Nieuwsbrief Nr. 64 - september 2011

Centrale begraafplaats Assebroek – Bruggeonze eerste rondleiding ooit werd herhaald.


10 jaar geleden startte vzw Grafzerkje haar tweemaandelijkse rondleidingen aan de Kerkhofblommenstraat met een wandeling over de 12 ha van deze aantrekkelijke Brugse Centrale dodenakker.  Een aantal jaren later tekenden we opnieuw present naar aanleiding van onze Jaarvergadering 2007 in West-Vlaanderen.  Driemaal is scheepsrecht en gids Geert Gruyaert stond nu dan ook voor de uitdaging om een nieuwe invalshoek te verzinnen voor een stevige groep van 20 tafofielen.  Hij deed dit met brio en koos als rode draad de dichtbundel “Kerkhofblommen” van de hier in een praalgraf begraven Vlaams bewogen priesterdichter en leraar Guido Gezelle (mei 1830 – november 1899).  Bovendien werd Geert geflankeerd door Fernand Deduytsche,  geïnspireerd beheerder van dit  groene openluchtmuseum met pareltjes van monumenten.

Gezelle was in de periode 1857-1860  leraar en klastitularis van de poësis aan het Klein Seminarie van Roeselare.   Na een slepende ziekte overleed zijn 18-jarige leerling Eduard Van den Bussche.  Om waardig afscheid te nemen maakte de klas een voettocht van ruim 10 kilometer van  Roeselare naar Staden om de begrafenis van Eduard bij te wonen.  Gezelle verwerkte dit emotioneel gebeuren in zijn dichtbundel “Kerkhofblommen” en gids Geert citeerde tijdens de rondleiding regelmatig uit dit werk.

We starten de rondleiding, net zoals 10 jaar geleden,aan de Kerkhofblommenstraat voor het originele oude witte poortgebouw en hebben zo een mooie doorkijk op de centrale beukendreef van het oudste stuk van de begraafplaats.  We kunnen kijken tot aan het kalvariekruis.  Eénmaal intramuros is het, ook voor hen die deze begraafplaats voor het eerst bezoeken, duidelijk dat we een vrij geometrische landschapsbegraafplaats  met rijke beplanting en knappe architecturale hoogstandjes gaan bewonderen.  We gaan vooral de neostijlen tegenkomen. 
Ondanks de voorafgaande regen, houden we het droog tijdens de rondleiding, een waterzonnetje zal af en toe door de bomen en ander groen heen prikken en zo extra glans geven aan de symboliek op de grafmonumenten.  We zullen de charme van deze dodenakker voelen en het kindergrafje van Huguette Crousel, helemaal  gewrongen tussen de alsmaar steviger wordende wortels van de bomen, kan hier model voor staan.  Maar niet alle bomen zijn even sterk, ook bomen kunnen ziek worden en sterven.  Regelmatig moet er dan ook ééntje noodgedwongen gerooid worden.  We zien enkele beschadigde monumenten doordat stukken van bomen het begeven hebben, alhoewel enkele beschadigingen het gevolg blijken te zijn van vroeger oorlogsgeweld.

Op het oudere deel van de begraafplaats zijn vele monumenten  behoorlijk bedekt met korstmos.  Op één van de vorige rondleidingen werd beweerd dat er al  meer dan 60 verschillende korstmossoorten geteld zijn.  Ons idee : mooi bemost laten, zeker niet ontmossen !   Opvallend graf in deze zone is dit van Creyf – Dekeersgieter.  Een mooi memento mori : ”heden mij, morgen gij”.  Bovendien gesierd met de interessante en minder vaak voorkomende symboliek van de gecombineerde zeis en de spade, die we wat verderop nog eens gaan tegenkomen.   In dit oudere deel is ook plaats gemaakt voor Irma Laplasse (geboren Swartvaegher).  Zij werd in  mei 1945 gefusilleerd wegens verraad. Ik laat me vertellen dat er aan dit graf een jaarlijkse herdenking plaatsvindt, waarop ook altijd de staatsveiligheid aanwezig is.

Via het graf van Achieltje Van Raepenbosch (amper twee geworden), trekken we voorbij een hele rij kindergrafjes op het oude gedeelte naar het “Engelse” geuzenkerkhof waar we lezen ‘In the midst of life we are death’.
Dit stukje ongewijde grond werd destijds vooral voorbehouden voor het begraven van overleden leden van de protestantse Engelse kolonie die in Brugge en omgeving vertoefde.  Wel niet uitsluitend Engelsen want er staat hier ook nog een forse herdenkingssteen uit 1915 voor de 871 Duitse militairen die hier begraven werden maar later werden overgebracht naar het Duitse militaire kerkhof in Vladslo, waar ook de zoon van Kate Kolwitz begraven is.  Ouder en nieuwer mag op deze begraafplaats wel wat door elkaar lopen.  Dichtbij zien we het recentere graf van de ouders van
Herr Seele (duizendpoot, ondermeer bekend als tekenaar van de strip Cowboy Henk) en het aandenken aan de in 2003 overleden Ester Verbeke.  Naast de klassieke alfa en omega, vinden we op deze steen ook een heel mooi kaligrafisch in een cirkel gevlochten G, O en D om te refereren naar God.  Geert vindt dit een mooie locatie om het bidprentje van Gezelles overleden leerling Eduard Van den Bussche te lezen.

