Nieuwsbrief Nr. 59 - januari 2011

Net over de grensDe Algemene Begraafplaats Maastricht


Een stad zoals Maastricht heeft natuurlijk meer dan één begraafplaats . Zoals overal in onze contreien werd ook dààr eerst binnen, daarna rond de kerken begraven. Dat verandert grondig wanneer in 1794 de Fransen de stad veroveren: enkele jaren later al wordt een tijdelijke begraafplaats aan de ‘stadsbleek’ in gebruik genomen.  Mede als gevolg van een tyfus-epidemie is ook die al gauw te klein. De oplossing komt uit de privé-hoek: eerst biedt ene dame Goddingh haar – niet zo kleine – tuin te koop aan, en even daarna doet de latere burgemeester H. Nierstrasz hetzelfde. Na wat gekibbel over de prijs kan in 1811 de aanleg beginnen van een begraafplaats van net één hectare, vlak naast de Tongerse Steenweg, op een boogscheut van de grens. (Een kleine piramide bij de ingang herinnert aan de eerste begravingen in 1812.) Wie onder de ingangspoort loopt, komt meteen op een grootse oprijlaan. Net achter het inkomgebouw is ruim plaats voorzien voor het keren en stallen van koetsen. Langs de fraai aangelegde hoofdpaden (in kruisvorm) liggen uiteraard de rijken begraven. De vakken worden ‘opgevuld’ door de modale burgers. Voor de ongedoopte kinderen werd een aparte plaats voorbehouden. Bij het binnenkomen links (richting België) is een smalle strook voor de Lutheranen ; naar rechts toe (richting Maastricht) komt men op het gedeelte voor deGereformeerden: familiewapens en krijgshelden stelen hier de show. Helemaal aan het einde van het protestantse gedeelte is een plek waar volgens de plaatselijke overlevering méér vliegen zitten dan elders op de begraafplaats: hier liggen immers de zelfmoordenaars en de misdadigers. Protestanten en katholieken werden vanaf 1876 tot in 1960 van elkaar gescheiden door een taxus-haag…

Nog geen vijftig jaar na de opening van de Algemene Begraafplaats was men al aan uitbreiding toe: richting Maastricht komt er nog eens een hectare bij, inclusief een tweede poort en een rotonde. Nieuw is nu de aandacht voor kinderen jonger dan 7 jaar .

In 1885 wordt een nieuwe achthoekige kapel gebouwd naar ontwerp van J.Kayser, met onderin een krypte met 52 graven, nog steeds toegankelijk. De schade na de brand van 1905 werd vakkundig gerestaureerd en nu prijken de geglazuurde tegels van het interieur weer in al hun kleurenrijkdom.

In 1911 is alweer uitbreiding nodig. Maar vooral krijgt de Begraafplaats op dat moment volop haar park-karakter, waardoor ze nog steeds die sfeer van tijdloosheid heeft bewaard: het werk van de Leuvense tuinarchitect P.Rosseels en zijn zoon.   Heuse avenues, dwarspaden en rotondes werden getooid met heesters , bloemenperken, en vooral prachtige treurbomen, zeldzame honingbomen en de merkwaardige Sequoia Dendron, beter gekend als ‘mammoetboom’.

In de schaduw daarvan staan prachtige graftekens met opschriften - ook hier - dikwijls in het Frans ! Romantiek is hier troef: dramatische scheidingsscènes en dito teksten.

Tien, twintig en dertig jaar later zijn opnieuw uitbreidingen nodig. Er komt in die jaren zelfs  een eigen tuin voor de socialisten: duidelijk strijders voor een nieuwe tijd.

Ondertussen is ook Nederland een multiculturele samenleving geworden, en de Begraafplaats groeit mee: niet ver van het socialistische deel komen de moslims (gericht naar Mekka) en de Chinezen, waar men niet zelden fruit of snoepjes op de graven kan zien liggen, of aan de takken twinkelende belletjes.

Na de uitbreiding van 1958 in de richting van het noorden en het westen, is de Algemene Begraafplaats ondertussen 14 Ha groot: de rustplaats van 40.000 Maastrichtenaren.

