Nieuwsbrief Nr. 63 - juli 2011

Groot – Limburg: VerviersKuifje ofte An Hernalsteen kroop in haar pen.


Een select clubje van 8 Grafzerkjes stond om 10u30 stipt aan de juiste “entree”, 2 dolende zielen dwaalden rusteloos en moedeloos rond aan een andere toegang.

De toeristische dienst had voor 2 gidsen gezorgd. De heer Daniel Roussel, auteur van het boek “Le cimetière de Verviers” die als souffleur achter de schermen kon bijspringen wanneer wij ambetante vragen begonnen te stellen. En slachtoffer van dienst, de heer Philippe Dubois, Franstalig maar vlot gebekt in onze moedertaal. Hij was op een paar maanden tijd door de heer Roussel klaargestoomd om ons, onwetenden uit de Vlaanders, wegwijs te maken op dit 9,5ha groot gebied. Onze vereniging zorgde namelijk voor een primeur, we waren de eerste Nederlandstalige bende die de begraafplaats bezocht. Twee gidsen voor de prijs van één, Martin zal zich opnieuw in zijn pollen kunnen wrijven.

Langs lijkenhuisje en autopsiegebouwtje klimmen we de heuvel op. Wij moeten met zijn tienen ongelooflijk gestonken hebben want de twee dolenden, die opeens de juiste ingang gevonden hebben, gaan ons uitgerekend in die plaatsen gaan zoeken. Het kruim van het kruim is compleet, nu kunnen we echt “en avant et que ça commence” scanderen en de begraafplaats waar het krioelt van het leven bezoeken.

In 1831 koopt de stad Verviers van de familie Arnoldy een weide aan. De lap grond is gelegen op de sterk afhellende oever van de Vesder. Om te voorkomen dat de doden met monument en al schuif af gaan spelen, wordt de begraafplaats terrasvormig aangelegd. De gefortuneerde families die altijd al in het middelpunt van de belangstelling hebben gestaan, zoeken vanaf het begin het centrale gedeelte van de heuvel op als laatste rustplaats, vandaar ons gekleffer naar boven.

Pierre Fluche 1841-1909: Deze man, afkomstig uit een arm gezin, werd vroeg wees. Vanaf zijn elfde knapt hij als manusje-van-alles allerlei klusjes op in verschillende fabrieken. Twintig jaar oud trekt hij naar Frankrijk, om uiteindelijk terecht te komen in de Manufactures des Gobelins nabij Parijs. Hier wordt hij getroffen door de erbarmelijke leefomstandigheden van het proletariaat. Hij bekeert zich tot het anarchisme. Eenmaal terug in Verviers sticht hij een socialistische arbeidersvereniging wat hem de job van schepen van burgerlijke stand oplevert.

Edmond Herbillon jr.: Altijd gebogen over zijn boeken studeerde deze jonge man voor ingenieur. Aangezien de snaar niet altijd kan gespannen staan, zocht hij ontspanning in de muziek. Hij sterft 24 jaar oud. Blijkbaar ook een moederskindje want er gaat weinig aandacht naar Edmond sr. die enkele jaren voordien overleden was. Alle aandacht van moeder gaat naar zoonlief.

“Il aimait les arts et les vertus.

Il partit jeune, pur

Et plein d’espoir »

Mijne god, het begint mij te dagen dat als ik zo verder doe, dit een verslag van ettelijke bladzijden gaat worden. Knippen en inkorten An, knippen en inkorten!!!!!

Eugène Mullendorff 1835-1920: Een man uit de textielbranche die in 1891 Simon Lobet, zijn vriend en naaste buur als burgemeester opvolgt.

Simon Lobet 1818-1891: Verdiende zijn geld in de leerlooierij, hij gordt tussen 1885 en 1891 de burgemeestersjerp om.

Pierre David 1771-1839: Onder Napoleon in 1800 benoemd tot “maire”. Groene jongen avant-la-lettre plant hij 153 linden langs de Vesder, een mooie promenade voorwaar. In 1803 is hij de politiek van de grote keizer beu en neemt ontslag. In 1830 opnieuw aangesteld als burgemeester, zetelt hij een jaar later in het nationaal congres. Op 20 juni 1839 slaat het noodlot toe, hij tuimelt uit het venster van zijn woning en breekt zijn nek.

