Nieuwsbrief Nr. 56 - juli 2010

Ontmoetingen op het Schoonselhofdeze keer wel fauna op de begraafplaats Schoonselhof


Andermaal waren de goden onze gids Jacques niet echt welgezind – zou hij dan toch (weer) geen eieren naar de zusters gebracht hebben ? Bij aankomst aan de hoofdingang was het nog hevig aan het regenen, maar gaande weg werd dit minder en minder, zodat Jacques zijn inleiding, met de historiek van het Schoonselhof, toch zonder paraplu(s) uit de doeken kon doen.

De rondleiding begon op perk Y waar we op een aantal grafmonumenten een aantal funeraire symbolen te zien kregen – o.a. de eikenkrans (symbool van kracht, eeuwig leven, onsterfelijkheid en duurzaamheid), de afgebroken zuil (symbool voor het plotse afbreken van het leven), klimop (deze altijd groene plant wijst op het voortdurende leven, de onsterfelijkheid), de treurende vrouw of pleureuse, de afgedekte urne (symbool voor het afdekken van het leven) en de uiteen glijdende handjes al of niet voorzien van een gebroken ketting (wat wijst op een door de dood verbroken huwelijk of vriendschap). De meeste grafmonumenten op perk Y en Z1 werden vanaf 1938 overgebracht van het oude en inmiddels gesloten Kielkerkhof. We zagen de grafmonumenten – sommigen leken eerdere kleine villa’s – van o.a. de echtgenote van Christoph Kreglinger (de oudste telg van deze familie uit Duitsland afkomstige bankiers), Edouard Pecher (liberaal staatsman en minister voor Koloniën), F. Herremans-Lafaille, Henri Jacques Krijn en Frans Lux-Fierens. Op dit laatste graf staat een prachtige rouwende figuur, toegeschreven aan Arthur Pierre (niet te verwarren met de gelijknamige verhuizer).

Via het monument voor Peter Benoit ging het richting perk Z1 en het monument voor de vijf slachtoffers in de strijd voor het algemeen stemrecht, neergeschoten op 18 april 1893 aan de kaarsenfabriek de Roubaix-Oedenkhoven (den Bougie) te Borgerhout. Ook dit monument bevatte een aantal symbolen – waaronder de Romeinse bijl (zij gaven hun leven) en de Phrygische muts (voor recht en vrijheid). Het graf van Alfons Van Broeck, in de voorsteven van een schip, vertelt ons over het beroep van de overledene, schipper. Bij Adolf Dumont, aannemer van bouwwerken vonden we, naast de passer en de winkelhaak (vrijmetselarij), een bijenkorf. Dit laatste is naast een symbool voor ijver en werklust, hier ook een verwijzing naar de logeMarnix van Sint Aldegonde. Bij dit graf kregen we ook wat meer uitleg over bruikleen, want dit is Jacques toekomstige – maar hopelijk nog niet al te gauw – rustplaats.

Via een aantal meer of minder bekenden, waaronder Jozef Lies (portret- en historieschilder), Jan Baptist Van Ryswyck (volksredenaar, schrijver, dichter en vader van burgemeester Jan) en zijn broer Theodoor Van Ryswyck (volksdichter met snedige en luimige inslag), kwamen we bij het monument voor de slachtoffers van de ontploffingsramp Corvilain uit 1889 ter hoogte van het Noordkasteel.

Hier hadden we een niet zo courante ontmoeting voor de “biotoop” waarop we ons bevonden – een begraafplaats. We werden er opgewacht door Eddy (een valkenier) met zijn “assistent” een Harris Hawk (valk). Eddy vertelde niet alleen over de vogels, maar ook over hun manier van jagen en waarvoor ze ingezet konden worden. Als afsluiter werd gedemonstreerd hoe een valk op (nep) konijn jaagt. Samen ging het dan naar perk Z, waar Johan (een tweede valkenier) met een Gier/Sakervalk stond te wachten en een demonstratie gaf met de loer. Na dit wel onverwachte – maar daarom niet minder interessante – intermezzo ging het verder met de funeraire rondleiding.

Via de monumenten van Julius De Geyter (dichter van o.a. het Geuzenlied en de Rubenscantate) en Victor Driessens (de pionier van het Vlaams toneel) kwamen we bij de “Vlaamse hoek”. Hier liggen Herman Van den Reeck (student die werd neergeschoten tijdens een verboden 11-Juliviering), Edward Coremans (de man van de taalwetten) en Hendrik Conscience. Conscience was de zoon van een Franse scheepstimmerman en werd beroemd door onder meer Het WonderjaarDe Loteling en (vooral) zijn De Leeuw van Vlaanderen.

