook een meerwaarde kan hebben bleek toen Jacqueline wist te vertellen dat een “Cancalaise” denkelijk een inwoonster van Cancal moet zijn. Henri Meilhac, librettist voor verschillende opera's van Jacques Offenbach ligt onder een treurende figuur “L'Amitié” van Albert Bartholomé terwijl Jean-Baptiste Greuze een afbeelding van zijn bekendste werk “La cruche cassée”, de gebroken kruik, van beeldhouwer Ernest Dagonet kreeg. Hector Berlioz, componist van onder meer “Symphonie fantastique” en de opera “Les Troyens”. In 2003, tweehonderd jaar na zijn geboorte, werd het plan opgevat om zijn stoffelijke resten naar het Pantheon te brengen maar van het plan werd afgezien. Achter Berlioz ligt Marie-Antoine Carême.
Geert bezorgde me er volgende informatie over: hij was een Franse chef-kok en patissier, afgod van gastronomen en schrijver van bekende boeken op het gebied van de kookkunst. Zijn opvattingen resulteerden vaak in pompeuze stukken, “pièces montées”, en andere culinaire presentaties die in die tijd thuis hoorden. Door zijn boeken, gewijd aan de kookkunst, banketbakkerij en de theorie van deze ambachten, heeft Carême een grote bijdrage aan de culinaire wereld geleverd. Velen erkennen hem als de grondlegger van de klassieke Franse keuken. Vanwege zijn diensten voor vele koningen en hertogen kreeg hij de bijnaam “Kok van koningen”. Heinrich Heine, dichter afkomstig uit Dusseldorf ligt onder een beeld van de Deen Louis Hasselriis. Het beeld heeft een hele weg afgelegd voor het hier terechtkwam. Het was eerst in het bezit van het Weense keizershof. Die bood het werk aan Dusseldorf aan. De stad hechtte weinig belang aan het beeld van de, steeds in het buitenland vertoevende, schrijver. Keizerin Sissi, een grote aanbidster van de schrijver, stelde het tentoon op het terras van haar villa “Archilleion” in Korfoe. Na haar overlijden verkreeg keizer Willem II de villa en hij liet de buste overbrengen naar Parijs. Vooraleer ik kon starten met mijn uitleg over Alphonse Baudin wist ons An al te vertellen: dat is toch man die stierf op de barricades en vette salaris van 25 frank per dag op het spel zal zetten voor de strijd en furieus reageert met zinsnede: “Zie dan hoe een man kan sterven voor 25 frank”, waarna hij wordt doorzeefd met kogels. Wanneer je Grafzerkjes in je groep hebt, heb je niemand anders nodig om je onderuit te halen. O ja, ik kon nog wel vertellen dat het een cenotaaf van de hand van Aimé Millet is waarop de kogelinslagen zichtbaar zijn en dat zijn lichaam in 1889 werd overgebracht naar het Pantheon.
Daniel Illfa Osiris, financier en filantroop. Hij schonk zijn erfenis aan het Institut Pasteur. Een enorme bronzen kopij van de Mozes van Michelangelo, van de hand van Antonin Mercié, staat op het graf hij werd gegoten door Fernand Barbedienne. Na een stevige klim bereikten we het graf voor Alexandre Dumas, schrijver. Hij is de zoon van Alexandre Dumas, de schrijver van “de drie musketiers” en “de graaf van Monte Christo”. Zijn bekendste werk is “La Dame aux camélias”, het verhaal van een prostituee Marguerite Gautier die sterft aan tuberculose vlak nadat ze haar ware liefde heeft ontdekt. De hoofdpersoon heeft echt bestaan en heette Maria du Plessis, een dure courtisane die in de hoogste kringen vertoefde. Als zij ongesteld was droeg zij, als teken dat ze niet beschikbaar was, een rode camelia met zich mee. Ze koos deze bloem niet alleen omdat hij duur was maar ook omdat hij niet geurde. Dit laatste was van belang want du Plessis leed aan tuberculose en kon geen sterke geuren verdragen. Ook hier was An mij eens te meer te snel af want ze wist te vertellen dat du Plessis hier ook begraven werd. Een bronzen allegorie “La Douleur”, van de hand van moeder Didsbury voor haar op 20-jarige leeftijd gestorven zoon Robert. An ging op haar elan verder want vóór we er waren merkte zij op dat de schildersbroers Scheffer, uit Dordrecht afkomstig ook op Montmartre lagen.
