Nieuwsbrief Nr. 56 - juli 2010

Sint-Fredegandus Deurne –3 juni 2010 – Week Van Funerair ErfgoedLudo Dieltiens maakte een verslag op


Het duurt niet lang of de 13 aanwezigen op de wandeling geleid door Ludo Peeters, voorzitter van de Deurnese heemkundige kring Turninum landen na zijn begroeting met de tijdsmachine van Professor Barabas ergens in het van de  begin 17de eeuw , 1610-1644ca, toen op deze site de 4de of 5de laatgotische kerk voltooid wordt.  We dwalen zelfs nog verder terug in de wirwar van de geschiedenis naar de Noormannentijd. Hier dicht bij de Schijn was er al erg vroeg bewoning – maar een bewijs dat die door de Noormannen zou verwoest zijn is nog altijd niet geleverd. Vast staat dat het gehucht, waarvan het ontstaan gesitueerd moet worden in de 7de of begin 8ste eeuw, een meer dan populair doel was om vernield te worden tijdens strooptochten.

Deurne was een laatste halteplaats voor o.a. Duitse kooplieden om via de    Kipdorppoort Antwerpen binnen te komen. Vast staat ook dat de kerk, die op een berg lag een brede toren moet gehad hebben.  De oudste geschreven bronnen hebben het over een Onze-Lieve-Vrouwekerk. Ook tijdens de godsdiensttwisten in de 16de-eeuw was het voor Deurne een moeilijke tijd. De bende van Maarten van Rossum passeerde de revue om van hieruit de stad te belegeren. Omdat dat niet zo naar wens van Zwarte Maarten met zijn bende uit Gelderland verliep, koelde die hun  woede door huizen en molens in brand te steken rond de stad.  Daarbij wordt ook de kerk in Deurne zwaar aangepakt. Heel wat jaren gaan voorbij tot uiteindelijk in 1644 het huidige kerkgebouw in kruisvorm en in speklagenstijl tot stand komt.  De verering voor pestheilige Fredegandus overtreft dan die van O.L.-Vrouw, en de kerk en site krijgen hun definitieve naam.

Ludo Peeters belicht met zijn encyclopedische kennis dan nog de figuur van Hermanus Seerwaert, de erg sluwe pastoor en monnik van de Sint-Michielsabdij die onder verschillende vermommingen steeds wist te ontsnappen aan de controles van de Franse bezetters.  Ook de verbinding met de St.-Michielsabdij  in Antwerpen komt ter sprake.

Terug naar de realiteit op de stoep voor de kerk! De gids wijst er ons op dat we onbewust oneerbiedig boven op stoffelijke resten staan die zijn blijven liggen onder het voetpad van de Lakborslei. ..  Vroeger was er een smeedijzeren hekken dat meer naar de wegkant stond.  Wanneer we dan op het eigenlijke kerkhof staan bij de zijingang van de kerk wijst Peeters op de mooie Japanse kerselaar geplant na de atoombom op Hiroshima. Hij verklapt ons ook de ambitie om hier vlakbij ofwel een antieke dorpslinde of een belangrijk Antwerps standbeeld te recupereren om als ‘landmark’ te dienen, een woord dat nu weer furore maakt.

Na de fameuze verordening van Jozef II werd de zgn. “rijke stinkaard” niet meer in de kerk begraven, maar kwamen er steles en talrijke grafkelders rond om de kerk.  De gewijde Deurnese begraafgrond was uitverkoren (eerder dan het Kielkerkhof) door de erg katholieke en welstellende Antwerpse burgerij, kloosterorden, adellijke families… die heel dikwijls ook bezitters waren van één van de 36 lusthoven in de gemeente. Het begraven van die personages bracht heel wat inkomsten mee voor het dorp Deurne… Ludo Peeters illustreert de onplanmatige begraafmethode op de beperkte  oppervlakte rond de kerk.  Later werd het kerkhof uitgebreid in noordelijke richting. De meesten onder de aandachtige toehoorders horen voor het eerst het begrip “lijkenschudder”… iemand die bij regelmatige ontgravingen wegens plaatsgebrek een aantal zaken kan recupereren… er bestaan meer dan 160 grafkelders…

Terwijl we langzaam verder wandelen krijgen we die soms erg interessante biografieën  voorgeschoteld van belangrijke figurendie hier op deze plaats rusten, doorspekt met wetenswaardigheden over het kerkhof als biotoop voor planten, bomen en mossen, de notelaar, een typische boom voor begraafplaatsen.

De laatste jaren is hier hard gewerkt en gevochten voor het behoud van deze historische begraafsite die nu eindelijk volwaardig erkend is als begraafpark waar niet meer brutaal grafzerken  verdwijnen en geschiedenis gewist wordt. De heraanleg met aandacht voor het educatieve kan alvast een hoopgevende evolutie genoemd worden. 

De dorst naar informatie over Sint-Fredegandus werd gelest, nu nog die andere dorst. want ook de zon keek geïnteresseerd en warm toe…

Ludo Dieltiens,  juni 2010

Foto’s Ludo Dieltiens