Henry Vieuxtemps 1820-1881: Ik hoor iedereen al roepen “Aha, de geuzenmarchand”. Niets van. Een wonderkind, een Vervierse Mozart, dat was hij. Op vierjarige leeftijd krijgt hij een kabouterviooltje van zijn papa, leert er op fiedelen en korte tijd later mag hij al een toertje maken in Belgen- en Nederland. Verviers wordt de kleinen te klein. De familie verhuist naar Brussel. Schumann hoort hem van katoen geven op elfjarige leeftijd en komt tot de vaststelling dat het wonderkind nu al de virtuositeit van een Paganini heeft bereikt. Maar mooie liedjes blijven niet duren. In 1873 duiken de eerste verlammingsverschijnselen op. Gelukkig is er een schoonzoon arts met een praktijk in Algerije. Het mag niet baten. Vieuxtemps overlijdt nabij Algiers op 6 juni 1881. Zijn stoffelijk overschot wordt overgebracht naar zijn woonplaats die hem de laatste eer bewijst. Hij krijgt een monument ontworpen door bouwmeester Clément Vivroux.
Alexandre-Louis-Simon Lejeune 1779-1858 : Was de zoon van een arts die ook de medicijnen in wou. 22 jaar oud trekt hij naar Parijs om er te studeren. Zonder pardon werd hij als legerarts ingelijfd in de keizerlijke troepen. Het leger trekt van het ene slagveld naar het andere, hij verzamelt overal plantjes. In 1805 duikt hij terug op in Verviers en volgt zijn ondertussen overleden vader op. In de plantenwereld zoekt hij naar kruiden met een medicinale werking. Zo ontdekt hij dat een mengsel van koffie en chicorei preventief werkt tegen kropgezwellen (nu weet ik waarom ons grootmoeder zaliger gedachtenis chicorei bij de koffie deed). Hij schreef ook 2 turven “De flora van Spa” en “De flora van België”. De stenen versies van deze boeken sieren zijn graf.

Jean-François Ortmans-Hauzeur 1806-1885 : Textielbaron en 29 jaar burgemeester. Aangezien de textielindustrie water verslindt, is hij de promotor bij uitstek van de stuwdam op de Gileppe. Ortmans is ook de man die Vieuxtemps liet overbrengen. Zo veel werk verricht en het enige wat hij kreeg was een eenvoudige grafplaat.

Familie de Biolley: Een gezinsgrafkapel met 56 nissen. Eén van de meest monumentale op de begraafplaats. Deze familie afkomstig uit de Haute-Savoie bracht vooral bankiers en industriëlen voort. Via interessante huwelijken werd hun kapitaal nog aangedikt. Raymond de Biolley haalde William Cockerill naar Verviers om er machines te bouwen. (Reactie gekregen:  Klopt niet! Het is Marie-Anne de Biolley (1758-1831) geboren Simonis en haar broer Yvan Simonis (1769-1829) die, in 1799, William Cockerill naar Verviers haalden). Niettegenstaande Raymond een magnaat was, werd hij als progressief katholiek door zijn arbeiders op handen gedragen.

Nicolas Servais 1877-1938: Onze Norga-specialist Marcel werd wild van deze postmeester.

Familie Hauzeur-Hanzoul: Graf in de vorm van een Golgotha met krukkenkruis, het boomsap dat uit het kruis vloeit, symboliseert de tranen van de rouwenden.

Théodore Houben: In zijn bedrijf maakte men drijfriemen voor stoommachines. Later schakelde men over op autobanden, men maakte er zelfs antislipbanden met nagels.

Familie Hauzeur-de Simony: Een knap staaltje in 1895 ontworpen door bouwmeester Charles Thirion en uitgevoerd door Théodore Leclercq. De industrieel Pierre Hauzeur investeerde zijn geld in schilderijen, vrouwlief Blanche de Simony verzamelde porselein. Ze legateerden hun collectie aan de stad die er een museum mee vulde.

We zijn nu toch al een tijdje bezig en onze gids voelt het aan zijn water dat hij er nooit geraakt. Hij schakelt over op treinsnelheid, ik kan met moeite volgen.

Zurstrassen-Deheselle: Louis en Edouard Zurstrassen waren de neven van het echtpaar Hauseur-de Simony. En we hebben blijkbaar (volgens Johan) de vroegere werkgever van onze voorzitter ontdekt.


Marcotte: De familie rust in een mooi mausoleum maar de 4 uiltjes op de hoeken zijn gaan vliegen. Een dief kon ze gebruiken in zijn vogelmuit.

Laruine: Helemaal geen ruïne dit graf en het mocht zijn gevederde vriendjes behouden.

Jean Nicolas Wetz 1834-1899: Pastoor en deken van de St.-Remacluskerk, oerconservatief en ultramontaan (deelde het gedachtegoed van mijnen dikken vriend bisschop Bracq). Twee uit de kluiten gewassen taxusbomen verbergen volledig het kruis met daarop de kelk en hostie.

