Nieuwsbrief Nr. 62 - mei 2011

Luisteren naar gedichten onder een brandende zonverslag van Jack Marcova


Een nog warmere dag dan gisteren met nog meer deelnemers dan gisteren maar wel met dezelfde gids Jacques Buermans. Na een korte inleiding togen we op stap. Gestart werd bij Arthur Cornette, letterkundige en hoofdconservator van het Museum voor Schone Kunsten. De diverse kunstvormen worden hier uitgebeeld op zijn grafmonument. Een eerste gedicht werd voorgedragen bij het graf voor Jan Van Beers.
Jan Baptist Van Ryswyck, de vader van de burgemeester. Aan de overzijde ligt Theodoor Van Ryswyck, volksdichter en broer van Jan Baptist. “ge ziet direct wie het zwarte schaap van de familie is” wist onze gids te vertellen. Hier droegen de vier dames van de academie van Hoboken een gedicht voor: het Schiedammerlied, een ode aan de jenever. Het gedicht eindigt met “hola hola kastelein, geef ons heden nog een klein”. Groot was onze verbazing toen Jacques enkele flessen jenever tevoorschijn toverde en we er eentje dronken op Theodoor. Schol! Jacques wist te vertellen dat hij voor volgend jaar een culinaire wandeling met eten voorziet. Beloven, ja!

Bij het graf voor Julie Verstraete, toneelspeelster wees Jacques ons op de attributen van haar beroep.

Na een korte wandeling zagen we een heel mooi beeld, een werk van Frans Joris, voor dichter Julius De Geyter. Hier ook weer veel symboliek. Daarnaast het monument voor Victor Driessens. Ik kon het graf gisteren reeds bewonderen en wist nog dat het, gratis, gerestaureerd werd en, speciaal voor de Week van de Begraafplaatsen, nog eens een opknapbeurt kreeg. Aan de overzijde Hendrik Conscience, de man die zijn volk leerde lezen. Een kolossale leeuw bewaakt de opgebaarde schrijver. Jacques Buermans zegde “hier dragen de dames het volledige werk van Conscience voor”? Het bleef gelukkig maar bij een stukje uit “de loteling”. Het viel mij op dat dit echt niet meer van deze tijd is.

Op het kunstenaarsereperk stonden we stil bij de laatste rustplaats voor Paul De Vree, experimenteel schrijver en dichter. Op zijn graf treffen we de woorden “revolutie” aan. Naast Ferre Grignard, zanger en kunstschilder maar toch heel populair bij de deelnemersgroep ligt Maurice Gilliams, dichter en schrijver. Roger Van De Velde, schrijver. Het graf in de vorm van een gevangenisdeur met “Recht op antwoord Recht op leven” is een werk van Mark Macken en een aanklacht tegen de behandeling in de gevangenis waar Van de Velde werd opgesloten als gevolg van het eigenhandig invullen van doktersvoorschriften. BijAugust Snieders werd een leuk tafereeltje gespeeld door enkele van de dames.
Iets verder treffen we het, sterk verwaarloosde, graf voor dichter Herman De Coninck aan. Jacques Buermans wist te vertellen dat De Coninck in Lissabon overleed en dat heel het grafmonument naar die Zuiderse sfeer verwijst. Veel konden wij er niet meer van maken. Dit monument vraagt dringend om een opknapbeurt! Gust Gils ligt naast Freddy De Vree. Dan trokken we naar een aantal recent overleden personen met, zo konden we vaststellen, vaak originele grafmonumenten. Bij La Esterella was er nog geen grafmonument maar voor het graf voor toneelschrijver Jan Christiaens en zijn echtgenote werd een tekening van de kleindochter gebezigd. Origineel. Jef Nijs, de geestelijke vader van Jommeke, kreeg een afbeelding van Jommeke en Flip de papegaai op zijn laatste rustplaats. En wat te zeggen van het opschrift op het graf voor dichter Marcel van Maele “neem plechtig uw hoofd af”, konden we lezen.

Misschien nog origineler was het graf voor schrijver Jean-Marie Berckmans. Blikvanger was de laatste rustplaats voor acteur Julien Schoenaerts. Onze gids legde uit : de wijnstronk staat symbool voor het leven : eerstdaags draagt hij bloemen, een tijd later vruchten en tijdens de winter is hij dor. De gouden kasseien werden eigenhandig door de nabestaanden beschilderd. Prachtig ! Hubert Lampo was schrijver van onder andere “De komst van Joachim Stiller”. Op het grafmonument de passer en de winkelhaak, verwijzend naar de vrijmetselarij.

Dan naar het ereperk van de stad Antwerpen. “Dag mensen, dat 't wel ga...” lezen we op de grafsteen van Gerard Walschap, schrijver van onder meer “Adelaïde”, “De familie Roothooft” en “Houttekiet”.

Pol De Mont was letterkundige. Hij overleed in Berlijn en werd gecremeerd in Wilmersdorf. “Crematie kon toen nog niet in België. De wet stamt maar uit 1932” wist Jacques te zeggen. Jan Albert Goris is misschien beter bekend onder zijn schrijversnaam Marnix Gijsen , de man van onder meer “Joachim van Babylon”, “Klaaglied om Agnes” en “De vleespotten van Egypte”. Maar hij vertoefde, tussen 1941 en 1964, in New York als Belgisch commissaris voor informatie en gevolmachtigd minister en verzorgde de rubriek “De stem van Amerika” voor de radio. Schrijver Lode Zielens, zijn bekendste werk was “Moeder waarom leven wij”, moest het doen met een eenvoudige steen. Zijn buurman August Van Cauwelaert is beter af. Hier siert een beeldhouwwerk van Albert Poels het graf. Paul Van Ostaijen, dichter en schrijver. Hij stierf amper 32 jaar oud en zijn graf werd reeds driemaal verplaatst. Hij lag eerst in Miavoye-Anthée, werd later overgebracht naar Schoonselhof en kreeg in 1952 terecht zijn plaats op het erepark. Hij ligt onder het werk “de luisterende engel” van de hand van Oscar Jespers.
Een mooi werk. Aan de overzijde Alfons De Ridder, beter bekend als Willem Elsschot schrijver van “Villa des Roses”, “Lijmen”, “Kaas” en “Het Been”. Hier droeg een van de dames een leuk versje voor. Lode Baekelmans was schrijver, hoofdbibliothecaris en initiatiefnemer en directeur van het Museum voor Vlaamse Letterkunde, thans het Letterenhuis. Eindeigen deden we bijAlice Nahon. Iedereen kent haar “’t is goed in ’t eigen hart te kijken” maar de dames van de academie droegen een ander “avondliedeken” voor.

Het was snikheet maar toch kregen de dames een welgemeend applaus.

Tekst : Jack Marcova 

Foto’s Leo Spiessens