Nieuwsbrief Nr. 56 - juli 2010

Robertmont: weinig belangstelling, des te meer “ambiance”we waren met niet velen maar we amuseerden ons wel


Vooraf: de voorziene gids, mevrouw Chantal Mezen – schrijfster van enkele boeken over de Luikse begraafplaatsen –, diende om gezondheidsredenen af te haken maar stuurde de heer Joseph Beaujean als haar vervanger. Weinig deelnemers, acht bij de start later nog aangevuld door twee van onze Nederlandse leden, en de toegezegde vertaler-tolk die het ook liet afweten. Gevolg: een aantal schadeclaims aan het adres van vzw Grafzerkje omdat mensen echt op die vertaling gerekend hadden. De schadegevallen werden in handen van het Belgische gerecht gegeven maar, zo kennen wij het Belgische gerecht, zijn daar blijkbaar zoek geraakt zodat onze vzw Grafzerkje gelukkig van die enorme schadeclaims gespaard werd gebleven. Gelukkig maar zou ik zeggen want onze penningbewaarder zou daar niet mee kunnen lachen hebben. (dat van die tolk en de gevolgen ervan was uiteraard een grapje van ondergetekende)

De heer Beaujean ging met ons op stap en hij deed dat zoals ik me een Waals iemand had voorgesteld: zeer op het gemak, rustig en stil pratend, van tijd tot tijd lurkend aan een sigaartje. Geen probleem omdat we maar met een beperkt aantal waren maar ik denk wel dat hij het, met een groep van 25, iets moeilijker zou gehad hebben. Maar nogmaals, de man kon mij bekoren. Onze An Hernalsteen, verder soms ook Kuifje genoemd, nam onmiddellijk het voortouw en verplichtte de heer Beaujean om haar het graf van Emiel Moyson aan te wijzen. Haar “dictatuur” ging nog verder want ze duidde ondergetekende aan tot het opmaken van een, gedetailleerd nota bene, verslag dat zijzelf van de nodige, wetenschappelijk verantwoorde informatie zou voorzien en ondergetekende duidde op zijn beurt Edgard, van Marie Claire, aan de nodige foto’s te maken. Dus Emiel kreeg als eerste een bezoek. Op zijn laatste rustplaats staat “stichter der wevers- en spinnersverenigingen ten jare 1857 te Gent". Het chauvinisme van ons An vierde hier hoogtij. We konden haar nog juist bedwingen om hier “de Internationale” niet in te zetten. Op zijn graf een medaillon van Jean Van Neste.