Laure Permon gravin D’Abrantès was een jeugdvriendin van Napoleon Bonaparte. Ze trouwt met generaal Junot. Nadat zij zich tegen Napoleon gekeerd heeft, verbant hij haar uit de stad Parijs. Ze neemt wraak door na zijn dood haar 18-delige memoires te schrijven, waarin ze hem in belachelijk maakt. Op het graf een marmeren medaillon van David d’Angers. Een mooi beeld op de laatste rustplaats voor danser Vaslav Fomitsj Nijinsky. Hij studeert in Sint Petersburg. In 1909 is hij de ster van het, door zijn minnaar Diaghilew, geleide “Ballet Russe”. In 1913 ontslaat die Nijinsky omdat die trouwt met een Hongaarse danseres. Hij wordt begraven op de Londense Sint Marylebonebegraafplaats en drie jaar later overgebracht naar Montmartre. Jacques Grancher was specialist op gebied van tuberculose. Alphonse de Neuville, schilder van gevechtstaferelen. De buste en het beeld “Frankrijk in de rouw” zijn van Françis de Saint Vidal. Gravin Potocka-Soltikoff ligt in een recent gerestaureerde kapel van de hand van de daarnaast gelegen Jacques Hittorf. Edgard Degas was impressionistisch schilder met als favoriete thema’s ballet en theater. De familie vond “de Gas” deftiger klinken.
Hierna kwamen de Belgen aan de beurt met de reeds eerder, door Ludo aangevraagde, Gustave Wappers, kunstschilder en pionier van de romantiek. Ook directeur van de Antwerpse academie. In 1847 tot baron verheven. In 1852 geeft hij, vrijwillig, zijn ontslag als directeur en trekt naar Parijs en wat verder de uit Dinant afkomstige uitvinder van de saxofoon Adolphe Sax. Léon Foucault, fysicus en bekend van de slingerproef kreeg een buste van de hand van Charles Garnier. De slingerproef vond plaats in het Pantheon in 1851. Met die proef bewijst hij dat de aarde om zijn as roteert.
Léon Delibes, componist van komische opera’s en het ballet “Coppelia” en wat verder Jacques Offenbach, de uit Keulen afkomstige operettekoning. Bekendste werken “Orpheus in de onderwereld”, “La vie Parisienne” en “Hoffmann’s vertellingen”. Het beeld is van Jules Franceschi. Eigenaardig is het dat op het graf een kruis staat alhoewel Offenbach een jood was. Men wees mij erop dat Jacqueline die wegens haar knieproblemen een stoeltje meezeulde maar ook steeds achterop raakte omdat ze veel foto’s nam en steeds haar stoeltje neerpootte op het moment dat ik met mijn uitleg gedaan had en verder stapte. Bij het enorm bronzen mannelijk naakt “de worstelaar” voor Jean Bauchet vond ik het gepast om te wachten tot Jacqueline, gezeten op haar stoeltje, op de eerste rij kon plaatsnemen en kon genieten. Heel recent vernam ik dat binnenin de enorme grafkapel Kollitsch + Marc Lejeune een prachtig interieur te bewonderen was. Enkel de grootsten onder de Grafzerkjes konden ervan genieten en dan nog was de kwaliteit heel pover.