 

Charles Vinche: Verzorgde jarenlang het drukwerk van de liberalen. De hamer op het graf hanteerde hij als voorzittend meester van de loge.

Corneil Gomzé 1829-1900: Dichter, schrijver van de “Bacarolle”, het nationaal volkslied van Verviers. Hij wou begraven worden in een doodskist van ruwe, ongeschuurde planken. Men heeft zijn wens gerespecteerd. Zijn portretmedaillon is verdwenen maar boek en inktpot met ganzenveer maken het de voorbijganger duidelijk dat we hier met een schrijvende mens te maken hebben.


Hardy: Met een mooie treurende vrouw waar er eerlijk gezegd “pak aan is”.

Eugène Melen 1815-1880: Volgde alleen maar lagere school. Het lot bracht hem in Turkije, waar de sultan van Constantinopel hem aanwerft als directeur van een atelier waar het nationale hoofddeksel de fez aan elkaar wordt genaaid. Terug in Verviers start hij met een hoedenfabriek. Hij knutselt ook aan de Leviathan, een machine die wol volautomatisch wast en spoelt. Deze uitvinder rust in een ontwerp van Maxime Thirion.

Jacques Henrion: Textielfabrikant, progressistisch liberaal en vrijmetselaar. Ontwerper van het monument is eens te meer Charles Thirion.

Edouard Herla 1807-1873: Liberaal burgemeester, lid van de vrijmetselaarsloge “Les Philadelphes”; de wereldbol op het graf symboliseert het universaliteitsprincipe van de vrijmetselarij.

Léon Vanorlé 1839-1888: Opnieuw een vrijmetselaar. Een rechter deze keer, overleden in de fleur van zijn leven. Aan zijn graf is alles driehoekig. We moeten er met zijn allen driehoekig, in een rondje, omheen om alle hoekjes en kantjes te bewonderen.

Hullen: Een sierlijke vrouw schenkt Juliette Hullen, overleden toen ze 13 was, een bloemenkrans.

Doret: Deze familie baatte een spinnerij uit. Mausoleum met mooie toegangsdeur.

Simonis: De rijkste familie van Verviers die vooral politieke figuren naar voor schoof. Een grafperceel van 85m² met daarop 2 grafkapellen. De ene kapel heeft de oorspronkelijke mooie deur behouden, de 2 flankerende kopjes treuren met betraande gezichtjes om de doden. In de andere kapel heeft een idioot een pvc-deur gestoken, de 10-koppige Zerkjesclub beslist om ze uit de hengsels te lichten en te stelen. Iwan Simonis richtte samen met een de Biolley de vrijmetselaarsloge “Les Philadelphes”op.

Henri-François Grandjean 1789-1871 : Textielfabrikant, schepen van burgerlijke stand, directeur van de burgerlijke hospitalen. Monument ontworpen door Charles Thirion, beeldhouwer Marcel Pierre verzorgde de versiering.

Jean-Simon Renier 1808-1907 : Kunstenaar, archeoloog, hield een pleidooi om Verviers een museum te schenken en kreeg prompt zijn museum. Een longontsteking werd hem fataal.

Jean Ambroise 1827-1884: Hier kan er maar enen begraven liggen, een brandweerman. Wij er weer met zijn allen in een rondje omheen om de verschillende taferelen te bekijken.

Albert Dupuis 1875-1928: Componist en directeur van het conservatorium te Verviers.

Pierre Limbourg 1841-1909: Katholiek, stichtte te Verviers de St.-Jozefskring (tiens, een medestander van Tsjeef de Hemptine), schreef de Volksgazet vol en gaf ze ook uit. Een man die zich inzette voor de ziel van de arbeiders, quoi.

Karl Grün 1843-1890: Geboren te Mainz, studeert aan de VUB, doctor in de wetenschappen. Apotheker-botanist maar schrijft ook gedichtjes over plantjes.

Mama: Een modern anoniem graf maar de woorden van de kinderen zeggen alles “Pour Maman”.

Het kruim van het kruim was unaniem, diegenen die thuis gebleven waren, ook al was het omdat ze dringend naar een godsdienstles moesten, hadden ongelijk en hebben iets fantastisch gemist. Blijkbaar is Eupen ook de moeite waard. Als het zo verder gaat dan zitten we binnenkort met ons Groot-Limburg in Keulen.

Kuifje, ofte An Hernalsteen

Foto’s Dirk Joos