Nieuwsbrief Nr. 56 - juli 2010

Luik St. Walburgeonze bestuurslid An Hernalsteen bezocht nog een tweede Luikse dodenakker


Nog efkes er tussenuit voor de hectische week van de begraafplaatsen van start gaat. Het leven kan niet altijd gevuld zijn met zerken, tombes, stèles, mausolea en dergelijke meer. Ik beslis een compleet andere, niet funeraire sfeer op te snuiven en zet resoluut de begraafplaats St. Walburge op het Luikse programma.

Aan de ingang van de necropool haal ik mijn meest gepolijste Frans naar boven en vraag of er geen plattegrond bestaat met wat summiere uitleg want hier schijnen toch wat locale bekenden te rusten. Ik krijg een vodje papier in de handen gestopt met daarop een plan dat mij niet al te wijzer maakt. A l’improviste dan maar.

Per toeval ontdekken we toch een beroemd beentje. GEORGES TRUFFAUT ligt onder een fiere, Waalse haan; zijn buste is een werk van Louis Dupont.

Wat deed onze Georges toen hij zich nog onder de levenden bevond:

Échevin député
Fondateur du Grand-Liège
Ardent Wallon
Capitaine de l’armée belge
Mort pour la patrie
1901-1942
Mieux vaut mourir de franche volonté
Que du pays perdre la liberté


DEFERM- BLUM een modernere versie van een baldakijngraf, sober maar waarschijnlijk een duur geval.
De grafkapel uit 1914 van de familie UTEN-JANSSEN (die naam Uten laat ergens een belletje rinkelen, van waar ken ik begot die naam?). Een ontwerp van bouwmeester U. Leclercq, gerealiseerd door aannemer N. Pirlet.
Ernaast rust Jules Duchesne onder een afgebroken zuil, een “enfant unique” overleden op 19 jarige leeftijd.

Van je vrienden moet je het hebben:

Au docteur

FERNAND FUMET

1873-1916

ses amis

MAXIMILIEN SILBERSTEIN (1850-1912), gehuwd met Fanny Deman, prijkt tweemaal op het graf, als foto en als bronzen medaillon (werk van bijna onleesbare naam) Ik hef “al die willen te ka’pren varen” aan.
Luitenant CHRISTIAN WEERENS “Mort pour la patrie”
Op het ereplein ontdek ik warempel een Gentenaar, PROSPER MANESSE, die stierf voor België op 4 augustus 1914:
FELIX SCHROEDER gehuwd met een ? FOURNIER kregen elk een mooi bronzen medaillon.
Aannemer Louis Pirlet-Jeanty bouwde in 1881 de grafkapel SOLEIL-CROISSANT (geen wassende maan deze keer maar een wassende zon) Die familie Pirlet heeft nogal het een en ’t ander verwezenlijkt op deze begraafplaats, de naam duikt overal op.
Twee “artistes peintres” Emile (1844-1879) en Jean (1852-1937) Ubaghs vonden een laatste stek in het graf UBAGHS-GENET. Hier rust ook Josephine Genet die blijkbaar twee broers Ubaghs wist te strikken en aan de haak te slaan.
Ook FELICIE PAQUOT kreeg een mooie grafkapel.

Het monument WATRIN- LOWIS/ BARE- WATRIN was het laatste waar we tijd voor kregen want het was 16u15 en we werden onherroepelijk met klikken en klakken buitengebonjourd. Jammer, want er viel nog zoveel ander fraais te ontdekken.

 

Tekst : An Hernalsteen
Foto's : Dirk Joos