Iets verder wees Joseph ons om Louis Jamme, de eerste Luikse burgemeester na 1830. Iets verder stonden we voor de laatste rustplaats van de moeder van schrijver Georges Simenon. Het graf ligt er verwaarloosd bij. De zoon van de bekende schrijver kwam hier ooit kijken en stelde “in navolging van mijn vader ben ik de mening toegedaan dat er naar de doden niet meer omgekeken dient te worden” en hij weigerde elke opkuisbeurt.
Joseph Demoulin, componist, kreeg een mooi grafmonument. Zijn echtgenote werd, eigenaardig maar waar, naast hem begraven en zij kreeg een sobere laatste rustplaats. Alexis Peclers, schrijver.
Een gigantische laatste rustplaats voor de drukkersfamilie Desoer – de Clerembaut en iets verder ene Starren, afkomstig van Maastricht. Ons An, maar nu ook Marie Claire, raakten in extase bij het mooie graf voor art nouveaukunstenaar Gustave Serurrier – Bovy, beïnvloed door de Wiener Seccesion en de Schot Charles Rennie MacIntosh. Een bas-reliëf van de hand van Oscar Berchmans sierde het graf. Wat verder kwamen we bij een rij zeldzame bomen. Aandachtige lezers weten dat dan mijn interesse in een keer enorm gewekt werd (?). Ik wist onmiddellijk dat het de zeldzame Zerkova serrata betrof. De heer Beaujean wist te vertellen dat in heel Luik maar drie exemplaren te vinden zijn terwijl er hier 28 staan. Hij nodige de geïnteresseerden uit om kleine plantjes mee te nemen? Dat zouden ooit grote bomen worden. Maria Claire en Nini gingen daar gretig op in. Dus willen de bewoners van Kuringen en Antwerpen – Linkeroever uitkijken want binnen de kortste keren ontstaat daar een nieuw bos. Kwam nog bij dat Nini haar gemaal Edgard opzadelde met de plantjes zo dat die brave ziel de rest van de rondleiding daarmee diende te zeulen.
Mathias Bodson sprong in de Maas om een kind te redden maar verdronk zelf. Bij een volgende graf diende An al haar handen, twee dus, vuil te maken om de naam leesbaar te maken wat bij Edgard, die met zijn plantjes, het idee deed opdwarrelen om bij een volgende rondleiding onze hogedrukreiniger mee te zeulen. Het bleek uiteindelijk om een madame Portegael te gaan. Zij had elf kinderen die, ik was even onoplettend en dacht verstaan te hebben – uiteraard kwam dit door het ontbreken van de vertaler-tolk – dat ze alle elf in het kinderbed stierven, alle elf in het … klooster belandden.
Veel symboliek bij het graf de Befve waar de heer Beaujean niets meer over wist te vertellen wat bij diezelfde Edgard het idee deed opdwarrelen om bij een volgende rondleiding een laptop mee te zeulen. Charles de Thier was de stichter van de krant “La Meuse”. Het monument is van architect J. Micha, zo constateerde Kuifje. Pierre Godefroid Lonhienne was de stichter van “les hospices de Liège”.
Joseph Bouvy kreeg een piëta van beeldhouwer Jospeh Rulot met een bas-reliëf van diens leerling Jules Brouns. Auguste Thiriard stichtte een grootwarenhuis. Iets verder toonde Joseph Beaujean ons de oudste steen van de begraafplaats uit 1822. Nabij lag Noël Chevron, architect. Iets verder zagen we een Joods monument voor Etta Lapiedaire.
Joseph wees ons op de laatste rustplaats voor Engelbert, de man van de autobanden. Iets verder nog een de Befve, monument met art nouveauinvloeden. Een grote kapel voor de familie Kinet. Een vliegenier die, dat konden we constateren, overleed in 1910 maar, volgens Kuifje, “iets” met Gent te maken had. Hier had de laptop weer soelaas kunnen bieden. Maar die kon nu ook, zij het na de rondleiding, dankzij Philippe die volgende toelichting bezorgde: We zijn in 1910. Te Gent bestaat heel wat belangstelling voor het vliegwezen. Zo hebben de twee Gentenaars, de heren P.Esch A.Ville een vliegtuig gebouwd en doen er proeven mede op het St.Denijsplein. In België staan nu de vluchten van de Brusselaar, Daniël Kinet in het midden van de belangstelling. Kinet was nu 25 jaar oud en leerling van Farman. Einde Juni kwam Kinet naar Gent; waar hij op het Farmanplein vliegdemonstraties zou geven. Het toestel van Kinet was een tweedekker, stelsel Farman met een zevencilinder als motor en de vleugeloppervlakte van 40 M2. Opnieuw was het weer niet gunstig en op 1 juli lezen we in de Gazette van Gent; "De luchtvliegers hebben te Gent weinig kans. Evenals Farman, heeft Kinet, die sedert de acht dagen dat hij te Gent is, slechts tweemaal kleine vluchten ondernemen." Kinet hoopt de beker van de Aëroclub te winnen voor een vlucht op 300 m. hoogte. Op maandag 4 juli lezen we, "Alhoewel gisteren en eergisteren aan het lokaal van de Aëroclub de zwarte vlag uithing, heeft Kinet die twee dagen toch gevlogen." Op zaterdag waren twee vluchten; één op 30m. hoogte, een tweede op 40 tot 50 m. hoogte, waarbij Kinet over bomen en huizen vloog. Op zondag twee vluchten; een eerste op 50 m. hoogte, een tweede over de Muide, Sint-Amandsberg, de dokken, waarbij 40 km. werd afgelegd. Op maandag; twee vluchten; duur 12 min. en een tweede van 4 min. Dinsdag, ook twee vluchten van respectievelijk 11 & 14 minuten, hoogte 90 meter. Door het slechte weer zijn er de volgende dagen geen vluchten.

Zondag 10 juli; begin van de Gentse kermis. Reeds om zes uur 's morgens maakt Kinet een eerste vlucht over Drongen en Mariakerke. Dan een tweede vlucht. Als derde vlucht zal Kinet naar Oostende vliegen langs het kanaal Gent-Brugge-Oostende en dalen op het strand voor de koninklijke familie. Het is 9u35. Kinet stijgt op, hij vliegt rond het plein op 15 tot 20 meter hoogte. Plots, ..... Kinet stuikt met zijn vliegtuig ten gronde. Kinet word over gebracht naar de kliniek van dokter Laroy op de Kasteellaan. Hier sterft Kinet op vrijdag 15 juli. Volgens Kinet was het ongeluk toe te schrijven aan een breuk van de kabel van de evenwichtsvleugel. Het was het eerste ongeval in ons land. Kinet was de elfde piloot, die zijn leven verloor bij een ongeval. Hij werd begraven te Brussel. Op de Singel herinnert een gedenksteen aan het dodelijke ongeluk. Vandaar de straatnamen aan de haven, "Vliegtuiglaan", "Farmanstraat" en "Daniël Kinetstraat." Voor de wetenschappelijke correctheid van het verslag dient gezegd te worden dat de Kinet die in de grafkapel ligt ene Nicolas Kinet is en dat de Kinet die inderdaad iets met Gent te maken heeft ene Daniël Kinet is en die ligt dan weer in Brussel begraven. Het betreft denkelijk twee broers, allebei vliegpioniers en allebei omgekomen in hetzelfde jaar.

