Nieuwsbrief Nr. 62 - mei 2011

Gentbruggeverslag van Jacques Buermans


Onze An Hernalsteen gidste ons door deze, voor mij onbekende, dodenakker. De oude kerk uit 1868 werd afgebroken maar dit is wel de reden dat er zich aan de linkerzijde van het kerkhof een aantal belangrijke oude grafmonumenten bevinden. De bouw van de nieuwe kerk, zo vertelde An ons, werd door architect Denoyette in 1871 aangevat en, in 1874 werden de altaren ingewijd door de persoonlijke vriend van onze gids, bisschop Bracq. Deze tamelijk grote kerk kwam er omdat de industrie in deze wijk een enorme vaart nam en men met de kerk het opkomende socialisme de mond wilde snoeren.

Gentbrugge zo bleek is ook de begraafplaats van ontelbare binnenschippers omdat dit enige dodenakker nabij de Schelde is. Dus scheepjes in alle materies passeerden de revue. We ontmoetten vele telgen van de adellijke families de la Kéthulle, Le Fèvere de ten Hove en andere Hamelinck. Op het graf van de familie Claeys troffen we de vier evangelisten aan met de gekroonde letter “M” ter ere van Maria. Louis Van Houtte bezat een tuinbouwbedrijf. Met zijn zaak was hij de eerste industrieel die zich hier vestigde. Hij was gespecialiseerd in invoer van planten uit Brazilië en richtte later een landbouw- en tuinbouwschool op. Tevens was hij eigenaar van een steendrukkerij waar tuinkundige werken en het tijdschrift “Flora” gedrukt werd. Op het graf van Blommaert vonden we vrijmetselaarssymbolen. Een “smeuïg” verhaal diepte An op bij de laatste rustplaats van Napoleon De Pauw. Deze meestergast van Lieven Bauwens, de man van de weefmachine, zou, volgens de “Dag Allemaal” van in die tijd, de zoon zijn van een incestueuze verhouding van Bauwens en diens eigen zuster. Tijdens de doop van onze Napoleon sprak men over “père, maire et parain”, vader, burgemeester en peter. Dus driemaal Lieven Bauwens. Foei, foei, foei. We passeerden langs Adolphe Samuel, directeur van het Gentse muziekconservatorium en de man achter de promenadeconcerten en langs Ernest Dutry, eigenaar van een ijzerhandel. Oscar De Gruyter, de man van het volkstoneel, kreeg een bronzen buste van de hand van Jan Antheunis. Het graf werd recent door toedoen van An Hernalsteen in orde gebracht. Een rechtstaande figuur met kind in de armen van beeldhouwer Emiel Poetou troffen we aan op het graf voor aardappelhandelaar Roger D’Hondt. Margueritte Speltinckx kreeg dan weer een gestileerd beeld van Geo Verbanck.

Marcel Panen was gewichtheffer die, volgens mij, veel slaag heeft gekregen te zien aan de bronzen buste van beeldhouwer Van Hecke. We passeerden het graf voor componist Emiel Hullebtroeck. Wie kent niet zijn “Tinneke van Heule”. Natuurlijk kwam iedereen voor de bekendste bewoner van het kerkhof: Wilfried Morbée. Iedereen kent hem als John Massis. Een, door hemzelf, bewerkte ijzeren staaf sierde het monument. We passeerden nog langs Placide De Paepe minister en burgemeester. Tegen de kerkmuur vonden we Ange Buysse, bestuurder bij de zuster van Sint Jozef. Hij kreeg een werk van beeldhouwer Geo Verbanck. Afgesloten werd met arts Leon Elaut, arts en een van de promotoren van de Vlaamse beweging.
Tekst en foto's : Jacques Buermans