Nieuwsbrief Nr. 54 - maart 2010

Tante Kato ging op reis en zocht het verdwenen graf van D.H. Lawrenceweer een nieuwe ontdekking van Tante Kato.


David Herbert Richards Lawrence * 1885-1930 * Vence, Frankrijk

In een grote kring rond Nice liggen een aantal wat men noemt kunstenaarsdorpen. Antibes en Vallauris, 2 oorden waar de woelige Picasso ooit neerstreek. Het nu luxueuze St Paul de Vence van Marc Chagall, de schitterende Fondation Maeght en de Rock Star living in the South of France Bill Wyman. Cagnes-sur-Mer waar Auguste Renoir de laatste zestien jaar van zijn leven doorbracht. La Colle-sur-Loup waar Yves Klein begraven ligt en het sympathieke Vence waar een dankbare Henri Matisse een indrukwekkend sobere kapel ontwierp. Vence is echter ook de stad waar de Britse schrijver D.H. Lawrence zijn laatste dertig dagen doorbracht, er overleed aan de gevolgen van tuberculose en er begraven werd op de gemeentelijke begraafplaats.

Als wij door Frankrijk reizen zit de “Guide des tombes d’hommes célèbres” van Bertrand Beyern altijd in onze bagage, kwestie van geen interessant graf te missen. Voor Vence vonden we volgende informatie :

Carré 9 : une inscription sur le mur apprend au promeneur qu’Ici reposa David Herbert Lawrence de mars 1930 à mars 1935 (l’emplacement ne fut pas repris). Anders gezegd : we moesten een plek vinden tegen een muur zonder graf maar mét een gedenkplaat. Dat kon toch niet zo moeilijk zijn. Heel Carré 9 afgezocht. Niets te vinden. Dan maar de andere carré’s en inderdaad ons geduld werd beloond : ‘t was in Carré 7. Wat is er nu zo speciaal aan een verdwenen graf ? Wel, het verhaaltje dat er achter ligt. Maar ik begin zoals gebruikelijk bij de man zelf.

De schrijver, dichter, toneelschrijver, enfin het literaire genie D.H. Lawrence leefde en werkte in een tijd dat men de Union Jack-landen uiterst puriteins mocht noemen : geboren in de Victoriaanse tijd en opgegroeid in de Edwardian era. De tijd van de grote industrialisering en de opening naar de moderne tijden. Hij werd geboren in een bescheiden arbeidersmilieu : vader werkte in de koolmijn en moeder runde thuis een merceriewinkeltje van garen en knopen. Moeder wou haar kinderen een goede opvoeding geven en Bert, zoals hij thuis genoemd werd, bleek een briljant student. Klerk, leraar, leerling van professor Ernest Weekly, een eerste prijs in 1907 en toen begon de bal te rollen. Op een studentenfeestje (1912) leerde hij Mevrouw Weekly kennen en zij werden minnaars. Frieda, geboren von Richthofen en een nichtje van de Rode Baron, verliet haar man en drie kinderen, trouwde in 1914 met D.H. Lawrence en bleef tot het einde van zijn dagen zijn levensgezellin. Een tocht over de Zeven Wereldzeeën bracht hen van Europa naar Australië, de Verenigde Staten, Mexico en terug naar Zuid-Frankrijk.

Het eerste probleem van D.H. Lawrence was dat de wereld nog niet rijp was voor zijn literatuur. Hij sneed onderwerpen aan als sexualiteit en dat was not-done. Bovendien durfde hij woorden als fuck en cunt gebruiken en dat kon helemaal niet door de beugel. Hij werd gecensureerd en kreeg een verbod tot uitgeven. Het beste voorbeeld hiervan is het alom bekende Lady Chatterley’s Lover, dat in 1928 uitgegeven werd in Italië en pas in 1960 in Groot-Brittannië : de liefde tussen een robuuste mansmens van lage afkomst en een aristocratische dame was onvoorstelbaar en verwerpelijk. Eveneens zeer bekend is Women in Love (1920), dat in 1969 verfilmd werd door Ken Russell met in de hoofdrollen oscarwinnares Glenda Jackson, Oliver Reed, en Alan Bates.

Zijn grootste probleem was zijn gezondheid. Schrijven deed hij vaak vanuit zijn bed, de benen opgetrokken als een tafeltje. De laatste weken van zijn leven bracht hij door in het Zuid-Franse Vence, waar hij uiteindelijk overleed en begraven werd. Zijn kist werd bedekt met mimosa. Het meest opvallende aspect van zijn graf was een mozaïek van een feniks, bestaande uit strandkeitjes en gemaakt door een eenvoudige lokale boer met wie de schrijver bevriend was.

Na de dood van Lorenzo -Frieda’s koosnaam voor haar man- bracht zij de meeste tijd door op hun ranch in New Mexico en vijf jaar na zijn dood gaf zij de opdracht haar tweede man op te graven, in Marseille te laten cremeren en de asresten over te brengen, waar hij sindsdien officieel rust in een kapel nabij Taos, New Mexico. Maar er gaan donkere geruchten : de man die deze taak moest uitvoeren was Angelo Ravagli, Frieda’s minnaar / derde echtgenoot. Hij zou de asresten van D.H. Lawrence weggegooid hebben en er werd een lege urne naar New York gestuurd die er na aankomst gevuld werd met asresten van een onbekende. De ranch is nu -Frieda overleed in 1956, 77 jaar oud- eigendom van de universiteit van New Mexico.

De feniks van Vence werd in 1957 overgebracht naar Groot- Brittannië, recent grondig gerestaureerd en sinds 11 september 2009 (de geboortedatum van de schrijver) te zien in het D.H. Lawrence Birthplace Museum in Eastwood, Nottinghamshire. Zij waren zo vriendelijk deze foto te bezorgen, waarvoor dank.

Om te eindigen nog een geheimzinnig aspect : op het familiegraf in zijn geboorteplaats vermeld een inscriptie dat D.H. Lawrence hier begraven ligt bij zijn ouders en zijn broer. Fout maar wel een beetje vreemd.

Conclusie : naar het graf van D.H. Lawrence kan men zoeken en blijven zoeken.

Tekst en foto : Tante kato