Nieuwsbrief Nr. 63 - juli 2011

Trip naar Frankrijk met enkele topbegraafplaatsenTours, Rouen en de chapelle Royale


Iedereen weet dat ik regelmatig met mijn Haremm, Heer Alleen Reist Enkel Met Meisjes, op citytrip ga en daar het merendeel van de Haremm ook funerair geïnteresseerd is komen ook begraafplaatsen ruimschoots aan bod. Deze keer opteerden we voor het eerst voor een trip met de wagen naar de kastelen van de Loire met op de terugweg geen kastelen maar funeralia. Maar ook tijdens onze Loiretocht kwamen, zij het miniem, ook plaatsen aan bod met wat interessants. In de Notre Dame in Cléry St André vonden we het grafmonument voor Lodewijk XI en het hart van Karel VIII. In Tours, in de kathedraal Saint Gatien liggen de kinderen van Karel VIII.  

De Sint Hubertuskapel bij het kasteel van Amboise bevat de stoffelijke resten van Leonardo da Vinci.
In Rouen in de kathedraal zijn er de grafmonumenten voor Rollo, Richard Leeuwenhart, Hendrik II en Willem Langzwaard.
In de kathedraal van Amiens is er het graf van Guilain Lucas, weldoener met de wenende putti en vlakbij bisschop Gerard de Conchys.

En dan nu het grotere werk.

Tours. Van een boekje of een plan had men daar nog nooit gehoord dus maar op eigen houtje naar wat moois gezocht en gevonden. Op het graf Malapert drie portretmedaillons en een medaillon verwijzend naar de mijnbouw. Architect Victor Laloux, bekend van de stations van Tours, Orleans en de gare d’ Orsay in Parijs, de stadhuizen van Tours en Roubaix en de ambassade van de Verenigde Staten te Parijs kreeg een indrukwekkende graftombe. 

Een vrijdenkersgraf laat aan duidelijkheid niet te wensen over “ni dieu ni maître”. Architect Mariau ligt over een mooie grafkapel Archambault

Obelisk uit rode mozaïek met foto’s voor de vrijdenkersfamilie Boyer. Victor Chantreau was stichter van de lokale aeroclub en kreeg een mooie pleureuse. Burggraaf du Chatel was chef bij de Huzaren.  
Jean Charles Avisseau was keramist. Arrichi kreeg een zinken graf. Een mooie vrouwenfiguur voor “les compagnons Boulanger". 

Grafkapel voor Charles Gille en vlakbij een mooie gesluierde vrouw. Een mooie en keurig onderhouden “herbruik” als herinnering aan de geruimde concessies. Een goed idee. 

Engelfiguur op het graf Frappier. Cousin heeft dan weer vrijmetselaarssymbolen. Een heuse treinramp, inclusief locomotief en wagons, staat op het graf van François Boileau.  

Wat verder een mooi bas-reliëf en een marmeren vrouwenfiguur. Een keurig onderhouden kindergraf Deshayes

Charnod kreeg een gedrapeerde sarcofaag. Een borstbeeld voor de Poolse patriot Valerian Pietkiewicz. Alfred Gagneux was voorzitter van de lokale koks. 

Schilder en illustrator Felix Laurent. Een perk voor de gesneuvelden met vlakbij een gigantisch monument voor de doden.  

Godet. Een mooi monument voor Robert Garnier. Lhuissier was dokter in de rechten.  

Lanteigne was ingenieur. Wat verder een beeld vervaardigd door H. Varenne. Tot slot het standbeeld voor luitenant vlieger Victor Lasalle die neerstortte tijdens een storm in de duinen van Tripoli. Een werk van Delpérier. De vliegenier stijgt als het ware op.

De chapelle Royale te Dreux, necropolis van de familie Orleans: prachtig, nogal wat anders dan onze koninklijke crypte. We zagen er de graven voor Henri d’ Orleans, hertog van Aumala. Ferdinand, kleinzoon van Louis Philippe stierf op 14-jarige leeftijd. Zijn monument is van Aimé Millet.  

Ook het graf voor Louis, 7 jaar oud, is van de hand van Millet. Blikvanger is het graf voor Louis Philippe (1773 – 1850) en zijn echtgenote Amelie de Bourbon (1782 – 1866), een werk van Antonin Mercie. Adelaïde d’ Orleans (1777 – 1847) kreeg een monument van Aimé Millet. 
Ferdinand d’ Orleans kwam om, op 13 – 7 – 1842, bij een koetsongeval. Zijn echtgenote Helene von Mecklenburg stierf om 44-jarige leeftijd aan TBC. Zij liggen apart omdat Helene protestants was. Marie d’ Orleans was beeldhouwster. Zij beeldhouwde onder andere het beeld van Jeanne d’ Arc in Orleans. 

Robert d’ Orleans, hertog van Chartres, en prins Henri, die stierf tijdens een ontdekkingstocht in Saïgon, liggen onder een monument van Antonin Mercie.  

De hertogin van Alençon was de zuster van de bekende keizerin Sissi. De hertog van Alençon ligt in het pak van de kloosterorde van Sint Franciscus. 

De hertogin van Vendôme, prinses Henriette van België en Saksen was de zuster van onze koning Albert. De graaf van Beaujolais (134) en ten slotte het grafmonument voor de prins d’ Orleans en Braganza

Rouen. In tegenstelling tot in Tours was men hier heel behulpzaam en geïnteresseerd. Gaston Le Breton was directeur der musea. Gabriel Gravier was stichter van de “socièté de geographie. Gustave Flaubert was schrijver van onder andere “madame Bovary”. Gaston Saint.  
Charles Vedrel, Ambroise Fleury en Netien waren burgemeester van Rouen.  
Admiraal Cecille. Joseph Court was historieschilder. Marcel Duchamp, vader van de Dadabeweging bekend van zijn urinoir als kunstwerk. Just Dumanoir.

François Boieldieu, componist van “de kalief van Bagdad en “la dame blanche”. Zijn hart werd hier begraven, zijn lichaam rust op Père Lachaise. Charles Senateur Muze. Joseph Faucon.

George Bouctot was filantroop. Cochet was priester – archeoloog. Louis Auber. Ferdinand Marrou was ornamentist. 
Een monument voor de slachtoffers van een brand in het theater op 25 – 4 – 1876 en vlakbij een monument voor de pompiers, slachtoffers van een brand in de fabriek Lille & Bonnière. Edmée Dumee was bij de garde national.

Volgende keer: het Noorden van Frankrijk.

Jacques Buermans

Foto’s van: Ria Vaes, Rina Reniers & Jacques Buermans