Na een korte wandeling kwamen we op perk R waar diverse kunstenaars hun laatste rustplaats kregen. Om er maar enkele te noemen Maria en Jeanne Flament (kunstzangeressen), Jos Schippers (kunstschilder), Corry Lievens (Jeugdtheater en bekend als Tante Corry), Ferre Grignard (plastisch kunstenaar en zanger), Jack Godderis (figuratief schilder van stads- en havenzichten, landschappen en stillevens) en Roger Van De Velde (schrijver). Het graf van deze laatste heeft de vorm van een gevangenisdeur met Recht op antwoord Recht op leven – een werk van Mark Macken en een aanklacht tegen de psychiatrische behandeling van Van de Velde. Verder vinden we hier nog Eugeen Yoors (schilder, etser, glazenier van onder meer de Sint Laurentiuskerk en pelgrim), Willem De Meyer (Vlaamse bard), Neel Van Cakenberghe (poppenspeler en bezieler van de Poesje), Armand Preud'homme (componist en organist), Joris Minne (beeldhouwer, tekenaar en graficus). Bij de recenter hier begraven beroemdheden ook Remy Cornelissen (beeldhouwer), Karel Van den Heuvel (kunstschilder), Herman De Coninck (dichter),  Lode Eyckermans (beeldhouwer), Alfred Ost (kunstschilder, die werd overgebracht van Silsburg), Albert Szukalski (beeldhouwer), Nicole Van Goethem (Oscarwinnares met de animatiefilm De Griekse tragedie). Aan de overzijde de heel recent overleden Bob Davidse (Nonkel Bob) en Jef Nijs (“vader” van Jommeke), maar ook Jean-Marie Berckmans (schrijver), George Van Cauwenbergh (stadsgids en “beroepsantwerpenaar”), Julien Schoenaers (acteur), Hubert Lampo (schrijver en kunstcriticus) en Hans Burie (meester-chocolatier).

Op het rondpunt bevindt zich het monument voor Leopold De Wael (burgemeester). Dit is het grootste monument op de begraafplaats. Het stelt de faam voor die het portret van De Wael aan het publiek toont en de loftrompet uitsteekt. Spijtig genoeg is de loftrompet tijdens de zomer van verleden jaar “verdwenen”.

Aan de andere zijde van dit monument vinden we het (ere)perk N. Hier werden we begroet met Dag mensen, dat 't wel ga... op de grafsteen van Gerard Walschap (schrijver van onder meer AdelaïdeDe familie RoothooftEen mens van goede wil enHouttekiet). Verder vinden we hier (o.a.) Pol De Mont (letterkundige),  Jef Van Hoof (componist en directeur van het Muziekconservatorium), Jan Albert Goris, alias Marnix Gijsen  (dichter en schrijver van onder meer Joachim van Babylon,Klaaglied om Agnes en De vleespotten van Egypte), Maurits Sabbe (schrijver van onder meer De filosoof van 't Sashuis), Jan Van Rijswijck (burgemeester), Louis Franck (minister, advocaat, liberaal voorman en een van de drie "kraaiende hanen"), August Van Cauwelaert (romanschrijver, essayist en dichter), Lode Zielens (schrijver van onder meer Moeder waarom leven wij), Paul Van Ostaijen (dichter en schrijver). Hij was ongetwijfeld de meeste markante persoonlijkheid van het Vlaams expressionisme. Op zijn graf vinden we het beeldhouwwerk de luisterende engel van Oscar Jespers. Er tegenover ligt Willem Elsschot, pseudoniem van Alfons De Ridder (schrijver van Villa des RosesLijmenKaas en Het Been), Jos Van Eynde (minister, voorzitter van de toenmalige BSP en hoofdredacteur van de Volksgazet), Frans Van Cauwelaert (burgemeester en de jongste der "kraaiende hanen"), Leo Delwaide (burgemeester en later havenschepen), Frans Grootjans (liberaal voorman), Lode Craeybeckx (burgemeester), Frans Detiège (burgemeester), Louis Major (minister, vakbondsleider en socialistisch voorman) en Camille Huysmans (kamervoorzitter, minister, eerste minister, schepen en de derde "kraaiende haan"). Huysmans was altijd in voor een grap. Zo zei hij eens in het parlement "de helft van diegenen die hier zitten zijn ezels". De voorzitter verzocht hem om die woorden terug te nemen. En Huysmans zei "de helft van diegenen die hier zitten zijn geen ezels".

Van hier ging het terug richting hoofdingang en … begon het ook (terug) te regenen ! De bevestiging van ons eerder geuite vermoeden i.v.m. de eieren. Tijdens deze interessante rondleiding hebben we aardig wat meer vernomen over deze begraafplaats en haar residenten. Maar het was ook duidelijk dat hier nog veel meer te ontdekken valt.

Leo Spiessens, ook alle foto’s