Nieuwsbrief Nr. 50 - juli 2009

VughtNederland


Tijdens  een  winkeltocht in  Nederland passeerde ik toevallig  de  gemeente Vught.  Uit  mijn historische opvoeding herinnerde  ik me dat daar  destijds een  concentratiekamp of zoiets geweest  was. Het zonnetje scheen, een ideaal  moment om daar  een bezoekje  aan  te brengen. Uiteraard heeft  het museum een sluitingsdag, nu net  uitgerekend de dag dat  ik voor de deur stond. Gelukkig  waren   er  nog authentieke  overblijfselen die  je  zo  kon  bezichtigen. Een wegwijzer  wees de weg naar  de plaats waar  ettelijke mensen gefusilleerd werden. Een  fikse wandeling door  het  bos en de heide.  Dit is nu  nog steeds deel  van het  militaire domein. Je mag  er  wandelen, mits je rekening houdt dat  er  af  en  toe  eens  een  militaire kolonne op oefening kan  voorbijkomen. De  kennis van  de  fusilleringen zette wel  een  domper op  de omgeving: zon, natuur, gezellig.
 
Uiteindelijk kom je op een open plaats. Daar werden de mensen neergeschoten. Nu ligt er een asfaltwegje, staat er een groot  monument en een groot houten kruis. Het houten kruis  stond er het  eerst,  als eerbetoon voor de gefusilleerden. In 1979 was het nog verboden bloemen of dergelijke achter te laten.  Er is gelukkig veel veranderd.
De eerste gevangenen werden gefusilleerd in juni  1944.  Op 16 september vallen  de  laatste slachtoffers, vlak  na  de  ontruiming van het concentratiekamp Vught  en  de  komst  van  de geallieerden. Van 329  mensen is zeker  geweten dat  zij hier  het  leven  lieten.  Hun lichamen werden naar  het  concentratiekamp gevoerd  en daar  gecremeerd. Vlak na de oorlog  richtten de Vughtenaren Henk  van  der Pas  en Piet  van Laarhoven een  groot  houten kruis  op bij de fusilladeplaats.  Kort   daarna  werd   er  een   gedenkwand  in  Franse natuursteen  voor   de kogelvanger geplaatst, ontworpen door  de  Bussemse architect J.F. van  Herwerden. Op  20 december  1947 onthulde  prinses  Juliana  het   monument.  Dit  bevat   de  namen  van   de gevangenen die hier  zijn gefusilleerd. Het  houten kruis kreeg  een plaats op de heuvel  achter de gedenkwand. Vanaf de fusilladeplaats loop je op ongeveer twintig  minuten naar  Nationaal Monument Kamp Vught.
 
De terugweg is gelukkig  ook goed aangegeven. Wie de moeite doet  om achter het museum te piepen, kan de wachttorens, de pinnekesdraad, de grachten en nog enkele  bewaarde kampgebouwen zien. De rest is verdwenen, en is nu een jeugdgevangenis.
Het herinneringscentrum is dagelijks open, behalve  op maandag.
 
Johan Moeys, ook alle foto's