Nieuwsbrief Nr. 62 - mei 2011

Westerbegraafplaats: An Hernalsteen in topvorm op “haar” begraafplaatsverslag van Jacques Buermans


Meer dan 20 personen meldden zich voor de rondleiding van ons bestuurslid An Hernalsteen. Ze begon met een korte geschiedenis. Na Jozef II kwamen er in Gent drie begraafplaatsen waarvan heden ten dage nog enkel de Zuiderbegraafplaats bestaat. Stadsarchitect Adolf Pauli mag naar het buitenland om eens te kijken hoe elders een begraafplaats er uit ziet. Hij komt terug met een Italiaans voorbeeld: langs alle zijden overdekte gaanderijen en in het midden een Engelse landschapstuin. Prachtig maar er waren geen centen voor. In een tweede ontwerp behoud Pauli enkel de gaanderijen links en rechts van de hoofdingang. Nog steeds te duur. De huidige inkom werd het derde plan met de belofte om, als er centen zijn de zijgaanderijen te verwezenlijken. Tot op heden is er nog steeds geen geld gevonden. Burgemeester Charles de Kerckhoven de Dentergem stelt dat elk graf individueel gewijd dient te worden. Bisschop Bracq, een goed vriend van An, sprak van op zijn kansel een banvloek uit over de Westerbegraafplaats “O wee de katholiek die begraven wordt op de Wester”. Gevolg katholieken laten zich begraven op het Campo Santo, in Mariakerke en in Gentbrugge. In 1919 wordt met een herderlijke brief de banvloek opgeheven.

Met de gebruikelijke veeg uit de pan “men denkt dat er alleen maar op Campo Santo bekende Gentenaars liggen, ik zal jullie van het tegendeel overtuigen” togen we op weg. Eerste stopplaats dichter Napoleon Destanberg. De man maakte ook grafschriften. Hij deed dit gratis voor hulpbehoevenden. De begoeden dienden er voor te betalen. Op een zeker moment was Petrus Rotthier overleden. De rijke weduwe, die op haar centen zat, vroeg Destanberg een zo kort mogelijk grafschrift te verzorgen waar zijn naam en waar hij voor stond op stond. Destanberg repliceerde dat zij dat toch ruimschoots kon betalen maar de weduwe zegde “weet je wel hoeveel één letter kappen kost?” Waarop Destanberg  “Pier rot hier” maakte.

Historieschilder De Keghel werd bewierookt door middel van lauriertakken. Jean Mahu was steenkapper en liet een grafmonument neerpoten waarop reclame werd gemaakt voor zijn bedrijf door het bezigen van verschillende soorten materiaal.Van Schoote ging een kunstenaar zoeken in Genua. Het grafmonument werd gemaakt door Luigi Orengo. Paul Voituron heeft ook niet te klagen van de aanwezige symboliek: de ourobouros, het leven gaat steeds verder, met de vijfpuntige ster, vrijmetselarij, het alziend oog van de opperbouwmeester en de vlinder die als rups verpopt naar nieuw leven. Euphrosine Spanoghe gaf een groot deel van haar fortuin uit voor het oprichten van een jongensschool zonder geestelijken als lesgevers. Op het grafmonument staat Pallas Athena maar ook vrijmetselaarssymbolen.

