Nieuwsbrief Nr. 56 - juli 2010

Hulde aan het zingend harterg gesmaakte “performance” op Sint Fredegandus Deurne


Onder een milde regen werden we begroet aan de ingang van de kerk door onze gids Ludo Peeters.

Hij vertelde ons dat het Sint-Fredeganduskerkhof de oudste – nog bestaande – Antwerpse begraafplaats is. De begraafplaats is gesloten en het oude gedeelte is geklasseerd, terwijl het niet-geklasseerde deel een herbestemming als begraafpark kreeg.

De geschiedenis van de begraafplaats loopt grotendeels parallel met die van de kerk. En omdat vele rijke Antwerpenaren een buitengoed hadden, in het toen nog landelijke Deurne, werd het Sint-Fredeganduskerkhof één van de uitverkoren plekken waar de Antwerpse burgerij zich liet begraven.

De eigenlijke rondleiding begon met de grafsteen van Seerwaert, pastoor en monnik van de Sint-Michielsabdij, naast de ingang van de kerk. Tijdens de uitleg van onze gids, stak E.H. Seerwaert de straat over en zegende ons snel in het voorbijgaan. Het was uiteraard niet de echte pastoor, daarvoor zag deze er nog te goed geconserveerd uit, maar stadsdichter Peter Holvoet-Hanssen. We zouden hem niet alleen nog verschillende malen, maar ook in verschillende gedaantes zouden tegenkomen in de loop van de avond.

Achter de kerk betraden we de begraafplaats en daar was onze pastoor weer. Hij vertelde ons over zijn problemen met de Fransen, waardoor hij ondergedoken diende te leven. Tussen monumenten van de (Antwerpse) notabelen, waren oa kerkmeesters en het was bij hun graf dat we samen met de stadsdichter “het torenlied” – het recentste stadsgedicht – zongen onder begeleiding van zijn 3-klokkige beiaard. Gelukkig was er geen publiek in de onmiddellijke omgeving.

We zagen ook het graf Gérard Le Grelle (1793-1871), burgemeester van Antwerpen om zo bij een kindergraf te komen, waar weConstantijntje, zalig kijntje van Vondel te horen kregen.

We kwamen ook bij het graf van Albert Maquinay (1855-1920), een handelaar uit Wijnegem en de eigenaar van het kasteel de Zwarte Arend. Hij was een van de stichter van Exxon / Esso.

Toen we in de dreef van het geklasseerde deel waren, net voorbij neogotische kapel Collin-Verellen hoorden we het lied “De soldaat”, bekend van Miel Cools. In een van de bomen bleek de geest van een soldaat van Napoleon te zitten, die zijn verhaal bracht over wat hij al had meegemaakt.

Ook Ludo Peeters bracht hier een eigen gedicht over de bomen.

We wandelden verder over het geklasseerde deel, met uitzicht op de aangelegde tumulusheuvel, om uiteindelijk in het niet-geklasseerde deel te belanden. Dit deel van het begraafplaats is gedeeltelijk geruimd. Eerst had men het plan om in dit deel een speeltuin aan te leggen, maar gelukkig is men hierop terug gekomen en heeft men voor een begraafpark gekozen.

Ook hier ontmoetten we verschillende malen een verdwaalde geest – op zijn fiets – die op zoek was naar zijn (ook) overleden vriend. Via een (geplande) bloemenweide, waar de distels duidelijk de overhand hadden, kwamen we bij de irissenvijver. Hier stootten we op de geest van wijlen de stadsdichter, die ons over zijn leven en herinneringen vertelde.

Inmiddels sloegen de klokken al 9 uur op de toren en wandelden we terug naar het geklasseerde deel, waar we bij het graf van Jan De Laet, de eerste politicus die zijn eed in Nederlands aflegde, halt hielden. Tegenover hem lagen Andreas De Weerdt, tolbediende, liedjesschrijver en volkszanger en Gust Janssens, drukker-uitgever.

Hier werden we ook opgewacht door de reus John Lindström (van Turninum). En alhoewel de moderne techniek ons hier even in de steek liet – lege batterijen en geen Duracell-konijn te bespeuren – werd de avond hier afgesloten met het a capella zingen vanMoritaat van “Voke Viool” (aka John Lindström).

Niet bepaald een orthodoxe funeraire rondleiding, maar de afwezigen hadden groot ongelijk !

Met dank aan gids Ludo Peeters en vooral van stadsdichter (eigenlijk performer) Peter Holvoet-Hanssen.

Leo Spiessens