Edmond en Jules de Goncourt waren schrijvers. Bij het overlijden van hun ouders blijft er voor de broers een dermate grote erfenis achter dat ze de rest van hun leven niet meer hoeven te werken. Edmond bepaalde aan het eind van zijn leven dat zijn fortuin moet ondergebracht worden bij de “Academie Goncourt”, een door hem gevormd literair genootschap dat jaarlijks een prijs toekent aan het beste prozawerk dat verschenen is. De “prix Goncourt” bestaat uit een symbolisch bedrag van 50 Franse frank en geldt als een der belangrijkste letterkundige prijzen in Frankrijk. Vlakbij ligt Margaret Kelly. In 1932 stichtte zij de Bluebell Girls. Die maken nog steeds (hopelijk niet meer met de danseressen uit 1932) deel uit van het programma van de Parijse Lido. Spijtige zaak: Het bronzen borstbeeld werd gestolen. Michel Berger, componist onder ander van “Starmania”, rockopera, zanger en de echtgenoot van zangeres France Gall. Stendhal, schrijver van onder meer “Le rouge et le noir”. Een medaillon naar David d' Angers siert zijn graf. De spreuk “Leven, liefhebben, Milanees zijn”, verwijst naar zijn liefde voor Italië. André Marie Ampère, fysicus bekend van zijn werk op gebied van elektromagnetisme en elektrodynamica en uitvinder van onder meer de galvanometer. Zijn naam is verbonden aan de meeteenheid voor elektrische stroom. Toch nog een link met België: Pauline Viardot- Garcia was contra-alt en de zuster van La Malibran die we kennen van de Lakense begraafplaats. Het monument werd gemaakt voor zijn dochter Anja. Maria Desraimes was feministe en letterkundige. In 1882 werd zij als eerste vrouw ingewijd in de loge. Zij lag aan de basis van de oprichting van “le droit humain”, verwezenlijking die ze zelf niet meer kon meemaken.
We passeerden nog langs Louise Weber, danseres bekend als La Goulue. Zij creëerde de French Can Can met aan de overzijde een groot naakt mannenbeeld, vergelijkbaar met, “de herder” van Paul Landowski voor Otto Klaus Preis, kunstverzamelaar en mecenas. Alphonsine du Plessis, minnares van Alexandre Dumas en zijn inspiratiebron voor “La dame aux Camélias” ligt naast Jean Claude Brialy, Frans acteur, realisateur en scenarist.
Een van de pioniers in de Nouvelle Vaguefilms. Op het eind ontdekte Frieda nog een graf voor een de Saxe-Coburg-Gotha. Ook hier gaf haar zoon Geert de nodige bijkomende informatie: Ze werd geboren als Konstanze Gieger te Oostenrijk en was een componiste en actrice. Ze ging een huwelijk aan onder zijn stand met de neef van Leopold I van België, Leopold Franz van Saksen-Coburg-Gotha. Hij was eerst de huwelijkskandidaat voor de Spaanse Koningin Isabella II maar dit stuitte op verzet van de grote mogendheden want anders had onze Leopold op al de tronen een familielid zitten, Bulgarije, Engeland, België en Portugal. Op de dag van haar huwelijk werd ze door Hertog Ernst II van Saksen-Coburg-Gotha tot “Freifrau von Ruttenstein” verheven. Op de huwelijksdag verscheen er niemand van zijn familie maar haar familie en kunstvrienden kwamen talrijk op. Gedurende jaren hadden ze een enge vriendschap met Johan Strauss die zelfs een wals aan hen wijdde namelijk “Grillenbanner opus 247”. Het wijst op de grillige verhouding tussen zijn familie en haar. Andere vrienden van het koppel waren onder andere Alexander Giraldi, Sarah Bernhardt, Benoit Constant Coquelin en Josephine Gallmeyer. Het paar leefde afwisselend in Wenen, Gotha en in de villa Constance te Parijs. Hij stierf in 1884 te Wenen en ligt begraven in het Mausoleum te Coburg. Ze hadden samen één zoon Franz. Het was een leerrijke middag, niet alleen voor de deelnemers maar ook voor mezelf die toch weer enkele dingen bijleerde.
Na afloop gingen een groot aantal “zerkjes” nog gezellig nakaarten bij een drankje.
Jacques Buermans
Foto’s: Livia Lecompte, Ria Vaes, Theo Heremans, Geert Janssens.

In een volgende Nieuwsbrief: deel II: Montparnasse.