Nieuwsbrief Nr. 64 - september 2011

Trip naar Frankrijk met enkele topbegraafplaatsenhet Noorden van Frankrijk.


Na mijn vorige bijdrage, de neerslag van mijn trip met mijn Haremm, Heer Alleen Reist Enkel Met Meisjes, waar ik had over enkele funeralia, de chapelle Royale en de begraafplaatsen van Tours en Rouen bevinden we ons deze keer meer in het Noorden.

Amiens. Bezoek aan de begraafplaats La Madeleine. Commandant Vogel kwam om tijdens het beleg van de citadel in 1870. Jean-Baptiste Autier was arts. Op het graf staat dochter Victorine met de medailles die ze verdiende tijdens de Frans – Duitse oorlog van 1870 – 1871. Jean Marest. Alexandre Lapostolle was professor die van vele markten thuis was. Bekendst werd hij door het uitvinden van bliksemafleiders.

Baron Morgan de Belloy was burgemeester van Amiens. Tattegrain kreeg pleuranten op zijn graf. Marguerite Liesse.Bekendste bewoners is Jules Verne, schrijver. Hij komt als het ware uit zijn graf. Zijn lichaam is dit van een dertigjarige (leeftijd waarop Christus verrees), zijn gelaat geeft de juiste leeftijd van Jules Verne.
Louis Cheussey was stadsarchitect. Hij ontwierp de begraafplaats La Madeleine. Bruno Vasseur overleed na een val tijdens zijn werkzaamheden als dakwerker aan de kathedraal. Hij ligt onder een steen die van een andere dodenakker komt en die Vasseur gekocht had.
De familie Duthoit leverde met Edmond en Louis architecten, Adrien was schilder, Louis beeldhouwer en hier ligt ook nog Geneviève Pauchat met de pelikaan die in zijn eigen lichaam prikt om zijn jongen te voeden.
Lecocq. Bij een volgend graf zou je, André Chabot – de man die verhalen “fantaseert” –, indachtig een verhaal kunnen verzinnen: rechtse dame: “verdorie, heb ik die zerk toch uit mijn handen laten glippen”, linkse dame: “oef, gelukkig juist naast mijn grote teen”. De familie Corroyer leverde een burgemeester. En het graf een putti.
Een grote stenen vlag op de cenotaaf voor twee brandweerlieden die in 1893 omkwamen. Luc Dubar was directeur aan de rechtsfaculteit. Zijn monument is van Leon Lamotte. Frederic Petit was burgemeester.
Daarnaast politicus Jules BarniGrimauxTheophile Bois en zijn echtgenote kijken niet echt gelukkig. 
Arras. Een perk voor de militairen, omgekeerde zwaarden, met een beeld. Flavie Blanchot werd slechts vier dagen oud. Een, van buiten uit, mooie grafkapel met op de hoeken jachthonden voor Benjamin Capet die maar 20 jaar oud werd.
Amedée en Emile Doutremépuich waren industriëlen. Een monument voor de gesneuvelden van de Frans – Duitse oorlog van 1870 – 1871. De bekendste bewoonster is weduwe Grandguillaume die levensgroot in brons werd afgebeeld in gebed geknield op een bidstoel. Parijs kent Père Lachaise, hier spreekt men over “Mère Lachaise”?
Florent Robert maakte het beeld voor het graf van zijn familie. Frederic Degeorge was drukker en vrijmetselaar. Het beeld heeft enkele kogelinslagen.
Lille: Cimetière de l’est te Lille. De vriendelijke bediende aan de ingang bezorgde de nodige informatie en een plan en zegde ons dat fotograferen verboden was. Gehoorzaam als wij zijn fotografeerden wij dus niet … de eerste 50 meter. Joseph Willot, lag 51 meter van de ingang verwijderd, was apotheker. Louis Cornillot was confiseur. Ferdinand Capelle was professor aan het conservatorium en dirigent van een harmonie. Edmond Riquier was zanger.
Emile Dubuisson was architect. De symbolen van zijn beroep staan op het grafmonument. Victor Watrelot was korporaal bij de brandweer en overleed in dienst op 2-3-1885. Louis Carpentier was professor aan het conservatorium. Charles Muliekreeg een imposant grafmonument.
Albert Darcq was beeldhouwer en directeur aan de school der schone kunsten. Glas in lood op de laatste rustplaats voor Maurice Fasseu die gewond raakte tijdens W. O. I. Anatole Descamps en Reuflet kregen een kanjer van een monument evenals Leon Faidherbe, generaal en gouverneur van Senegal. Thijs was schilder en de attributen van zijn beroep werden prachtig uitgebeeld.
Philippe Cannissie was architect. Hier zie je ook wet men doet om verval van grafmonumenten te voorkomen. Delebart enCasse kregen een mooie grafkapel.
Op het graf Hirschmann troffen we een putti aan. Een groot monument is, denkelijk, een caveau provisoire.
Honoré Voisin kreeg een gesluierde vrouw op zijn graf. Op het graf voor advokaat Eugene Roche staat Eugene in vol ornaat. Bij Salomon Koch en de familie Kern zijn we op het Joodse gedeelte aanbeland.
Terug aan de hoofdingang en met niemand in het lokaal kon er op los gefotografeerd worden. Jacques Gibout lag wat verscholen achter het groen. Charles Saint Venant was ooit burgemeester. Alfred Quesnay was muziekleraar. Vermeulen enAntoine Brasseur waren weldoeners van de stad.
De caveau lillois bevat namen van een aantal zangers die in het lokaal dialect zongen. Op haar graf bespeelt Eliza Doutrelonde cello terwijl Edmond Deren de klarinet hanteert. Op het graf Assoignion een gesluierde vrouw die zich aan het kruis vastklampt.
Maurice Planque en Victor Druez kijken, in brons, ons toe. Charles Manso was dichter.

Jacques Buermans

Foto’s: Ria Vaes, Rina Reniers en Jacques Buermans