Nieuwsbrief Nr. 57 - september 2010

VeurneOnder een stralende zon


Gids Johan Den Baes wachtte 13 Grafzerkjes op aan de ingang van de oude begraafplaats van Veurne. Onze vriend Jozef II passeerde, hoe kan het anders, de revue. Veurne bezat drie kerkhoven: Sint-Walburga, nu stadspark, Sint-Niklaas, nu tuinen en huizen in de Ooststraat en Sint-Denis. Op vraag van ons An bleek dat de begraafplaats niet beschermd was en dat er zelfs stemmen opgingen om hier een parking te maken. Ons An was direct in alle staten en sommeerde Johan Den Baes om zijn tanden eens te tonen bij het stadsbestuur.

De rondgang startte bij het neogotisch graf voor burgemeester Louis Ollevier. Als kleine jongen maakte Louis op 17 juli 1831 mee hoe Leopold van Saksen-Coburgh-Gotha in zijn vaders huis in de Pannestraat ontvangen werd. Leopold trok naar Brussel om er tot koning gekroond te worden. Zo was Veurne de eerste stad van zijn nieuw vaderland. De familie Bieswal, afkomstig van Bailleul, stond aan de wieg van chocolade Côte d’ Or. Naast de zusters van de heilige gehoorzaamheid het graf van de stichteres van de orde Vermeesch in de vorm van een opengeslagen boek. August Houtsaeger was lid van de Nationale Bank. Een fakkel op het graf. Vlakbij de familie De Vloo, de naam zegt het een familie actief in de dierengeneeskunde. Wat verder een allegorische vrouwenfiguur op het graf van een andere Louis Ollevier, beeldhouwer was ene Cauwe meldde een opmerkzame An. Het graf voor Fernand Valcke had de vorm van een echte kist.

Adolf De Hoon was schepen. Pedro Ollevier kreeg een sarcofaag op zijn buik. Leopold De Bois was eerst rijkswachter, later brouwer. In 1974 overleed Sam De Vriendt. Deze kunstschilder was een vriend van Joe English met wie hij tijdens de Eerste Wereldoorlog in Veurne verbleef en aan wie hij zijn typisch heldenhuldezerk dankt. We zagen ook mooie gietijzeren kruisen met onderschrift “Nestor Martin 1737”, toch een bekende naam. Roland Bernier d’ Hongerswal, meier onder Napoleon, met een gerestaureerd gietijzeren kruis. 

Hoogtepunt: het graf voor Paul Delvaux, een van onze belangrijkste schilders. Hij koos zelf zijn laatste rustplaats uit. Nog een prachtig gietijzeren kruis bij Opsomer – Moenaerts. Burgemeester Oscar Verraes ligt vlakbij collega-burgemeesters du Bois en de Spot. Een bescheiden graf voor pastoor Modest Vinck. Een lichtblauw-wit geschilderd zerkje voor Myriam Deburghgraeve “kind van Maria” die smartelijk verongelukte. An wil ook zo’n zerk op haar laatste rustplaats alsof zij zo’n ongerept zieltje is??? Leontine Vandenbussche, “madame Sigaar”, was vroedvrouw. Zou An misschien niet beter een zerkje met “madame sigaretje” op haar graf wensen??? Arthur Morlion kreeg een laatste rustplaats in de vorm van de IJzertoren. Jules Leroy was pastoor maar zeker zo bekend als volksverteller. Na de calvarie zagen we een werk van Willem Vermandere op het graf van Jean Verdonck, telg van de babbeluttenfamilie. 

Schilder en beeldhouwer Jos Van Belleghem kreeg een steen uitgehouwen door zijn zoon Gilbert. Schilder Trebla, een anagram van Albert Mahieu, kreeg een modern schilderspalet en schildersezel op zijn graf. Alfa en Omega op het graf voor pastoor Joseph De Saeger. Wat verder stadsontvanger Pierre Borre. Rachel Ryckewaert werd vermoord door haar vriend soldaat Emile Ferfaille. Haar moordenaar werd onthoofd op de binnenkoer van de gevangenis van Veurne. 

Karel Cogge opende de sluizen zodat de IJzer overstroomde en het Duitse leger tot staan gebracht werd. Edmond Van Hee was advokaat en leerling van Guido Gezelle. Julien Herwyn legde de Moeren rond 1800 droog. Wat verder burgemeester Hector De Prey. Het grootste grafmonument is voor de familie de Ceuninck – de Hoon. Burgemeester Daniel de Haene liet verschillende Veurnese monumenten restaureren en, zoals hij zelf opmerkte, zonder de belastingen te verhogen. 

De familie de Spot speelde een belangrijke rol in Veurne. Hun adellijk wapen is nog goed leesbaar. 

Nog een familiegraf Bieswal en wat verder August Behaegel, brouwer en burgemeester. Joseph Torelle was “slachtoffer van de Gestapo”. Johan Den Baes eindigde bij het militaire gedeelte. Naast 52 burgerlijke oorlogsslachtoffers telt de Veurnese dodenakker ook nog 186 graven voor Fransen, met enkele islam-gedenkplaten. Het gedeelte van het Gemenebest bevat naast 76 Britten ook nog één Australische en twee Tsjechische soldaten. Iedereen tevreden en dus tijd om de lokale gastronomie te proeven.

Jacques Buermans

Foto’s: Christine Coolen en Edgard Nelissen