Onze gids wees ons op het graf voor commissaris de Saint Hubert, vriend van Georges Simenon die blijkbaar model stond voor Maigret. Jefferys was gouverneur in Nevis, Caraïben, na de afschaffing van de slavernij kwam hij naar Luik. Een jonggestorven zoon ligt hier ook vandaar de afgeknotte zuil. Het hoogste neogotisch monument was voor Walther Frère-Orban, een van de stichters van België. Naast hem ligt schilder Joseph Carpay. Beeld en medaillon zijn van de hand van Léon Mignon.

Wat verder een mooi grafmonument voor de familie de Fooz. Intussen hadden we een “Bumbagraf” ontdekt. Wat is dit nu weer, hoor ik jullie zeggen. Voor de rondleiding zaten we op een terrasje in de omgeving van de begraafplaats. Op een bepaald moment ging het gesprek over graftrommels, dit zijn ovaalvormige “dozen” met bloemenkransen erin. Ik noemde dat “bloembakgraven” maar An, Kuifje dus, had begrepen dat ik het over “Bumbagraven” had. Spijtig toch: zo jong en al zo kinds.
Joseph Beaujean vertelde dat de piramide waar geen enkele naam op voorkomt leidde tot een aantal speculaties en gissingen. Maar het blijkt dat hier enkel twee kozijns in begraven liggen. Na notaris Keppene bezochten we de laatste rustplaats voor schrijver – dichter Jules Helbig, in 1880 medeoprichter van de Luikse Sint Lucasschool. Nicolas Defrecheux was een Waals dichter. Zijn werken worden op het monument vermeldt. Voor wat de wetenschappelijk aanvulling van dit artikel door Kuifje aangaat: architect Emile Bernimolin, medaille van Louis Gerardy.
Auguste Candeze werd geboren op de dag van de Franse revolutie, 14 juli 1789. Françoise Caroline Lanhay ligt in een soortement serre.
Zij overleed op haar 18de verjaardag en kreeg een prachtig marmeren beeld van Joseph Halleux. Het monument voor Marie Louise de Beauvoir, stichters van de eerste meisjesschool werd gerestaureerd door de Waalse tegenhanger van onze vzw. Spijtig genoeg ging de stèle onherroepelijk verloren tijdens de restauratie. Bij vader en zoon Charles en Eduard Morren wist onze gids heel veel te vertellen. Zij waren beiden hoogleraar aan de tuinbouwschool, vandaar de toga op hun graf, en ontdekten “Morrenia odorata”, ik als plantenexpert wist dat onmiddellijk, maar ook vanille hebben we aan hen te danken. Ik zal er aan denken bij mijn volgend ijsje.
Achter het hoekje lag  Crétien Simenon, vader van de schrijver. Bij een monument voor een steenkapper ontdekten we veel symboliek verwijzend naar diens beroep. Via vrijmetselaar Lambotte bereikten we de laatste rustplaats voor jazzsaxofonistBobby Jaspar, stierf aan een hartaanval op 37-jarige leeftijd.
Joseph toonde ons de enige hond op de begraafplaats op het monument J. BoverieOp het graf voor advocaat Renard (047) staat een afbeelding van de gingko, jullie weten wel: de boom die Hiroshima overleefde en sindsdien als vredessymbool fungeert. Een tweede serre beschermde het grafmonument voor Noppius. Tot slot toonde onze gids nog de prachtige “blote madam” op het graf Giannoni. Leonildo Giannoni beeldhouwde dit zelf uit Italiaanse marmer. Een heel leerzame ochtend maar vooral een aangename ochtend kwam hiermee aan zijn eind. We gingen allen nog samen iets eten om nog wat na te kaarten. De begraafplaats was echt een meevaller en ik durf dat te zeggen alhoewel we op een dodenakker waren: ik heb mij goed geamuseerd.

Jacques Buermans

Foto’s Edgard Nelissen: 1 + 2 + 5 + 9 + 10 + 11 + 12 + 14 + 15 + 17 + 19 + 21 + 22 + 23 + 24 + 25 + 26 + 28 + 30 + 32 + 36 + 38 + 39 + 40 + 42 + 43 + 44 + 47 + 49 + 50.

Foto’s An Hernalsteen: 3 + 4 + 6 + 7 + 8 + 13 + 16 + 18 + 20 + 27 + 29 + 31 + 33 + 34 + 35 + 37 + 41 + 45 + 46 + 48.