Begin van de jaren 1980 is het lapidarium gebouwd.  Het kreeg enkele jaren terecht de architecturale Baksteenprijs.  Het is met zijn diverse met elkaar verbonden binnenpleinen mooi geïntegreerd in het Engelse geuzenkerkhof en vormt enerzijds een besloten tentoonstellingsruimte voor de oude kruisen, porseleinen foto’s en overblijfsels van grafmonumenten en anderzijds een ideale educatieve ruimte met panelen over begraven en begrafenisrituelen  in Brugge door de tijd heen.  Al dit educatief materiaal hebben we niet gelezen maar we vinden alvast wat terug over het gebruik van de loden broodpenningen in de 18° eeuw en de evolutie door de tijd van de lijkkoetsen en de corbeillards.  Een geschikte plaats om Gezelles gedicht over de witte wagen, de menner en de trekpaarden Baai en Blesse te aanhoren.  Een treffend funerair gedicht waarvan de tekst in deze nieuwsbrief wel een aparte plaats zou mogen krijgen.

Vanaf het graf van de familie Chantrell naar de toch wel imposante kapel van de kanunikken zien we heel wat voorbeelden van hergebruik.  Brugge was terzake pionier in Vlaanderen en kreeg later navolging van andere gemeenten. Bij hergebruik worden de resten van de overledenen uit de verlopen concessies verwijderd en overgebracht naar het ossuarium.  Normaal moeten de namen van de geruimde overledenen op het monument zichtbaar blijven.  Alhoewel dit niet altijd correct nageleefd wordt, zien we toch ook enkele mooie resultaten door het gebruik van glas.  De vroegere inscripties worden op deze manier immers bewaard op de steen en de namen van de hergebruikers komen op het glas te staan.

Aan de kapel van de kanunniken staat het vroegere grafmonument De Witte – Jonckheere dat herbestemd werd voor Carlos (+2008) en zijn levenspartner Christophe.
Een mooi voorbeeld van herbestemming, behoud van originele inscripties met aanvulling in de steen van de namen van de hergebruikers.
Gezelles gedicht  ‘Antwoorde aan een vriend’ wordt hier ten gehore gebracht.  Gezelle zou dit gedicht geschreven hebben voor zijn leerling Eugeen van Oye na het lezen van een brief waarin deze zijn leedwezen uitspreekt over een misstap.  We hebben het raden naar de misstap.

Tijdens een verdere uitbreiding  van de begraafplaats, tweede helft 19° eeuw, wordt ook de door Jean-Baptiste Bethune ontworpen neogotische kapel van de kanunniken gebouwd. De kapel was bestemd voor  de  graven van de kanunniken van de Sint-Salvatorskathedraal en de vanaf 1895 aangestelde Brugse bisschoppen.  Dankzij beheerder Fernand kunnen we in de crypte afdalen en zien we ruimte voor een honderdtal overledenen.  De resten van de 5 hier ooit begraven bisschoppen zijn ondertussen niet meer aanwezig.  Zij zijn in 2002 herbegraven bij hun voorgangers in de grafkelder van de Brugse Sint-Salvatorskathedraal.

We hebben in de omgeving van deze kapittelkapel nog verschillende interessante graven gezien.  Teveel om op te noemen daarom  hierna een kleine selectie.
In afwachting van zijn definitieve rustplaats vond de overleden Guido Gezelle gedurende 7 jaar een onderkomen in de grafkelder van het monument voor apotheker De Wolf.
Dichtbij dit monument zien we ook de huidige rustplaats van dokter Paul Vertongen met een mooie uitgewerkte modernere symboliek van het ‘omdraaien van de bladzijde’.
De Brugse stadsarchitect Louis de Lacenserie is zeer sober begraven.  Hij was nochtans ooit laureaat van de Prix de Rome en de ontwerper van het heel wat minder sobere Antwerps Centraal Station.
Wat verderop komen we trouwens het mooi uitgewerkte graf en wapenschild met griffioenen van
Leopold Legillon tegen.  Ook dit is een ontwerp van de net vermelde architect Lacenserie.

