Nieuwsbrief Nr. 64 - september 2011

An Hernalsteen zet ons, alweer, op het verkeerde beenlaatste dag van de Gentse feesten met een rondleiding en “nen dreupel”.


“De wereld afgebeeld, schilders en ander fraais in mijnen hof” zo kondigde An haar rondleiding tijdens de Gentse feesten aan. Op maandag waren er niet minder dan 60 “fans” opgedoken.
Na haar traditionele rondgang met de Tupperwarepot, zo kan An grafmonumenten laten restaureren, en haar even traditionele inleiding, iedereen zit te wachten tot ze het over haar “vriend” bisschop Bracq heeft, begon de eigenlijke rondleiding. Niks schilders wel “de invloed van fotografen op schilders en de invloed schilderijen op fotografen”. De paniek bij de schilders startte, volgens An, wanneer fotografen portretten begonnen te maken. In 1862 was er zelf een voorstel om fotografie NIET te aanvaarden als kunst. De fotograaf neemt poses over van de schilderkunst omdat in den beginne het heel lang duurde voor een foto tot stand kwam. Gebeeldhouwde portretten maken plaats voor porseleinen foto’s. Georges Buysse was industrieel en schilder. Door het uitbundig benadrukken van licht en lichteffecten benaderde hij de schilderkunst als een fotograaf. Desiré Van Monckhoven illustreerde zijn boekwerken en werd later een expert inzake fotografie. Als scheikundige had hij een fabriek in fotomateriaal. Hij ontwikkelde een dialytische vergroter, een apparaat van meer dan drie meter lang, waarop hij een patent nam. Bij het graf van Hippolyte Metdepenningen toonde An dat diens broer Maurice Metdepenningen een foto maakte bijna identiek aan het grafmonument.
Nestor Schaffers stond eerst vermeld in de beroepengids als fotograaf, later als portretmaker en nog later als lichttekenaar. Zijn graf is verdwenen. Theodoor Canneel is de enige schilder met naam die op de lijst van fotograferen voorkomt. Ook zijn graf verdween maar de plaats is nog steeds zichtbaar. Gustave Vanaise was schilder. Een van zijn bekendste werken was over “ne moor””??? zo zegde onze gids. Ik dacht aan een fluitketel maar het bleek over “de Moor” te gaan, een schilderij met de naam “de neger en ik”.
Schilder Cesar De Cock kwam in Parijs in contact met de school van Barbizon. Naast schilderkunst was hij ook bezig met fotografie. Charles Van Loo werd wegens wangedrag uit de academie gesmeten maar werd later terug aanvaard en werd een voorbeeldig leerling. Hij legde zich toe op portretten en begon later een fotoatelier. Hij specialiseerde zich in post mortemfotografie. Een aantal van de aanwezigen vond dit maar een luguber gegeven maar An toonde aan hoe intiem, met oog voor detail zulk een foto kan zijn.
Gust De Vylder was denkelijk de auteur van het eerste boek over fotografie in het Nederlands en in het Frans. De Vylder bevestigde dat fotografie kunst was. Adolf Neyt was een wetenschapper die fotografie ontdekte. Als astronoom maakte hij afbeeldingen van de maan maar hij maakte ook foto’s van micro-organismen onder een microscoop. Jean Delvin was schilder, directeur van de academie en paardenliefhebber. Zijn werk “de garnaalvissers” is wereldbekend. Hier bleek ook dat foto’s gebezigd werden om schilderwerken te maken. Delvin gaf ook een boekje uit met raadgevingen voor modellen: hoe zich te kleden, wat ze met hun kapsel moeten aanvangen en dies meer. Eindigen deed An bij “het monstre sacré van de Gentse fotografie”: Edmond Sacré. Hij liet een zeer divers oeuvre na met portretten, landschappen, straatbeelden en opnamen van gebouwen en evenementen. Zijn foto’s tonen de grondige transformatie die Gent rond de vorige eeuwwisseling onderging.
En dan was het tijd voor de traditionele “dreupel”. Alhoewel er geen reden was tot vieren want de vrijwilligers hadden het werk een beetje onderschat maar ze beloofden om binnen enkele weken alles voor mekaar te krijgen. Dus werd er dit jaar al gedronken op het “bijna-af monument” en hopen we in 2012 te kunnen drinken op het gerestaureerde grafmonument. Ik kijk er al naar uit.
Tekst en foto's : Jacques Buermans