Katoenhandelaar Ulric Wild kreeg een kapel van Fernand Dierkens met alles er op en eraan. Zelfs het schraapijzer om de schoenen proper te maken werd niet vergeten. Van het monument Buzzeo – Krieger wist An te vertellen dat de eigenaars een fortuin verdienden met verkoop van wafels en pannenkoeken. De familie liet een architect een ontwerp maken en twee beelden door Geo Verbanck. Wat bleek: het monument was groter dan de aangekochte grond. Men diende grond bij te kopen. Dat onze gids niet van een kleintje vervaard is bleek bij het grafmonument Fernand Scribé, oudheidkundige en mecenas. Een dame leunt op een vaas, de asurne, en het beeld van Jacques de Lalaing bleek volgens de “experts” van die tijd een voorbeeld van naturalisme te zijn. An deed de proef en ging op dezelfde wijze op een krukje zitten om dit aan den lijve te testen: het lukte niet. Na amper twee minuten kreeg ze krampen. Ik zie het beeld zo voor mij! Fritz Van den Berghe, schilder. Op zijn graf een kopij van zijn werk “de staalmannen”, volgens An: “horen, zien en zwijgen”. Calvi kreeg een grafmonument van Italiaanse makelij.
Op vraag van een aantal deelnemers stapte An naar het graf van Eduard, Edje, Anseele, de politicus. Daar zegde ze: “zijn koeken tienen” ligt hier in de omgeving. Voor ons Antwerpenaren Chinees maar “koeken tienen”, bleek te staan voor concubine, aanhoudster of maîtresse. Een voorbeeld van “socialistische” kunst: Jan Samijn, vlasbewerker. Het grootste monument kreegCharles de Kerckhove de Denterghem, burgemeester en volksvertegenwoordiger. Hier ligt ook zijn zoon Oswald, een orchideeënspecialist. Hij zette zich in voor de weeskinderen van Gent en liet noteren dat het enkel “zijn” weeskinderen waren die hem bij zijn laatste tocht op de Westerbegraafplaats mochten vergezellen. Zo geschiedde: de notabelen dienden te wachten aan de ingang; enkel de weesjes gingen mee de dodenakker op.
Virginie Loveling, schrijfster, ligt naast haar neef Cyriel Buysse. Haar zuster Rosalie ligt op het Campo Santo. Paternotte was steenkapper. Op het Campo Santo is veel werk van zijn hand te bewonderen maar hij was protestant en ligt hier in ongewijde grond. We zagen een prachtig onderhouden monument voor de Franse gesneuvelden.
Op het graf Edmond Van Beveren, socialistisch voorman, een treurende vrouw met een uitgemergelde figuur, Van Beveren voorstellend, van beeldhouwer Van Biesbroeck. De levensgrote salukihond van beeldhouwer Domien Ingels sierde het graf voorBeernaerts. Politicus Hyppolythe Metdepenningen’s monument wordt in de volksmond “de badkuip” genoemd om zijn vorm en grootte. Een bad nemen zal moeilijk zijn: het monument is zo lek als een zeef door kogelinslagen. De Schamfelaere bezat een rubberfabriek, met winkel, aan de Veldstraat. In de omgeving waren verschillende bordelen. De dames ervan deden hun aankopen van “rubbertjes” bij De Schamfelaere. An zegde: dit monument is betaald met condooms.
We passeerden langs het door vrijwilligers van onze vzw gerestaureerde grafmonument voor de familie Vercauter – Hoste. Kunstschilder Lieven De Winne kreeg een monument van Edmond De Vigne met een beeld van Paul De Vigne. Het beeld werd enkele jaren geleden gestolen. Emile Braun, “Miele Zoetekoeke”, was burgemeester. Hij koopt de Duitsers om. Die beloofden geen schot te lossen. De Duitsers komen Gent binnen en één iemand schiet op de Duitsers. Braun terug naar de bevelhebbers om te zeggen dat het iemand was die uit Guislain, het gekkengesticht, ontsnapt was die op hen schoot. De Duitsers aanvaarden deze leugen en er werd geen schot gelost. De concessie Baert is een van de “adoptiekinderen” van An. Wat verder een prachtigecronos, vadertje tijd. An was ooit achteraan het monument, plat op haar buik gelegen, de teksten aan het inventariseren. Na een tijdje kreeg ze krampen en ze zette zich recht. Op dat moment passeert er een oud vrouwtje en die dacht de het laatste oordeel geslagen was. Zij schrok zich bijna een hartinfarct maar An was evenzeer geschrokken want zij dacht dat zij de dood van de dame op haar geweten had. We eindigden met een Joods hoekje met een graf voor Levison en een cenotaaf voor Henri Gondry want die werd in Boma begraven. Een aangename, leerzame ochtend maar met An Hernalsteen als gids is dit steeds het geval.

Jacques Buermans

Foto’s: Casimir Steenackers & Jacques Buermans