Op de 5 ha grote Belgische militaire begraafplaats wordt al snel een boompje opgezet over de originele Belgische vlag.  Blijkt dat bij de onafhankelijkheid in 1830  in Brussel de horizontaal gestreepte rood-geel-zwarte Brabantse vlag werd uitgehangen.  In 1831 werd besloten om de horizontale lijnen van de Brabantse vlag te vervangen door verticale lijnen omdat de horizontale lijnen teveel aan Nederland deden denken.  De kleuren rood, geel, zwart werden evenwel per ongeluk door elkaar gehaald en uiteindelijk kwam zwart tegen de mast met daarnaast  geel en rood.
Op de graven op de Commonwealth Wargraves zien we kleine en grote kruisen op de Portlandsteen.  Kleine kruisen protestants en grote kruisen katholiek of toch weer niet ?  Discussiestof waar jullie ondertussen al meer over hebben kunnen lezen in de lezersbrief Brugge.

Het monument Wemaer – Hene is een echt restauratiedossier.  De omsluitende ketting en de kettingpaaltjes zijn immers stuk.  Heb er evenwel alle vertrouwen in dat dit weer in goede staat zal worden gebracht.
Hoef dan maar te kijken naar het mooie restauratieresultaat voor de ‘serre’ van de familie
Fleurmans of is het Leurmans – Coucke en dit te vergelijken met de vroegere abominabele staat (cf nieuwsbrief 43, juli 2008).

Op het monument Beernaert – Van Hecke (hergebruik, overleden 1991 en 1995) lezen we de opvallende tekst van Vincent Van Gogh: Aan het verdriet zal (n)ooit een einde komen. Speciaal is dat de n niet werd ingekapt maar ingekleurd zodat je het spel tussen nooit en ooit kan spelen.  Ook nog vermeld op de  andere kant: De beste weg is de weg ertegen – tekst van AB, meer dan waarschijnlijk de Nederlandse schrijver/dichter  Bertus Aafjes.

We komen dan nog eens opnieuw de symboliek van de gecombineerde zeis en de spade tegen op het neoklassieke monument voor het familiegraf van de beeldhouwers Hendrik en Gustaaf Pickery. De sarcofaag wordt gedragen door 4 treurende putti.  Rijkelijk versierde platen met daarop nog meer funeraire symbolen zoals de gevleugelde zandloper en de schedel.

De overwoekering met klimpop op het graf van Joseph-François Ducq, destijds schilder aan het hof van Willem I, is uitgegroeid tot een ware boom waaronder de grafsteen vandaag de dag volledig verscholen gaat.

Mooi om te zien is ook het priestergraf van Eduard Campe. Dit is natuurlijk zeer bescheiden in vergelijking met het praalgraf voor zijn collega-priester Gezelle. Gouverneur en baron de Béthune ontwierp dit arduinen neogotische praalgraf voor zijn vriend Guido Gezelle.  Een groot kruis in het midden wordt geflankeerd door twee engelen.  Ze  rusten op een imposant voetstuk met op de zijkant de titels van de dichtbundels van Gezelle. Op de achterkant verzen uit zijn dichtbundel Kerkhofblommen. En op de hoeken de schilden van West-Vlaanderen en de drie Gezellesteden Brugge, Roeselare en Kortrijk

Hier krijgen we nog wat interessante informatie uit de wereld van de antropologie aangereikt.  Gustaaf Verriest stelde destijds immers vast dat de hersenen van Gezelle zomaar eventjes 1674 gram wogen, beduidend meer dan het Europees gemiddelde van 1300 tot 1400 gram.  Voor alle duidelijkheid : dit gewicht zegt niets over intelligentie of andere psychische factoren.  Er wordt nog verder ingegaan op onderzoek naar de kloosterziekte als gevolg van het rijkelijk eten en drinken en het al dan niet ecologisch begraven in boslandschappen.  Thema’s die zeker interessant genoeg zijn om als lezing te brengen op één van onze volgende jaarvergaderingen !

Even verderop krijgen we ook het monument van Gezelles ‘vijand’ burgemeester Jules Boyaval te zien.

Opvallend is het sculpturale grafmonument voor de familie Julius Sabbe.  Er zijn immers niet zo heel veel beelden op deze begraafplaats te bewonderen. Het is een beeld van rond 1900 in witte natuursteen van de hand van Gustaaf Pickery.  Het is gemaakt voor Herman, de jong gestorven zoon van Julius.  Julius was leraar, vrijmetselaar en verdediger van de Vlaamse Beweging.  Broer Maurice Sabbe zou begraven zijn op Schoonselhof en zijn monument zou ook gemaakt zijn door Pickery.

