Nieuwsbrief Nr. 65 - november 2011

Begraafplaats AalstMartin Demedts pende een uitgebreid verslag neer.


Op zaterdag 24 september bezochten een 15-tal Grafzerkjes de stedelijke begraafplaats van Aalst. Het was prachtig weer. Gids Lutgarde De Ridder is een geboren en getogen ajuin en leerkracht Nederlands, ze plaatste de grote figuren BOON en DAENS in een passend kader.
Het industriestadje Aalst kende in de negentiende eeuw een snelle toename van de bevolking en groeide van een agrarische gemeenschap uit tot een centrum van textielindustrie. De stedelijke begraafplaats is altijd te klein geweest om die groei op te vangen.

Aan de ingang beginnen we onze rondleiding bij het sobere graf van Louis Paul BOON (1912-1979). Dat ‘vies vuil ventje’, zoals ze hem in Aalst noemen, heeft een plaats naast de grote drie literatoren uit Nederland, W.F. Hermans, G. Reve en H. Mulish. Boon was verankerd aan zijn stad en haar geschiedenis. Hij doorbrak taboes en durfde zijn dromen uitschrijven. Boontje zei “dat hij zich jarenlang had vastgebeten in een pastoor (Priester Daens) en hij nu over seks zou schrijven”.
Voor Louis Paul Boon was op de eerste plaats komen niet belangrijk, hij ligt toevallig vooraan op het kerkhof. Wel wilde hij de eerste plaats … op café. Boon wilde schilder worden, maar had niet voldoende talent. Hij verdiende eerst als gevelschilder en later als journalist de kost. Leuk detail: de gids heeft als kind nog op de schoot van Louis Paul Boon gezeten.

Leo de BETHUNE behoorde tot de Aalsterse tak van een bekende familie. Hij was een conservatieve katholiek. In 1894 werd hij bij de verkiezingen verslagen door priester Adolf Daens. Hij schakelde de pauselijke nuntius en koning Leopold II in, zodat Daens zich in Rome moest verantwoorden. De paus haalde zijn handen af van deze zaak, ze werd door de curie behandeld. Dat was een kleine overwinning voor de christen democraten.
Piotto LEEMBERGER was een zigeuner. Op het graf zien we een woonwagen en twee egels. Zigeuners zijn verlekkerd op egelvlees dat ze in klei roosteren.
De Hospitaalzusters van Aalst liggen begraven tussen de mensen van Aalst, ze dienden de lokale gemeenschap.
De familie VANDERSMISSEN was een respectabele familie van textielbaronnen. Zoon Gustave maakte de familie te schande: hij stortte zich, ondanks het verzet van de familie, in een passioneel huwelijk met Alice Renaud, die hij in een danszaal ontmoette. Deze dame nam het niet zo nauw met de echtelijke trouw.

De spanningen tussen man en vrouw kenden een dramatische afloop. In de nacht van 3 op 4 februari 1886 schoot Vandersmissen zijn revolver af op Renaud. Dertien dagen later zou zij aan de verwondingen bezwijken. De moord en het daaropvolgend proces beroerden maandenlang de publieke opinie. Begin juni 1886 veroordeelde het assisenhof van Brabant Vandersmissen tot 15 jaar gevangenis.

Na een paar jaar kwam hij vrij onder de wet Lejeune. Een staaltje van klassenjustitie: een arbeider kwam er in die tijd niet zo goedkoop van af.

Het graf van de familie JELIE (eigenlijk Jolie), eigenaars van drie ‘filatures’, is een gemetste kelder met nissen voor 48 personen. Er zijn zes mannen nodig om de ingang vrij te maken bij een begrafenis.
Johannes COLINET studeerde taalkunde in Leuven en werd er professor. Hij schreef een grammatica van het Aalsterse dialect.

We bevinden ons achteraan op de begraafplaats. Er staat een afgietsel van een Keltisch kruis met een blauwvoet, ontworpen door Joe English. Vele Vlaamse soldaten van de eerste wereldoorlog rusten in een dergelijk graf. Er worden hier ook een paar stèles bewaard die anders na hun verwijdering zouden verdwijnen.
Politieagent Luc SCHAMP werd in 1992 afgemaakt bij een overval op de Colruyt in Aalst. In 2007 ontstond er veel ophef in Aalst toen zijn moordenaar Guy Oste vroeg om voorwaardelijk vrij te komen.
Gustaaf PAPE (1857-1920), een landmeter, werd in Aalst beschouwd als de nieuwe Mozart. De stad betaalde zijn muzikale opleiding. Hij schreef verdienstelijke liederboeken en organiseerde zangavonden.
Dokter BAUWENS studeerde af met de hoogste onderscheiding. Hij was een vooraanstaand wetenschapper die het medisch jargon in begrijpelijk Nederlands kon verwoorden. Hij was ook Vlaamsvoelend. Dokter Bauwens was altijd in het zwart gekleed en droeg een buishoed.

