Nieuwsbrief Nr. 60 - maart 2011

Genoten van de gastvrijheid van het VVV Tessenderloonze algemene vergadering was een succes dankzij de mensen van het VVV Tessenderlo.


De mensen van het VVV van Tessenderlo nodigden ons begin 2010 al uit om onze algemene vergadering van 2011 in Tessenderlo te houden. Uitnodiging die we niet afsloegen. De mensen vonden het normaal omdat we in het verleden al eens advies gaven met betrekking tot hun oud kerkhof.

Om 9.30 uur werden we in het ontmoetingscentrum ’t Goor reeds vergast op koffie met een koekje. Stipt 10 uur begaven we ons naar Schoot. Volgens François Van Gehuchten, onze gids voor die dag was Schoot vroeger het rijkste gehucht van Tessenderlo en is het nu het kleinste gehucht. François poneerde onmiddellijk dat men hier geen Limburgs maar Brabants spreekt want op wenkbrauwengefrons van onze Limburgers van dienst onthaald werd. Slechts enkele grafzerken bevinden er zich nu nog rond de kerk waaronder die voor vrederechter Vaes die zich de status van adel aanmatigde door met iemand van adel te huwen. De vrederechter sprak een historicus aan die ervoor zorgde dat hij, op een dubieuze wijze, een adellijke titel, die van baron, kreeg. Bij het kruis voor Karel Huybrechts ontstond een discussie: er stond overleden 30 9ber en François vroeg zich af of wij wisten in welke maand hij overleed. Een aantal onder ons hielden het op “november” andere, onder leiding van An zegden dat het “september” moest zijn.

De bouw van de kerk had ook heel wat voeten in de aarde. De liberale burgemeester De Leeuw hield meer dan 10 jaar de bouw tegen. De achterliggende reden was de vrees van de burgemeester dat Schoot een afzonderlijke gemeente zou worden. Aan de kerk een medaillon voor pastoor Van Aelst. Medaillon van de hand van ene Fischweiler – op vraag van An: Gustave Fischweiler nam deel aan de Olympische Spelen van Berlijn in 1936 in de discipline “mixed sculpture”!. Op de nabijgelegen begraafplaats was er een mooi perk voor een Indonesische mevrouw Thoeng.

De “Norgafanclub”, Marcel en Lieve zoeken overal werk van de medailleursfamilie Norga, raakte euforisch want ook hier was de familie Norga vertegenwoordigd. Vandaar met de wagen terug naar Engsbergen. In de kerk, waar vroeger enkel een kapel stond, bewonderden we het orgel afkomstig van de begijnhofkerk van Aarschot, gebouwd door Verbuecken, en buiten zagen we de zerk voor Benedictus Sannen die sneuvelde tijdens de slag der zilveren helmen, de laatste cavalerieaanval in West Europa, in Halen. In die strijd werd Jef Van Leeuw, grootvader van een van onze leden, laffelijk neergeschoten door de Duitsers omdat hij het uniform van postbode droeg.
Bij Van den Hove, directeur in Kasaï, vertelde François dat hij in 1830 naar Nederland trok om te vragen aan Willem I om diens zoon op de Belgische troon te zetten. Nadien genoten we van een broodjesmaaltijd aangeboden door de VVV van Tessenderlo.

Na de middag trokken we naar Tessenderlo waar François ons wees op het huis van burgemeester De Leeuw die in 1851 een begraafplaats liet oprichten. Blijkbaar rustte er een vloek want de eerste grafmaker stierf reeds na 3 maand, de tweede hield het amper één jaar oud en nummer drie leefde ook maar enkele maanden na zijn aanstelling. We stonden stil bij de woning van pastoor Keesen, de haringpastoor genaamd, omdat hij eerst zorgde voor de tewerkstelling door een mandenmakerij op te richten. In zijn zoektocht naar iets voedzaams voor de arbeiders kweekte hij haringen. Hij is ook de man achter Tessenderlo chemie. In de Sint Martinuskerk bewonderden we het prachtige laatgotische koordoksaal. Indertijd diende het als preekstoel, werd er ook een orgel geplaatst welk drie maal gerestaureerd werd en uiteindelijk vakkundig verknoeid werd door ene Geurts, uit Berchem, vulde François nog aan.
 
De begraafplaats, uit 1902, stond als laatste op het programma. We zagen er het graf voor de katholieke burgemeester Schoonbroodt. Wat verder lag de liberale burgemeester De Leeuw. Hij bleef 60 jaar ongehuwd en huwde dan met iemand van 19 jaar oud. Een groot monument herdacht de ramp van 1942. François eindigde zijn felgesmaakt betoog met het verhaal van oorlogsburgemeester Ariën, wiens graf niet meer bestaat.

Vandaar trokken we naar het ontmoetingscentrum ’t Goor waar we nog vergast werden op koffie en taart. Nadien begon onze algemene vergadering waar ondergetekende zijn traditionele “nieuwjaarsbrief” voorlas maar waar nog enkele verrassingen uit de bus kwamen, zoals een driedaagse trip naar Parijs (zie verder in deze Nieuwsbrief).
Jacques Buermans
Foto’s Ria Vaes en René Mertens