Nieuwsbrief Nr. 52 - november 2009

AllerzielenNaar jaarlijkse gewoonte stuurt ons lid Louis Van Dyck ons rond 1 november een “gedachte”.


Naar jaarlijkse gewoonte stuurt ons lid Louis Van Dyck ons rond 1 november een “gedachte”:

Meerdere keren schreef ik op rouwkaartjes: “elke mens rouwt anders, daardoor is het zo moeilijk rouwenden nabij te zijn”.

Inderdaad de één wilt er niet over spreken, terwijl de ander er niet kan over zwijgen en daarom op zoek moet naar een meevoelend klankbord.

De dame op de foto ligt, overmand door verdriet, vol-uitgestrekt voor een grafsteen. Ondergronds liggen er hier velen, bovengronds maar één. Dichterbij kan niet meer. Wat ze zegt of wat ze denkt zullen we nooit weten. Als ’t ware één met de dode, verschreidt ze haar verdriet. Indruk maakt het zeker! Er is een verschil in rouwen om een bejaard persoon of om iemand die in de jonge jaren tevelde sneuvelde.

’t Is hartje zomer als ik per fiets rondtoer in de frontstreek en een reeks “soldatenkerkhoven” bezoek. Ik lees er ergens het prachtige gedicht over de klaprozen. De door granaten omgeploegde slagvelden kleurden rood door de vele klaprozen die er opschoten. De link met het “gesneuvelde bloed” was vlug gemaakt. De klaprozen werden symbool van de oud-strijders in Engeland. Ook in Ieper herdenkt met die doden met papavers. Zoveel talenten, door jaren van studie en lessen ontwikkeld, liggen verscholen in deze graven. De nakomelingen herbeginnen weer geheel vooraan met de letter a en het cijfer 1. De dood is zeer onekonomisch. Al verliepen er inmiddels vele jaren, nog steeds ondernemen familieleden een heuse reis om even bij het graf van “hun soldaat” te kunnen vertoeven.

Tijdens het leven bedelen bepaalde mensen doorlopend om bezoek; ze willen dat zelfs doortrekken tot bij hun graf.

Een dame bedacht het volgende scenario: zij zou bij testament vastleggen dat, na crematie, de as van haar lichaam moet worden verstrooid op de parkeerplaats van de supermarkt Aldi. “Dan ben ik zeker dat mijn kinderen wekelijks langskomen!”

De eeuwige rust … wie denkt er wel eens aan?

’t Is het moment want ’t is weer ... Allerzielen.

Louis