Nieuwsbrief Nr. 56 - juli 2010

Campo Santo Hernalsteen, hoe kan het anders, in prima vorm


Campo Santo stond als eerste Gentse activiteit geprogrammeerd. Zo’n 23 deelnemers waaronder een ruime delegatie van Grafzerkjes met een grote Antwerpse kern. Tot 1847 maakte Sint Amandsberg deel uit van Oostakker. Na het graven van het kanaal Gent – Terneuzen komen hier veel arbeiders wonen en vervoegen ze de plaatselijke boeren. Pastoor Jozef Van Damme ijvert voor een eigen parochie, met een eigen kerk en kerkhof. Van Damme vraagt aan zijn rijke parochianen om zich op Campo Santo te laten begraven. An poneerde dan dat de naam Campo Santo een complete misvatting is. Schuld daarvan waren … de Antwerpenaren (zie verder).
We starten onze tocht bij bouwmeester Henri Van Overstraete. Hij was leerling van Lodewijk Roelandt, die vlakbij begraven ligt, en werd ook diens schoonzoon. Wat verder Karel Ledeganck, schrijver van “de drie zustersteden”. Het originele monument is verdwenen maar An toonde ons hoe het er uitzag met de lier, graf van een kunstenaar, met gebroken snaren, symbool voor de dood, en de ouroboros, Grieks symbool voor het leven dat steeds verder gaat.
Jan Baptist Segers was wagenmaker. Hij verdiende zijn hemel en een plaats tegen de kapelmuur door een stuk van zijn grond te schenken om het Campo Santo te vergroten. Jozef Mengal was directeur van de muziekacademie. Een monument met de maagd van Gent op was er voor slachtoffers van een brandramp.
Marie de Hemptinne was de enige van die rijke familie die Nederlands, lees: Gents, sprak om met de fabrieksarbeiders van de katoenfabriek van haar vader te communiceren. Tijdens een cholera-epidemie liep zij tussen het werkvolk en bezweek zelf aan de ziekte. Ze werd herinnerd als “de engel van Gent”. Leirens was pastoor. In zijn familie zat ook een fanatiek vrijdenker en enkele Joodse mensen. An fantaseerde al: moet wat geweest zijn op familiebijeenkomsten!
Paul de Smet de Nayer was katoenhandelaar, bankier en minister. Daniel Mareska schreef een rapport over de hygiëne en leefomstandigheden van de beluikarbeiders en ijverde zo voor hun welzijn. Hij wordt geflankeerd door Jozef Guislain, stichter van een krankzinnigengesticht. Hij overleed op een passende dag: één april! Jan Frans Willemsletterkundige en vader van de Vlaamse Beweging. Het is bij de inhuldiging van dit monument dat Hendrik Conscience de historische woorden uitspreekt : “de heuvel waar Vlaamse helden rusten”. Dus het is de schuld van een Antwerpenaar dat men ten onrechte over een Campo Santo spreekt. An wist nog het volgende te vertellen: Louiza von Plunetz, een Duitse dichteres leerde speciaal Nederlands om toch de befaamde literaire salons of soirees te kunnen meemaken. Toen ze eindelijk op zo’n bijeenkomst over de volkstaalkunst kwam diende ze vast te stellen dat alles in het Frans verliep!
De grafkapel van de familie d’ Elhougne ziet er niet uit. Het beeld, van de hand van Pieter De Vigne, werd onthoofd. Ferdinand Snellaert was arts en letterkundige. Hij zette zich samen met Jan Frans Willems in voor de Vlaamse Beweging en wou daarom naast hem begraven worden. Als arts verzorgde hij belangloos de zieken tijdens de cholera-epidemieën. We lopen langs enkele modernere graven: de schrijver van onder andere “monsieur Hawarden” Filip de Pillecyn ligt naast toneelmaker Staf Bruggen en Frans Masereel, de houtsnijkunstenaar. Jean Pierre De Decker, regisseur, ligt onder een oud grafmonument. Spijtig genoeg werd de originele tekst verwijderd. Wat verder Pieter De Vigne, beeldhouwer en zijn broer Felix De Vigne, kunstschilder.
Bij Prudens Van Duysse, dichter, “hadden we het zitten”: An bezorgde ons de tekst van “het loze vissertje” en iedereen diende uit volle borst mee te zingen uit eerbetoon aan Prudens en Jan Frans Willems. Het zangkoor van Antwerpse Grafzerkjes liet zich zeker niet onbetuigd. Toen begon het te gieten. Of dat nu aan onze zangkunsten lag weet ik niet maar enige tijd later stopte het toch met regenen. Bij de laatste rustplaats voor pastoor Leo Joos las An het gehele menu voor dat bij zijn inwijding door de familie achterovergeslagen werd. Indrukwekkend en stukken beter dan wat nu die zogenaamde sterrenchefs durven voor te schotelen.
Oorlogsburgemeester Leo Vindevoghel werd na W. O. II gefusilleerd. Wat verder aanschouwden we een Napoleonistenmonument, een cenotaaf waarop de namen staan van Gentenaars die dienst namen in het Franse leger. De keizerlijke adelaar siert het graf. Knap gerestaureerd is de grafkapel Minard, architect, wiens naam onvermijdelijk verbonden is aan de Gentse Minardschouwburg. Hij ontwierp zelf zijn grafkapel waarop je ook een portretmedaillon ziet van het echtpaar.
Wat verder komen we, dixit An, een “sprekend” graf waarmee ze bedoelt dat je door de symbolen, kanon en kussen met epauletten ziet dat er een militair begraven ligt: Désiré Veesaert. Papaver, voor de eeuwige slaap, treffen we aan bij Jules Lechat, caoutchoucfabrikant. Ambrosius Verschaffelt (249) lag aan de basis van de Gentse floraliën. Wat verder wees An ons opuiteenglijdende handjes.
We lopen verder naar het graf Trezeke Verhaege. Men noemde haar ook het Heilig Trezeke. Ik kon niet nalaten om op te merken dat het een geluk is dat ze in Gent ligt en niet in Brugge want dan zou het “het Geilig Trezeke” zijn. De volgende halte houden wij bij Franz De Vos, toondichter. Het enorme grafmonument bestaat uit een orgel. Op het klavier rust het gebogen lichaam van een half geknielde, treurende vrouw. Orgelpijpen reiken naar de blauwe hemel. An toonde ons de laatste rustplaats van de broers Gustave Van de Woestyne, kunstschilder, en Karel Van de Woestyne, dichter. Acteur Cyriel Van Gent werd hier ook begraven.
An toonde ons het enige monument van de hand van Victor Horta: de concessie Huybrechts. Zij eindigde haar fel gesmaakte rondleiding bij rechter Martens, de man die schrik had om levend begraven te worden. De luiken dienden eeuwig en altijd open te blijven. In de kist diende een raampje voorzien. Om zeker te zijn liet hij iedere dag een krant bezorgen. Dan kon hij de krantenboer roepen indien hij toch levend begraven werd. Dit geschiedde, spijtig genoeg voor rechter Martens, niet.

Met een laatste blik op de Vlaamse heuvel toog de Antwerpse Grafzerkjesclan huiswaarts. Of toch in de richting ervan.

Jacques Buermans

Foto’s Antwerpse kern + de Hemptinne + Mareska + Van Duysse + koor + Lechat + Vlaamse heuvel van Leo Spiessens.

Andere foto’s: Jacques Buermans