De monumenten zijn hier letterlijk en figuurlijk binnen de perken gehouden. Wat bovendrijft is de sfeer van het middeleeuws ambacht: veel neo-gotiek dus. Maar hier en daar ook wat neo-classicicisme. Blauwe hardsteen en zandsteen hebben ondertussen het gezelschap gekregen van de nieuwe materialen: graniet uiteraard, maar evengoed terrazzo, labradoriet en beton; glas, keramiek en plexi vullen het rijtje aan, soms met een eigen symboliek, soms met een verrassend creatief gebruik van het materiaal.

Maar er zijn natuurlijk wel een groot aantal merkwaardige graftekens. Neem nu dat van Jan en Lodewijk Hamers met een uit één stuk gegoten eclectisch grafmonument uit hun eigen bedrijf. De ontwerper Frans Van Laar ligt een paar stappen verder een verrijzende Christus in een hardstenen ovaal.

Ijzeren graftekens zijn er maar weinig: de overheid verbood een tijdlang het gebruik van metalen. Maar toch zijn er een aantal fraaie smeedijzeren kruisen, o.m. op het graf van de fam. Doppler: ze waren nu eenmaal de fabrikanten van de draaibruggen over het kanaal van Maastricht- Luik. Hier en daar ook een gietijzeren exemplaar, soms verrassend nieuw, gemonteerd op een hardstenen sokkel. De keramische nijverheid in en rond Maastricht  brengt met zich mee dat er ook een aantal keramische grafmonumenten te vinden zijn, wat eerder zeldzaam is. Dat van Edmond Bellefroid is er een mooi voorbeeld van. Een thema dat meermaals voorkomt op de 20°eeuwse graven is dat van Maria Ster der Zee.

En dan zijn er nog de talrijke mini-kerkhoven: de paters Jezuieten natuurlijk met een zowel overvloedige als merkwaardige symboliek. En de Soeurs de la Miséricorde: afkomstig uit Luik zijn ze zich in Maastricht gaan ontfermen over de gevallen vrouwen en straatmadelieven .

Een van de mooiste plekjes is het Bet Chaim voor de Joden. Uiteraard sober: haast geen enkele versiering, weinig symbolen, bijna geen bloemen. Maar met hun vreemde jaartelling een oase van onverstoorbaarheid. Alleen hier en daar wat witte kiezel.

Er liggen hier ook Belgen: Antoine Coenen en Augustin Née: twee soldaten uit WOI: op dienst aan de grens en daar zwaar gewond geraakt. Uiteraard ook een herdenkingsmonument voor de slachtoffers in het ex-Nederlands Indië. Ontwerper is Jean Huismans. Ook onder de gesneuvelden van de WOII bevinden zich ook 43 belgen.

Verspreid over de hele Begraafplaats zijn er tenslotte nog een groot aantal graven met een heel apart verhaal of een heel eigen tekst. Vb. De grote zwerfkei op het graf van Jos Cremers, nochtans oprichter van het Natuurhistorisch Museum. Of het theehuis-achtige kapelletje van de familie Marres. Of, in het oudste deel van de Begraafplaats, het opengeslagen boek met chronogram-tekst van de dichter Kees Simhoffer. Maar de Maastrichtse huisarts Jean Jansen is de enige die in echt hiërogliefen-schrift een vers uit het Egyptische Dodenboek op zijn graf heeft staan. Eén van de merkwaardigste opschriften is dat op graf HH256: ‘Heij sliep Jo Klingenstijn, alias Kung Fu’…

Steenkappers hebben ook hun zwakke momenten. Zo komt men van heinde en verre zien naar de toevallige verwisseling van twee regeltjes, met als resultaat:  ‘…gehuwd door een tragisch ongeval met…’

Perfectie is niet van deze wereld, maar de Begraafplaats van Maastricht is er dicht bij…

Bibliografie:  HUUB NOTEN : Tuinen van Stilte. Foto’s Paul Mellaart. Maastricht 1998.