Nieuwsbrief Nr. 60 - maart 2011

Sri Lanka, deel Ions bestuurslid An Hernalsteen pende de neerslag van haar bezoek neer


Zerkjes die ooit in deze verre contreien belanden, kunnen ook hier hun hartje ophalen en massa’s tijd besteden aan hun favoriete bezigheid.

Vroeger reisde men naar Ceylon om er op jonge leeftijd te sterven. Mannen kwamen meestal gewelddadig aan hun einde; worstelen met wilde olifanten was een geliefkoosd tijdverdrijf. Overleefde men dit stoeipartijtje met de dikhuiden dan was er nog altijd een allegaartje van verterende koortsen die ook van vrouwen hielden. De meeste dames verkozen evenwel het kinderbed om het tijdelijke met het eeuwige te verwisselen; miskramen, stuitliggingen, kraamkoorts, het aanbod was onuitputtelijk.

De fragielste kasplantjes waren de kinderen die zich gelukkig mochten noemen als ze de eerste pasjes leerden zetten.


KANDY – British Garrison Cemetery

Ligt op een heuvel nabij het nationaal museum. Driekwart are groot herbergt de begraafplaats ongeveer 195 graven. Een 500 onfortuinlijken werden hier begraven tussen 1822 en midden de jaren 1870 toen de begraafplaats sloot. Voor families met een grafkelder maakte men een uitzondering zodat de laatste overledene hier in 1951 werd bijgezet.

Sri Lanka’s weelderige plantengroei overwoekerde dit vredig oord. Met Britse steun restaureerde men in 1997-98. Op 1 november 1998 konden toeristen opnieuw deze oase van rust bezoeken. In een klein museum tonen foto’s de toestand voor en na. Twaalf jaar na het opkalefateren ligt alles er nog steeds bijzonder netjes bij; een paard als ecologische grasmachine ingezet, steekt hierbij een handje toe.

Een greep uit het aanbod.

Graf 66: John Spottiswood Robertson 1832-1856
De zevende (en meteen de laatste die men in de statistieken stak want men kon de tel niet meer bijhouden) Europeaan  die in Kandy een gevecht met wilde olifanten verloor.

Graf 90: Luitenant-generaal John Fraser die de hoge leeftijd van 72 jaar bereikte. Zonder één enkele nagel, vijs of moer bouwde hij een houten brug die het uithield van 1853 tot 1905. Een wonder als je weet wat het regenseizoen daar kan aanrichten. Hij voorzag Ceylon van wegen en bracht hiervoor een groot deel van het land in kaart.

Graf 11: Sir John D’Oyly (6 juni 1774-25 mei 1824); eerste en enige baronet van Kandy.
Sir John taterde Sinhala zoals een autochtoon. Toen de lokale leiders in 1815 in opstand kwamen tegen hun koning Sri Vikrama Rajasinha speelde John de rol van bemiddelaar tussen de Britse gouverneur en de rebellen waardoor Kandy kon opgenomen worden in het grote Britse rijk. Als beloning kreeg John in 1821 de titel van Baronet opgespeld.

Graf 88: David Findlay (1823-1861) werd geplet onder de brokstukken van een ingestort huis.

Graf 110: William Watson Mackwood (1847-1867) kwam op een vreemde, weinig elegante manier aan zijn vroegtijdig eind. Toen hij afsteeg van zijn paard, bemerkte hij niet dat er op die plaats een scherpe paal stond. Hij werd levend gespietst. Waarschijnlijk zat het overmatig genot van glaasjes whisky hier voor iets tussen.

Graf 123: Lady Elizabeth Gregory (1817-1873) geboren Elizabeth Clay. Als weduwe van James Temple Bowdoin huwde zij op 11 januari 1872 de Britse gouverneur William Henry Gregory.

Graf 1: kapitein James Mc Glashan (1791-1817), warempel daar hebben we opnieuw een oudgediende van Waterloo. Deze militair die ons klimaat had overleefd, dacht dat de voettocht van Trincomalee naar Kandy in een plassende regen een peulschilletje was. Zo nat als een niet uitgewrongen schotelvod bereikte hij zijn doel. Een paar dagen later overleed hij, ijlend van de koorts. Pas in de jaren 1890 werden zijn stoffelijke resten van Lady Longden’s Drive naar deze begraafplaats overgebracht.

KANDY: begraafplaats op Cemetery Road of de Mahaiyawa Cemetery

Deze begraafplaats werd opengesteld midden de jaren 1870 en heeft meer het uitzicht van een onverzorgd bonenveld dan van een dodenakker. De twee ecologische grasmaaiers van dienst, in dit geval twee koeien, doen wel hun uiterste best maar strijden een op voorhand verloren veldslag uit met de woekerende vegetatie.

Er staan pareltjes maar door het struikgewas baggeren, dreigt schuchtere slangen te storen.

Meneer Lipton is de beroemdste maar James Taylor (29/3/1835 – 2/5/1892) zette in 1852 de eerste voet op Sri Lankaanse bodemen vestigde zich op de Loolecondera Estate. Hij was volgens de inscriptie op het graf de pionier van de thee- en cinchonaplantages op het eiland. Beide teelten waren enorm winstgevend want uit de cinchona werd de anti-malariadrug kinine gehaald. (Iedereen die een shwepske drinkt, mag dus aan hem denken). Goed bestand tegen malaria stierf James Taylor op 57 jarige leeftijd aan dysenterie.

Mooie Keltische kruisen proberen hun kopje boven het plantendek te steken. Onder andere dat  gerealiseerd door Raymond & Co voor Jeannie, de lieftallige echtgenote van H.F. Drummond, die haar man voor altijd verliet op 9 december 1891.
Tekst : An Hernalsteen
Foto's : Dirk Joos