Nieuwsbrief Nr. 54 - maart 2010

Bezoek oud kerkhof Torhoutons lid Evy Van de Voorde maakte een verslag op.


Ons lid Evy Van de Voorde maakte een verslag van het bezoek aan het oud kerkhof van Torhout en aan het kerkhof van Snellegem. Ikzelf (Jacques Buermans) vulde hier en daar wat aan) = schuingedrukt.

Meer dan dertig inschrijvingen noopten onze An Hernalsteen tot het vorderen van een tweede gids. Slecht weer en enkele “last minute afzeggingen” zorgden ervoor dat er uiteindelijk 24 deelnemers waren. Goed nieuws voor de deelnemers die in twee groepen van 12 over de Torhoutse begraafplaats konden stappen minder goed nieuws voor Martin Demedts, onze penningmeester.

Het Oud Kerkhof in de Bruggestraat in Torhout bestaat zo'n 175 jaar. Deze begraafplaats werd in 1834 opgericht bij K.B. ter vervanging van het kerkhof gelegen in het stadscentrum. Het was al het derde kerkhof aangelegd in Torhout. Het eerste kerkhof lag uiteraard rond de kerk. In 1940, tijdens WO II, leed deze kerk onder een hevige brand, de kerk werd ook met bommen bestookt. Tijdens de opgravingen na de brand van 1940, ontdekte men er graven uit de 9de eeuw alsook de restanten van een Romaanse kapittelkerk uit de 11de eeuw.

Na de verordeningen van Jozef II in 1784 en Napoleon in 1804, richtte men in 1809 een tweede kerkhof (begraafplaats) op gelegen tegen de Ringlaan en de Noordlaan. Deze begraafplaats werd niet afgesloten, het vee graasde er en men kende er ook waterbeheersingsproblemen. Een ander kritiek punt was de verre ligging van het kerkgebouw.

In 1834, voor de aanleg van het Oud Kerkhof en het derde in Torhout, kocht men grond aan van de familie Maque. De weduwe van Pieter Maque was een belangrijk figuur voor de Torhoutse geschiedenis. Op het Oud Kerkhof lag ook een stuk ongewijde grond, wat later voor controverse zou zorgen tussen de deken en het stadsbestuur.

Toen er plaatsgebrek heerste op het Oud Kerkhof, legde men vanaf 1971 een vierde begraafplaats aan, gelegen bij het domein de Warande (Aartrijke).

Het Oud Kerkhof in de Bruggestraat is een mooi voorbeeld van een 19de-eeuwse begraafplaats met heel wat fraaie grafmonumenten. Deze begraafplaats vormt dan ook een weerspiegeling van de Torhoutse samenleving in de tweede helft van de 19de eeuw. Andere kenmerken van de 19de- eeuwse kerkhoven en begraafplaatsen zijn onder meer:

1) de standenmaatschappij: de graven aan de grote laan vormden uiteraard de betere plaatsen op het kerkhof, de percelen waren bijgevolg ook duurder in aankoop en voorbehouden voor de hogere stand

2) het landschappelijke aspect met een geometrische aanleg volgens het classicisme en de Franse tuinaanleg

3) de aanwezigheid van een calvarieberg
4) het romantische aspect: afsluiting door middel van hagen, treurwilgen, enz.
 

Bij een bezoek aan het Oud Kerkhof kan men 5 aspecten bendrukken:
1) de familiale geschiedenis of betekenis van de Torhoutse families
2) de meest voorkomende stijlen: neogotisch, classicisme en vooral eclecticisme

3) de aanwezige grafsymboliek
4) het grote aantal grafmonumenten van de hand van André Taeckens, een Torhouts beeldhouwer
5) de verloedering van het kerkhof
 

Het Torhoutse stadsbestuur zit uiteraard verveeld met de slechte toestand van het Oud Kerkhof en ook de ligging midden in het stadscentrum baart hun zorgen. Gezien Torhout een onderwijsstad is, wil men er een parkeerplaats aanleggen. De erfgoedraad ijvert er natuurlijk voor om het Oud Kerkhof te behouden, heel wat grafmonumenten zijn ondertussen al geïnvetariseerd. Er zijn nog twee grafkapellen aanwezig op deze begraafplaats. Het Oud Kerkhof is nu gesloten voor gebruik, er wordt dus niet meer bijgezet.

Gestart werd er bij de grafkapel voor de familie Laplace. Eén van de meest opvallende grafmonumenten is dat van de familie Beuselinck, een voorname en intelligente familie. De eerste schepen in Torhout kwam trouwens uit deze familie. Het grafteken is één van de 60 creaties die gesigneerd zijn door André Taeckens, een lokale kunstenaar en steenhouwer/beeldhouwer. Ook de medaillons en friezen zijn van zijn hand. Taeckens studeerde onder andere aan Sint-Lucas in Gent en aan de Academie voor Schone Kunsten. In 1938 werd hij gehuldigd als ereburger van de stad Torhout.

Het graf van de familie Maertens toont heel wat grafsymboliek: zoals een ster (alchemisten), de gevleugelde zandloper met vleermuisvleugels, een gesluierd kruis bovenaan, klimop, een immortellenkrans. De familie Maertens, in oorsprong een katholieke familie vestigde zich in Torhout. Jan Maerten was dokter-arts, maar in Torhout was er al een andere dokter die goed overeenkwam met de pastoor, die voor hem reclame maakte. Daardoor werd Jan Maertens anti-katholiek. Zijn zoon, Gustave, werd eveneens dokter en nam de praktijk van zijn vader over. Hij promootte ook het Willemfonds. De familie Cafmeyer was een heel kunstzinnige familie, Guido was regisseur en Maaike is een gekende actrice. Uit deze familie stamde ook de laatste beiaardier van Torhout. 

