Nieuwsbrief Nr. 56 - juli 2010

Schoonselhof als biotoop, wat een ontgoocheling voor mijeen “pittig” verslag van een niet-pittige rondleiding


Nadat ik enkele dagen voordien tijdens de rondleiding in Robertmont mijn botanische kennis had kunnen spuien, daarbij erg geholpen door ons bestuurslid Edgard Nelissen, toog ik opgewekt op stap met de bedoeling om nog veel meer op te steken van de bloempjes en de beestjes op de begraafplaats Schoonselhof.

Meer dan 20 geïnteresseerden, het merendeel leden van de “fanclub Erik Molenaar”, naast een sterke delegatie van de stad Antwerpen en een vertegenwoordiger van de maatschappij Coca Cola – of was het een groenwachter? -, stonden Erik Molenaar op te wachten. Wat dienden we als allereerste te aanhoren op een, nota bene door de stad Antwerpen georganiseerde rondleiding, was hoe weinig de man betaald werd voor deze opdracht en hoe lang hij nog op zijn centen diende te wachten. Verder was hij ontgoocheld dat zijn artikel niet in het boek “Schoonselhof nu!” van Anne Mie Havermans werd opgenomen. Een uur later besefte ik wel waarom.

We vertrokken en na één uur hadden we nog geen enkel graf, ik hoopte wat meer te vernemen over korstmossen en dies meer, gezien. Een “biotoop” zoals de wandeling werd omschreven werd heeft blijkbaar niets met dieren te maken waar daar interesseerde de sprekerd zich helemaal niet in.

Heb ik dan helemaal niets opgestoken van deze rondleiding? Jawel hoor. Zoals een bekende keukenPiet zou zeggen: Ten eerste: Het bos is geen bos maar een verzameling bomen??? Enkel op de kant van de meanderende Hollebeek – wat vindt de lezer van deze dichterlijke woorden? Guido Gezelle zou nog jaloers op mij kunnen worden – staat echt bos. Ten tweede: Hoe rijker de boeren hoe armer de natuur??? Ten derde: Alle inspanningen die de stad Antwerpen doet voor onderhoud op deze dodenakker werden door Erik Molenaar vakkundig de grond ingeboord.

Nadat we enkele bastaarden tegen kwamen zoals het Heermoes, een bastaard paardenbloem en de trekrus – ik dacht dat het een Russisch iemand was die het land doortrok – vond onze Coca Colaman het moment geschikt om zijn “moment de gloire” op te voeren: een dame met hond keurig aan de leiband en met extra hondenpoepzakje werd vakkundig op de bon gezet. Erg moedig terwijl hij eerder stond te apegapen wanneer er tien knapen in het midden van de hoofdlaan stonden te voetballen en niet reageerde.

Voor mij was de maat vol toen Erik Molenaar het nodig vond om persoonlijk te worden en mij te affronteren want hij had de “kale jonker” gezien. Ik ben het dan maar afgestapt. Ik zal toch nog even moeten wachten op een deskundige die mij iets meer kan vertellen over korstmossen en andere gewassen die zich op en rond de graven van een begraafplaats bevinden.

Gelukkig was het weer prachtig en genoot ik in gezelschap van enkele andere zielen die het ook niet meer zaten zitten van een drankje op een terras. We bleven toch in de sfeer want vriend Leo nipte aan zijn knolgewas: een bolleke De Coninck, terwijl vriend Stannie het meer had voor het fluitekruid: een fluitje Stella. Sober als altijd deed ik het met groene thee.

Jacques Buermans, ook alle foto’s