Nieuwsbrief Nr. 57 - september 2010

“Omgaan met leven en dood, Joodse en andere tradities”Wandeling op de Joodse begraafplaats van Kraainem


De oorspronkelijke bedoeling van de wandeling op de joodse begraafplaats van Kraainem was gebaseerd op de joodse symboliek op de graven. Doch de gids was slecht voorbereid, was zijn documentatie kwijt en gooide het dan maar over een heel andere boeg.

Vol verwachting om nu wat meer te leren over de joodse begrafeniscultuur togen we op weg. Het viel me al onmiddellijk op dat niemand (op ondergetekende na) een petje of hoofdbedekking op had. Was dat geen verplichting op zo’n begraafplaats? Toch wel, maar er werd geen rekening mee gehouden. Een teken aan de wand?

Symbolen

Aan symbolen besteedde de gids weinig of geen aandacht, ging niet in op opmerkingen als “kijk daar staat een waskommeke op die zijn graf”. De holocaustmonumenten liepen we voorbij. Goed, de verwachtingen op dit vlak werden niet ingelost. Gelukkig gaf hij nog een heleboel specifieke informatie over het preciese overlijdensconcept bij de diverse joodse groeperingen.


Napoleon

Er zijn sinds geruime tijd altijd wel joden in ons land geweest. Napoleon bemoeit zich met alles en herschikt de godsdiensten. Hij legt hen allerlei regels op, zoals deel uit te maken van bepaalde instellingen. Een constitorie bestaat uit 2000 joden, maar in België zijn er op dat moment maar zo’n 800. Zij hangen dan af van het constitorie van Krefeld.

De joden worden begraven in Brussel, aan de Naamse Poort. De garantie op een eeuwigdurende concessie en maagdelijke grond is voor hen essentieel, in het kader van de Dags des Oordeels. Het lichaam moet dan zo intact en onverstoord mogelijk zijn. Iedereen ligt richting Jeruzalem begraven, om bij de wederopstanding naar de heilige stad te kunnen kijken. Het leger wederopstandelingen staat dan met de neuzen in dezelfde richting om op te trekken naar Jeruzalem. Na het “opruimen” van die begraafplaats door de stadsuitbreiding, werden ze overgebracht naar o.a. de begraafplaats van Kraainem.

Op de begraafplaats

Aan de ingang staat een vont. Het lijkt een beetje op een doopvont, maar bevat kiezels. Nabestaanden sponsoren dit, zodat je geen kiezels moet meebrengen om op het graf te leggen. Spijtig genoeg had er een handelaar ook geplastificieerde reclamekaartjes in achter gelaten. De graven liggen strak in de percelen, allemaal vlak naast elkaar. Omdat je je perceel al op voorhand kan reserveren, zie je soms wel lege plaatsen. Op vrijwel alle graven is een of andere vorm van de davidsster aanwezig. Theodore Herzel, de grote promotor van het zionisme, promootte de davidsster op het graf in plaats van de vroegere menora. Er zijn diverse opvattingen in het jodendom. Zo vindt de ene groep dat ze zich moeten aanpassen aan de plaats waar ze leven, de taal moeten leren, enz. Terwijl een andere groep vindt dat alle joden zich moeten terugtrekken in Israel. Op de graven vind je teksten in het Hebreeuws of in het Jiddisch. Ondanks dat iedereen gelijk is in de dood, blijven er verschillen tussen de diverse groeperingen. Verschillen tussen de rijken en de armen, verschillen tussen mannen en vrouwen, verschillen tussen de Hoogduitse en de Portugese joden… De vrouwen liggen apart van de mannen. Je ziet er veel kaarsjes, maar dan deze op zonne-energie: een kleine houder met een zonnecel er op. Op het oud gedeelte van de begraafplaats in Kraainem liggen voornamelijk de herbegravingen van de George Henri-begraafplaats aan de Naamse Poort in Brussel. Opvallend zijn de diverse foto’s op de graven en het minder overwoekerd geheel.


De overledene

Om te weten wat nu “dood” is, moeten we terug naar de Bijbel. God maakt van stof het lichaam van Adam, en door er in te blazen (levensadem) maakt hij hem tot levende mens. De adem is dus essentieel. Zodra de adem weg is, blijft er nog een dood lichaam over. Een stoffelijk overschot is maw geen mens meer. Een dood lichaam is onrein. Daarom zal men de stervende ook niet aanraken. Deze moet zijn doodsstrijd zelf strijden, zonder hulp. Er bestaan speciale gezelschappen (syndicaten) die zich uitsluitend bezig houden met de laatste dagen van de stervende. Zij regelen alles. Het is een erepositie in de joodse maatschappij. Omdat Jahweh de eindbeslissing over dood of leven neemt, mag je zelf geen regelingen treffen op voorhand. Er moet altijd hoop blijven. Zo mag je de stervende ook niet op de hoogte brengen dat hij zal sterven, tenzij hij binnen de drie dagen zal overlijden. Vanaf het overlijden tot aan de begrafenis gaat de aandacht uit naar de overledene. Nadien begint de rouw, en krijgen de nabestaanden de aandacht.

Na het overlijden legt men de overledene op de grond. Het lichaam wordt bedekt met een doek. Ogen en mond worden gesloten. Men steekt een kaars aan. De nabestaanden mogen vanaf nu geen vlees en wijn gebruiken. Spiegels en stilstaand water dekt men af of verwijdert men.

Op de begraafplaats wordt afscheid genomen van de overledene. Deze wordt begeleid door alleen de mannen. Bezoek aan de begraafplaats is beperkt tot vaste datums, zoals uiteraard de dag van de begrafenis, een jaar later, tijdens Yom Kippoer…

Er zijn strenge regels op de begraafplaats: geen bloemen planten, geen afbeeldingen, gras en onkruid mag blijven overwoekeren… Wat er op de begraafplaats gebeurd is de taak van Jahweh, de taak van de nabestaanden is leven.

De nabestaanden

De rouwenden mogen niet meer werken, zich niet wassen-scheren of de haren laten knippen, hebben verbod op sexuele handelingen, geen radio of tv… (Opmerking: de gids wist niet hoe lang – dit blijkt alleen de eerste week van de rouw). Het syndicaat komt ’s morgens en ’s avonds bidden. Men stuurt geen doodsbrieven. Op de begraafplaats staan de mensen in twee rijen. De nabestaanden wandelen hier tussen door, en kiezen zelf met wie ze een praatje slaan of niet. Er wordt geld ingezameld voor een goed doel. De rouwtijden zijn afhankelijk van de graad van relatie ten opzichte van de overledene. Hoe dichter men er bij stond, hoe langer de rouwperiode.

Tekst en foto's : Johan Moeys