Nieuwsbrief Nr. 56 - juli 2010

Overrompeling op Rochus


Voor het eerst stond Rochuskerkhof op het programma van de Week van de Begraafplaatsen. Voor zo’n “kleine” dodenakker is belangstelling dikwijls minimaal. Enkele funerair geïnteresseerden, leden van vzw Grafzerkje dus, en wat lokale mensen meer volk komt daar normaliter niet op af.

Ja watte! Verkeerd gedacht. Gids Roland Verhees, steenkapper op rust met meer dan 40 jaar ervaring, mocht ongeveer 60 personen begroeten op zijn maidentrip. Ongelofelijk. Het merendeel van het gezelschap waren dames maar daar zullen de charmes van de gids wel veel mee te maken hebben gehad. Ook de pastoor en de directeur van de school waren paraat om Roland te vergezellen.

Roland begon met de geschiedenis van Deurne en Rochuskerkhof te vertellen. Eerst was er de scheiding van Borgerhout en Deurne. In 1859, 1866, 1867 en volgende jaren waren er in Deurne niet minder dan drie cholera-epidemies. In zulke momenten wordt de heilige Rochus aanbeden. In 1891 kwam de vraag van de inwoners naar een eigen kerkhof. Na een aantal vergrotingen was het kerkhof in omvang zoals we het nu kennen. Momenteel is Rochus een parkbegraafplaats. Dan verplaatste het gezelschap zich naar het kerkhof. Eerst stonden we stil bij het graf voor notaris Verhoeven. Roland situeerde de hele stamboom van de familie. En dan kwam Roland los, laat ons zeggen de Roland zoals we hem kennen. Bij aannemer Kiebooms wist hij te vertellen “de man was altijd in overall maar ik heb hem nooit weten werken”.
Van notaris Florent De Roeck wist hij “hij stuurde drie keer per week iemand naar de pastoor want hij dacht dat hij ging sterven. Dit duurde 10 jaar”. En Roland besloot heel wijs “uiteindelijk is hij toch dood gegaan.” Frans De Roeck, vader van Florent, was de eerste koster-organist van de kerk. Het graf kwam er vooral om zijn twee zonen die erg jong en stierven. Verder ging de tocht langs enkele priestergraven: pastoor Vervoort, de eerste pastoor van de Sint Rochusparochie en zijn opvolger Coveliers. PastoorHolthof kende Roland goed: “administratief was hij een chaoot maar zelfs de goorste antichrist droeg hem op handen.” Ook de paters van het Heilig Hart die aan de Te Boelaerlei, toen nog Deurne, een kapel en een klooster hadden en die priesters opleidden tot missionarissen en de Zusters der Kleinen uit de Vosstraat, een Ierse orde passeerden de revue.
Corneel Mayné verongelukte toen hij met de scouts in de Pyreneeën van in een ravijn tuimelde. Jan De Ridder, student te Leuven, overleed aan een besmettelijke longziekte. Bij de laatste rustplaats van Verboven was Roland heel kort: “Veeeeeeel grond!” Het graf van “de dokter der armen”, Edgard Muylle, werd dankzij een tussenkomst van Roland Verhees naar een plaats achter de kerk verplaatst. “Ik ging spreken met de toenmalige Antwerps schepen Van Heyst. De schepen kwam bij mij thuis en zegde tegen mijn vrouw: “uwe vent zijne kop is harder dan de steen waarmee hij werkt.” We stapten wat verder en kwamen bij het graf van Blondeel, de eerste directeur van de gasmaatschappij.
Roland wees ons op de laatste rustplaats Vervoordt, de grootvader van de bekende antiquair Axel Vervoordt. De familie van Hellemans richtte het bekende café “’t Mestputteke” op. Een groot monument voor de familie de Chaffoy, jeneverstoker. “Een heel vrome mens maar hij was wel eigenaar van enkele panden aan de Korte Winkelhaakstraat”, dixit Verhees. Voor niet-Antwerpenaren: dat waren indertijd allemaal huizen gebezigd voor prostitutie (JB).
Wat verder bij de laatste rustplaats voor Romain De Vel poneerde Roland: “De Vel huwde met een Reusens. Als ge die hun centen bijeentelde had ge veel tijd nodig  om te tellen.” Bij Van Looveren, hoveniersfamilie, telden ze dan wat anders: de stamvader had 88 kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen.
Bij de recent herstelde graven voor vliegeniers Stampe en Ivanow wist onze gids te vertellen dat de originele stenen met opschriften indertijd, met toestemming van de stad Antwerpen, afgebroken werden door hem: “ik had daar mijn handen meer dan vol aan. De stenen waren gezet gelijk nen bunker” omdat het Rochuskerkhof met verdwijnen bedreigd was en nu te bezichtigen zijn in het “Stompe & Vertangenmuseum”, Roland herstelde zichzelf “Stampe & Vertongenmuseum”.
Recent werden er dus nieuwe grafplaten dankzij voornoemd museum geplaatst.
Veel verder lag Frans Verhees, stichter van het gelijknamige steenkappersbedrijf, waar Roland een kleinzoon van was. In een hoek van het kerkhof lag Eugeen Hendrickx, stichter van de vuurwerkfabriek, aangetrouwde, familie van Roland en gehuwd met een dochter Stevens van café ’t Mestputteke.
André Van den Langenbergh, gemeenteraadslid was amateur kunstenaar. Hij maakte zelf het beeld voor zijn vroeg gestorven echtgenote. Toen het beeld op het graf geplaatst werd ontstond er heel wat commotie omdat men vond dat Van den Langenbergh de borsten van zijn madame “geprononceerd” had. Niet alleen algemeen bekende figuren kwamen aan bod, maar ook erg plaatselijke figuren zoals winkeliers: van ijsverkoper, over fietsenmakers en likeurverkoopsters kwamen aan bod. Onze gids eindigde zijn rondleiding bij het dodenhuisje dat opgetrokken werd in dezelfde stijl dan de kerk. Roland Verhees betreurde het dat de dichtgemetselde toegangsdeur in totaal andere bakstenen dan de originele gedaan werd en dat het puntdak verdwenen was. We betreurden het dat de rondleiding van Roland Verhees afgelopen was. Iedereen was wildenthousiast. Anderhalf uur was voorbijgevlogen.
Nadien droeg Eric Smeyers nog “de verrijzenis van Lazarus” van Dario Fo voor. Velen vonden dit een mooie afsluiter.

Jacques Buermans

Foto’s 2 + 10 + 11 + 12 + 14 + 19 + 20 + 21 + 22 + 30 van Leo Spiessens.

Foto’s 1 + 4 + 5 + 6 + 7 + 8 + 16 + 17 + 24 + 25 + 26 + 28 + 29 van Ludo Dieltiens.

Fotos’ 3 + 13 + 15 + 18 + 23 + 27 van Jacques Buermans