Nieuwsbrief Nr. 57 - september 2010

Na “de zingende non”, komt dat zien“De zingende gids”


Genste feesten dus is An Hernalsteen traditioneel paraat met haar intussen beroemde Tupperwarepot om een rondleiding te doen en de opbrengst ervan te bezigen voor restauratie van grafmonumenten op “haren hof”. Slecht nieuws: haar vrijwilligers hadden dit jaar de job een beetje overschat en daarom was de restauratie nog niet voltooid. Goed nieuws: volgend jaar dubbel feest want dan zijn er twee monumenten gerestaureerd en kan op de slotmaandag weer jenever vloeien om dit te herdenken. Thema van An haar rondleiding dit jaar was “bollebozen en andere geleerde koppen”. De getrouwen haalden al opgelucht adem want met profesoren op het programma zou er zeker geen zangstonde op het programma staan zoals vorig jaar toen iedereen de Vlaamse Leeuw diende te zingen onder leiding van An of toen op Campo Santo iedereen “het loze vissertje” diende te kwelen ter ere van Prudens Van Duysse. Bijna 50 geïnteresseerden, waaronder een achttal leden van vzw Grafzerkje - ook de “invalidenafdeling” van de vzw was ruimschoots vertegenwoordigd (grapje) -, luisterden naar An haar inleiding waar iedereen met ingehouden adem wachtte tot ze het had over “haren goed vriend bisschop Bracq”. Die sprak in 1873 van op zijn kansel de banvloek uit over de Westerbegraafplaats. Die werd slechts opgeheven in 1919 door bisschop Segers.  

An zegde ook dat ze, in tegenstelling tot op het Campo Santo of op Mariakerke, hier geen aureooltje op haar hoofd heeft. Wij weten wel beter ???

De eigenlijke rondleiding startte bij Jules Boulvin. Die knutselde als kind een klein kanon in mekaar. Probleem: enkel het kanon zelf ontplofte. Op 23-jarige leeftijd werd hij reeds prof en hij specialiseerde zich in warmtemotoren. Een “boekje” van 4000 bladzijden met niet minder dan 3000 eigenhandig getekende figuren van zijn hand was het resultaat. Jules stond ook op een postzegel. Maurice Hamelinck studeerde medicijnen en maakte een werk over de problematiek van psychiatrische patiënten. Hij was de grondlegger van een dagkliniek voor die patiënten. Hector Leboucq was prof in de menselijke anatomie terwijl diens zoon Georges actief was in de oogkunde en het centrale zenuwstelsel. Tussendoor vertelde An nog over de aan gang zijnde restauratiewerken bij het graf De Jong

Desiré Van Morckhoven was scheikundige maar werd bekend door een werk over fotografie. Hij was een amateur astronoom. Zij weduwe verkocht zijn telescopen aan de Gentse volkssterrenwacht. Polynice Van Wetter publiceerde Romeins recht en kreeg een sarcofaag als laatste rustplaats.  

Jean Jacques Rosseeuw was chirurg en tandarts. Gustaaf Staes maakte een studie over de leer van de ziekten van planten en gaf een boek uit dat heden ten dage nog gebezigd wordt: geïllustreerde flora voor België. Edgard Colle was een internationaal schaker. André Bergmans was de eerste prof die een leerstoel muziekgeschiedenis kreeg. 

Felix Dauge was astronoom. Wat verder lag zijn zoon Eugène Dauge, gespecialiseerd in internationaal recht. 

Julius Mac Leod was actief in de zoölogische en de botanische wereld en directeur van de geneeskundige dienst. Albert Van de Velde was zijn opvolger en gaf 682 boeken uit. Camiel De Bruyne was directeur van de plantentuin. Victor Fris was stadsarchivaris. Hij deed een oproep, tijdens W. O. II, om de 11-juliviering te boycotten. Zijn oproep werd goed opgevolgd. De Duitsers hebben nooit geweten wie de oproep deed. Fris maakte ook een werk “straatnamen van Gent”, dat steevast aan de primussen van de lagere school geschonken werd. Jacob Heremans, onze An merkte op dat hij Antwerpenaar was, kreeg als eerste een leerstoel Nederlands. Hij ijverde voor een eenvormige spelling en neen het was niet het Antwaaarps. Toen het voorstel van Heremans in 1861 in het parlement kwam lagen de Walen dwars, toen ook al. 

Junius Massau was een wiskundig fenomeen. Victor Deneffe, arts, kreeg een sarcofaag als laatste rustplaats. Hij deed ook aan monumentenzorg? An merkte op dat hij met het idee speelde om het Gentse stadhuis af te breken. “Gelukkig stierf hij op tijd”, zegde onze gids. Nicolas Du Moulin was hoofdgeneesheer van het Bijloke. Baret en toga sieren zijn graf. 

Gustaaf Callier, filosofieprof, lag eerst op de Dampoort begraven. Bij zijn herbegrafenis op de Wester waren er niet minder dan acht redevoeringen. Hier ligt ook professor Laurent, die het burgerlijk rechtboek herschreef, en diens zoon rector. Alberic Allard was prof in de criminologie. Willem Wagenaar stichtte de faculteit Germaanse, Romaanse en klassieke filologie. De rondgang eindigde bij Paul Frederic, leerling van Jacob Heremans en voorzitter van het Willemsfonds. Hij ijverde voor het belang van het historische volkslied. 
Wij dachten dat de rondleiding gedaan was maar An verplichtte ons om, ter ere van Frederic, “zeg kwezelke wilde gij dansen” ten gehore te brengen. Wie kan nu zoiets weigeren aan de “zingende gids”?

Op de rondleiding van maandag waren er zo’n 40-tal geïnteresseerden met een sterke Antwerpse delegatie.

Jacques Buermans

Foto’s: Ria Vaes en Jacques Buermans