Nieuwsbrief Nr. 59 - januari 2011

Tante Kato ging op reisEn zag het graf van Jean Bart


Jean Bart * 1650-1702 * Duinkerken, Nord-Pas-de-Calais, Frankrijk

Het graf van Jean Bart is niet direct de moeite om zich naar Frankrijk te verplaatsen, maar het is zo’n kleurrijke figuur en het is tenslotte maar op een boogscheut van De Panne, dus is hij in mijn ogen een stukje waard.

Alvorens het onderwerp zelf aan te snijden wil ik eerst een duik maken in het woordenboek en de geschiedenis.  Jean Bart was wat men in het Frans corsaire en in het Engels privateer noemt.  In het Nederlands spreken we meestal over kaper.  En dat is heel wat anders dan zeerover, piraat, zeeschuimer, boekanier of vrijbuiter.  Ik verklaar : een corsaire deed (in oorlogsjaren) aan legale piraterij in opdracht van de Franse koning.  Privateers deden hetzelfde voor de Engelse koning maar vaak op een privé oorlogsschip; een beetje te vergelijken met een goed uitgeruste huurling.  Die legale zeeroverij duurde van de 16de tot de 19de eeuw.  Een piraat is een boef.  Een corsaire, privateer of kaper niet.  Da’s ‘t verschil.  In hetzelfde rijtje als Jean Bart vinden we roemruchte namen als Sir Francis Drake (1540-1596) en Robert Surcouf (1773-1827). 

De tweede situatie die ik probeer te schetsen, is die van Duinkerken in de 17de eeuw.  In het begin van Jean Barts leven maakte Duinekerke deel uit van de Spaanse Nederlanden maar hij zag zijn stad in 1658 in Engelse handen overgaan en die verkochten 4 jaar later Dunkirk aan Frankrijk, waar het nog steeds als Dunkerque deel van uitmaakt.  Eenvoudig toch.

Wie is nu de beroemdste telg van Duinkerken ?  Jean Bart (of Joannes op zijn doopakte) kwam uit een eenvoudige Vlaamse familie van vissers en kapers.  Als twaalfjarige ging hij zoals iedereen uit zijn omgeving in dienst als scheepsjongen.  Om tegen de Engelsen te kunnen vechten nam hij dienst bij de vloot van de grote Nederlandse Admiraal Michiel de Ruyter (1607-1676) en leerde de stiel met Jan, Piet, Joris en Korneel.  In 1667 bij het beleg van Londen streed Jean Bart dapper mee vanop de Thames.  Toen in 1672 de oorlog uitbrak tussen Frankrijk en Nederland pakte Jean Bart zijn biezen en keerde hij terug naar Dunkerque om voor de Franse koning Louis XIV te vechten. 

In dienst van de Zonnekoning ging zijn carrière de hoogte in.  Gezien zijn gewone komaf was dat niet vanzelfsprekend en moest hij grootse heldendaden verrichten om het tot hoofd van een smaldeel te brengen.  Jean Bart voelde zich thuis op de Noordzee, het Kanaal en alle daarrond liggende noordelijke wateren.  Hij behaalde verschillende zeges op de Engelsen, de Nederlanders en de Spanjaarden.  Als de koning niet in oorlog was,  was hij werkloos of kon hij op piratenjacht.  Hij liet maar liefst 386 vijandige schepen zinken of in beslag nemen en toen de Engelsen hem gevangen namen (1689), wist hij toch maar te ontsnappen.  In 1694 lagen ten noorden van Texel een honderdtal Franse graanschepen geblokkeerd en Jean Bart ging die voedingsgrondstof heroveren want Parijs was aan het verhongeren, een heldendaad waarvoor hij geridderd werd.  In 1697 werd hij door de koning tot chef d’escadre benoemd en de koene zeebonk die erg veel van zijn baas hield zou hierop geantwoord hebben “Sire, vous avez bien fait”.  Hij zou de goddelijke Zonnekoning bovendien heel kameraadschappelijk omhelsd hebben, iets waarvoor de aristocratische snobs van Versailles stonden te huiveren.  Maar Louis vond het goed.

Over Jean Barts privéleven is geweten dat hij in 1676 trouwde met Nicole Goutier, een jong ding bij wie hij 4 kinderen had.  Zij stierf vier jaar later en Jan Baert hertrouwde in 1689 met ene Jacoba Tugghe, bij wie hij 10 kinderen verwekte.  Ik gebruik met opzet hun Vlaamse namen omdat hun huwelijkscontract zo getekend werd.  En Jacoba Tugghe dat klinkt ook een beetje van Frans-Vlaanderen, niet ?