Isaac-Joseph & Désiré-Joseph De Meyer, vader en zoon, waren beide geneesheer.  Vader was Napoleonist en nam als chirurg en karibinier ondermeer deel aan slag van Waterloo.  De zoon was ook nog kunstverzamelaar en mede-oprichter van het Gruuthusemuseum.

Isabella Barbara Seghers staat op het monument wat we de 4 stromen zullen noemen.  Het betreft hergebruik, na forse restauratie, van het monument van Johannes Pitiou (1800-1871).
Het is een toch wel merkwaardig neoklassiek grafteken in spiraalvorm met een wereldbol op de top.

Mocht zeker niet ontbreken – een bezoekje aan de rustplaats voor de religieuze ordes.  Guido Gezelle was de laatste jaren van zijn leven immers rector van het Engelse klooster. Hier krijgen we dan ook een voordracht van twee van zijn gedichten: “Chère Mère” gericht aan moeder overste van het klooster en “Walen” wat me niet de indruk gaf echt positief te zijn voor onze landgenoten over de taalgrens

We staan ook nog even stil bij Charles Carton, tijdgenoot van Louis Braille.  Hij was priester, historicus en promotor van het onderwijs voor blinden en doven.

Ondertussen zijn we al goed twee uur aan het rondlopen, moesten nu in feite al aan onze gereserveerde lunch in de lokale bistro beginnen, maar onze gids gaat onvermoeibaar door …

We wandelen over het nieuwere deel van de begraafplaats, zien waar de bodemloze putten van het ossuarium oftewel het knekelhuis zich onder de grond bevinden.
Wandelen naar de strooiweide en het columbarium.  Staan nog even stil bij het Cavalese-monument.  Bewonderen enkele urnezandgraven.
Zien de strooiweide met de geslaagde thematiek van de overtocht over de rivier de Styx, de tuin van Hades en het kunstwerk van Perneel.
Passeren ingetogen de ontroerende kindergrafjes, zien dat in het moderne deel heel wat vroegere symboliek terugkomt … meiklokjes, of zijn het gebroken hartjes ?, de vlinder, …

Nog een korte groet aan mediaman Guido De Praetere en op onze terugweg naar de uitgang aan het Poortgebouw brengen we nog een bezoekje aan de laatste rustplaats van Kanunnik Logghe en minister van staat Achiel Van Acker.

Ruim een halfuur later dan voorzien vallen we met een hele ploeg Grafzerkjes alsnog onze gereserveerde bistro binnen.  Hongerig en tevreden want we hebben nog eens één van de Vlaamse toppers op funerair vlak gezien !

Edgard Nelissen

Foto’s : Johan Duyck, Philippe Theys en Jacques Buermans

Traagzaam trekt de witte wagen

Traagzaam trekt de witte wagen
door de stille strate toen,
en ‘t is weenen, en ‘t is klagen
dat ze bin' de wijte doen!
Stap voor stap, zoo gaan de peerden,
traagzaam, treurig, stille en stom,
en zij kijken, of ‘t hun deerde,
dikwijls naar hun'meester om;
naar hun' meester, die te morgen
zijn beminde peerdenpaar,
onder ‘t kammen en ‘t bezorgen,
zei de droeve nieuwemaar.
"Baai," zoo sprak hij, "Baai en Blesse",
heden moeten... stille! fraai!
Moeten wij naar de uitvaartmesse,
met den wagen, Blesse en Baai!"
En toen, na zijn hand te doppen
in ‘t gewijde water klaar,
zegent hij de hooge koppen
van ‘t onachtzaam peerdenpaar.
En hij kust en kruist ze beiden,
en "gij," zegt hij, "Blesse en Baai,
moet een lijk naar ‘t kerkhof leiden,
Baai en Blesse, stille! fraai!
Schuimen zoudt ge en lastig zweten,
zoo ‘k u zonder wete liet
van de mare, en zoudt verheeten,
gave ik u den zegen niet!"
En hij zelve kruist en wijdt hem,
eer hij ze in den breidel vangt,
met het water, dat bezijd hem
aan de ruwe bedspond hangt.
Want hij slaapt bij zijne beminde
peerden en bezorgt ze trouw,
trouwer als voor eigen kinde
eigen moeder zorgen zou.
Hij besproeit, en met gewijden
pallem speerst hij peerd en stal,
om de lijkvaart te bevrijden
van gevaar en ongeval.
Ha! wie weet hoeveel gevaren
die niet hebben uit te staan,
die met peerden, - God bewaar' hen! -
die met hunne meesters gaan?
Traagzaam rijdt en rolt de wagen,
treurig door de strate voort,
en ‘t is krijschen en ‘t is klagen,
dat men onder ‘t dekzeil hoort.
Stap voor stap zoo gaan de peerden,
ziende naar hun' meester om;
stap voor stap, alsof ‘t hun deerde,
traagzaam, treurig, stille... en stom!