Op het graf De Cock troffen we een heleboel symboliek aan en bij het graf Missine zagen we opnieuw een werk van Taeckens. Het arduinen grafteken met het beeld van een biddende figuur met het hoofd naar beneden, is een werk van Taeckens. Het graf behoort toe aan de familie Fiems.

Eén bepaald grafmonument, gelegen op de hoek van de hoofdlaan, valt op door zijn grafsymboliek. Op het graf van de familie Charles Gryfferoy, een smedenfamilie, ziet men onder andere de weegschaal van de gerechtigheid en de passiewerktuigen van Christus.

Priester Vermeersch zijn graf werd gevolgd door dit voor de familie De Brabandere en Meersseman.

Verschillende brouwers kregen hier hun laatste rustplaats: Bekaert en Fraeys. Het graf van socialist Maurice Boussy (1901-1971) vertoont geen christelijke symboliek, maar wel de vlam van de humanisten. Rond dit graf was er al heel wat te doen, zoals de discussie of hij in gewijde grond mocht begraven worden of niet.

 

In de buurt van het kinderkerkhof, vindt men de graven van de kloosterzusters van het hospitaal OLV-Middelares en van de zusters van de H. Vincentius. Er is ook een militair ereperkje voor de oorlogsslachtoffers. Bij de calvarieberg vinden we de priestergraven afkomstig van het vorige geruimde kerkhof. Aan de achterzijde van de calvarie is er een toegangspoortje voorzien voor de koelruimte voor de stoffelijke overschotten van de overledenen.

Tevreden keerde de groep de begraafplaats van Torhout de rug toe. Dan werd het tijd om in stoet naar de koffietafel in ’t Oosthof te Snellegem te trekken. We schrokken even toen Marcel Desmedt, die samen met Lieve Huybrechts ervoor gezorgd had dat alles op wieltjes liep – mijn dank daarvoor, ons opriep voor een gebed voor de maaltijd. “Ketters”, zoals ondergetekende, vreesden het ergste. Maar Marcel had een ludiek gebed voorbereid en lachend genoten we van de spijzen en de dranken.

Na de deugddoende maaltijd met taart vergezelde de groep Marcel die ons vergaste op een korte rondleiding rond “zijn” kerkhof: Snellegem.

BEZOEK KERKHOF SNELLEGEM

Het neogotische kerkje in het dorpscentrum van Snellegem is omgeven door een klein kerkhof. Men vindt er geen echte lanen, want iedereen wou langs de straatzijde begraven worden, daar vindt men dan ook de grootste graven. In 1890 brak men de grotendeels Romaanse kerk af, daarbij werden spijtig genoeg ook tal van grafzerken vernield. Bij opgravingen vond men nog sporen terug van de eerste houten kerk uit de 8ste eeuw, dit was vermoedelijk de kern van het christelijke dorpje. Bij de bouw van de nieuwe en huidige kerk, werden tal van graven geruimd. Van de oude kerktoren of vieringtoren, opgetrokken in oude veldstenen, ziet men nog restanten. De huidige kerk werd naar het westen georiënteerd, de ingang van de oude kerk bevond zich aan de andere zijde. De nieuwe kerk werd gebouwd en betaald door de pastoors zelf. Het schip van de kerk werd gerestaureerd en zoveel mogelijk in de oorspronkelijke toestand hersteld. Het oorspronkelijke kerkhof zou omwald geweest zijn, erlangs liep namelijk ook een beek, de Lane.

De belangrijkste graven van de kerkmeesters vindt men uiteraard in het kerkgebouw zelf. De oorspronkelijke altaarsteen van bij de afbraak in 1890, is hier nog aanwezig. In plaats van een kruisweg of staatsieweg binnenin de kerk, schilderde men enkele sobere kruisjes op de kerkmuur. Op dit kerkhof vindt men nog enkele ijzeren grafkruisjes, alsook enkele grafornamenten of naamplaten in marbriet, wat uitzonderlijk is in deze omgeving.

Op dit kerkhof vindt men geen soldatengraven. Veel soldaten sneuvelden aan de Ijzer, ofwel werd hun stoffelijk overschot niet teruggevonden, ofwel werden ze “Bachten de Kupe” begraven. Rechts van het voorportaal van de kerk vindt men een gedenkplaat voor deze gesneuvelden. Sommige namen vindt men ook terug in Jabbeke en in Zerkegem. Leopold Becu kreeg een kopij van de IJzertoren op zijn graf. Wat verder de familie Sanders die niet minder dan drie paters in haar rangen had.

Iedereen hing aan de lippen van Marcel. Het grootste graf was dit voor de familie Gilles de Pelichy.

Vlak tegen de kerk lag pastoor Van Halmen.

Een laatste blik was voor de laatste rustplaats van de familie Verstraete overleden in gevangenschap.

Het heidens kerkhof of het gedeelte met de ongewijde grond, zou zich achteraan het kerkhof bevonden hebben. Nu zijn deze graven geruimd en vindt men er vier gedenkplaten met namen op vermeld. Ook het kinderkerkhof is volledig verdwenen. Op dit kerkhof vinden wel nog bijzettingen plaats, maar worden geen nieuwe graven meer geplaatst.

En dan begaven we ons terug naar ’t Oosthof voor de algemene vergadering waar An Hernalsteen verslag van uitbrengt.
 

Tekst : Evy Van de Voorde
Foto’s: Jacques Buermans, René Mertens, Ria Vaes en Evy Van de Voorde