Pieter DE BRUYNE (1931-1982) was een binnenhuisarchitect die betaalbare designmeubels ontwierp, het ‘ sociale meubel’. Een paar van zijn ideeën, wit als kleur in de keuken, een kookeiland, werden door anderen verzilverd. Hij was ook bezeten door de Egyptische kunst. In het Designmuseum te Gent vindt u werk van Pieter De Bruyne.
De grootste vliegtuigramp ooit in ons land vond plaats in Berg, vlakbij Zaventem, op 15 februari 1961. Bij het tragische ongeval kwam de Aalsterse airhostess Jacqueline ROMBAUT om het leven. Aan boord bevond zich de volledige ploeg ijsschaatsers van de Verenigde Staten. De Amerikanen moesten een volledig nieuw team bouwen.
Priester Adolf DAENS (1839-1907). Deze grote man was christelijk geïnspireerd en sterk sociaal bewogen.
Als priester beriep hij zich op de waarden van het evangelie en de encycliek Rerum Novarum. Vandaag zouden we het geloof in de naastenliefde misschien iets te wollig vinden.

Adolf Daens werd verkozen voor de Christelijke Volkspartij. Als democraat ijverde hij voor het algemeen enkelvoudig stemrecht en de proportionele vertegenwoordiging. In Aalst hadden 14000 van de 22000 inwoners honger, vooral arbeiders. Hij was geen socialist. Die vond hij antigodsdienstig.

Daens was een overtuigd Vlaming. Hij ijverde voor Nederlandstalig middelbaar onderwijs en was voor de vernederlandsing van de universiteit van Gent.

Daens werd “gekloot” (sorry voor deze uitdrukking) door de conservatieve katholieken. Op zijn sterfbed moest hij een brief tekenen dat hij alleen verantwoordelijk was voor de mistoestanden in de kerk. Hij werd begraven tijdens een vroege kerkdienst, op het kerkhof waren gezangen en toespraken niet toegelaten. Er mocht wel gebeden worden. “Het Onze Vader heeft nooit zo luid geklonken.”, zegden ze in Aalst.

Zijn grafmonument werd opgetrokken met giften van gewone mensen van het ‘werkende volk’.

Op 9 november 1985 werd de Delhaize van Aalst overvallen door de bende van Nijvel. Deze gewelddadige overval heeft een groot impact gehad in Aalst.
Een opeenstapeling van blunders: het was bekend dat rond het sluitingsuur een groot risico bestond, er was maar één warenhuis meer open. Et werd één ongewapende patrouille op afgestuurd. Het nationale alarm werd gegeven door een ambulance.

De nabestaanden hebben 15 jaar op een vergoeding moeten wachten.

Op het perk van de burgerslachtoffers van de eerste wereldoorlog vinden we kruisen die elders werden verwijderd. Een mooi initiatief van het stadsbestuur.

Valerius DE SAEDELEER (1862-1941), een artistiek verhaal, een grote liefde. Hij werkte overdag op de fabriek en volgde ’s avonds academie in Gent. Hij brak met zijn familie en leefde van de arbeid van zijn vrouw Clementine Limpens. Toen hij als schilder in de Leiestreek doorbrak kon hij het eerste geld dat hij zelf verdiende als kunstschilder niet meer aan zijn grote liefde schenken, zijn ‘Clemke’ was net overleden.
Jozef VAN OVERSTRAETEN (1896-1986) is een bekende naam. Hij was voorzitter van de VAB/VTB. Hoewel hij zich niet te verwijten had, kreeg hij problemen op het einde van de tweede wereldoorlog. Hij werd gezocht door de bende van Louis ‘Pistool’ De Wilde. Omdat hij niet thuis was, vermoordde de bende Herman De Vos.
Etienne de BETHUNE-SULLY liet zich op 59(!)-jarige leeftijd adopteren door mademoiselle de Sully om zijn adellijke titel terug te krijgen.
Pierre CORNELIS (-DE SAEDELEER) was schepen van ravitaillering tijdens de tweede wereldoorlog. Hij werd thuis doodgeschoten, zijn laatste woorden waren: “Dat heb ik niet verdiend”. Op het graf prijkt een ontroerend dodenmasker.
Albert LIENART werd heel jong minister. Hij was voorstander van de doodstraf.
We besluiten de funeraire wandeling aan het graf van William OSBORNE (+1944). Hij kreeg amper 4 uur opleiding als piloot en kwam in de problemen boven Aalst.
Aalst, stad met een geschiedenis vol passie en tegenstellingen. Een interessante stad, een boeiende rondleiding.

Martin Demedts
Foto’s: Rina Reniers, Leo Rondelez, Jacques Buermans