In april 1702 woonde Jean Bart terug in Duinkerken en hij ging in volle storm een schip inspecteren.  Zijn dagen waren geteld : hij overleed in eigen bed ten gevolge van een longontsteking.  De moedige corsaire ligt begraven in de Sint Elooiskerk van Duinkerken, aan de linker buitenkant van het koor.  Op een staande wit marmeren steen staat gegraveerd :

“Cy gist Messire Jean Bart

En son vivant chef d’escadre des

Armées Navalles du Roy Chevalier

de l’ordre militaire de St Louis 

Natif de cette ville de Dunkerque

Décédé le 27 avril 1702 dans

la 52e année de son âge dont

il en a employé vingte cinq au

service de sa Majesté”

 

De tekst gaat verder over zijn vrouw hier eveneens begraven :

“Et

Dame Marie Jacqueline Tugghe

sa femme aussi native de cette

ville qui mourut le 5 février

1719 agée de 55 ans”  

Dit is echter niet zijn originele begraafplaats.  Jean Bart werd in 1928 herbegraven en de 18de eeuwse gebeitelde grafsteen onderging schade tijdens de Tweede Wereldoorlog.  Toen de kerk in lichterlaaie stond viel een zwaar stuk ijzer op de marmeren plaat.  Na de oorlog was de hele kerk aan restauratie toe en de werken werden slechts voltooid in 1985.  Jean Barts grafsteen werd vervangen en op het reliëf bovenaan ziet men twee wapenschilden met oa de zon van de zonnekoning en de ankers van de zeeman.  Aan de overkant van het koor werd in 1950, ter gelegenheid van de driehonderste verjaardag van de geboorte van Duinkerkens meest illustere figuur,  een gedenkplaat aangebracht.  Als men zich omdraait staat men bijna recht tegenover -op de grond in de uiterste zijbeuk- het graf van François Bart (1677-1755), Jeans oudste zoon en Vice-Admiraal van Frankrijk.

Na de Franse Revolutie van 1789 werd Jean Bart uit de vergeethoek gehaald als held uit de Franse geschiedenis en vanaf dan werd zijn naam definitief Jean Bart (spreek uit als Baar, zonder eind-t).  Hij kreeg in 1845 een bronzen standbeeld op het naar hem genoemde plein vlakbij de Sint Elooiskerk.  Ter gelegenheid van de inhuldiging van het beeld werd een cantate geschreven.  Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Duinkerken voor meer dan drie kwart vernield, maar onze corsaire bleef overeind, als een paal boven water.  Op het hekken rond zijn beeld staan op bronzen platen de namen van de zestien schepen waarvan hij het commando had.  Op de tegels rond zijn beeld werden plaatjes aangebracht met de namen van verschillende Europese steden.  We stonden onze hersenen te pijnigen.  Jean Bart is toch nooit in Zagreb of zo geweest ?  Gelukkig maakte een vriend er ons attent op dat het een kaart van Europa was, waarop met eenvoudige plaatjes de ligging van de belangrijkste steden aangegeven werd.  Waarom ?  Onze beredeneerde fantasie heeft beslist dat de Fransen “Duinkerken, de poort van het Europese vasteland” vinden.  Vandaar.    

Jean Bart blijft omnipresent in Duinkerken en de rest van Frankrijk : De commerçanten van zijn geboortestad vonden inspiratie in Jean Barts enorme laarzen -hij was 2 meter groot- voor een naam voor schoenblink !  Van de beiaard weerklinkt bij speciale gelegenheden de “Cantate de Jean Bart”.  Met karnaval gooien alle Duinkerkenaars zich op de tonen van die cantate aan de voeten van hun held.  Of krijgshaftiger : liefst 27 Franse oorlogsschepen droegen zijn naam. 

We weten dat de Fransen en de Britten het talent hebben eertijdse glorie ontzettend getrouw na te maken : in Gravelines, ongeveer twintig kilometer verder zuidwaarts, wordt de “Jean Bart” gebouwd, een reconstructie van een 17de eeuws schip.  Nog even geduld, men voorziet dat het schip in 2015 klaar is ... Begin 2010 gingen we er even kijken.  Volgens ons is er nog héél veel, maar dan héél veel te doen.  In afwachting kan men in “L’Espace Tourville” een tentoonstelling over onze held zien en wie meer wil weten : www.tourville.asso.fr

Tekst en foto's : Tante Kato