Nieuwsbrief Nr. 50 - juli 2009

Oude BegrafenisgebruikenUit Wolfsdonk


Meer  dan  welke andere levensfase ook, kende  het  sterven in Wolfsdonk zijn eigen  typische volksgebruiken en  tradities. Als er een lijk in huis  was,  werd  het  spek  uit  de open  schouw gehaald en bij de buren ondergebracht. De morgen na  het  overlijden gingen  de meisjes de weg  om:  zij trokken al biddend van  Wolfsdonk naar  Testelt  en hielden aan  de kapellekens onderweg stil om te bidden. Zolang de dode boven  d’aarde lag, kwamen de buren elke avond ook  de  rozenkrans  bidden.  Schrikaanjagende gebeden zorgden er dan voor dat  angst  en eerbied voor de onverbiddelijke Rechter door  de stampvolle woonkamer trilde. Na het gebed ging  men  de dode  groeten in de  naastgelegen kamer, waar  slechts  een  schamel olielampje brandde.
 
De begrafenis vond  gewoonlijk plaats met  een mis om acht  uur.  Een  boerekar vervoerde de lijkkist,  die op stro  lag, een  typisch Kempische gewoonte. De begrafenisstoet hield  bij ieder kapelletje of kruisweg eventjes halt:  de voerman legde er een strobusseltje of strowijp neer  en er werd in stilte  gezamenlijk een Onze-Vader gebeden. Het neerleggen van een busseltje stro was in deze  streek een eeuwenoud gebruik. In Wolfsdonk ging deze  volkstraditie pas  na de tweede  wereldoorlog teloor.  De strobusseltjes hadden een lengte van ongeveer 30 centimeter en een diameter van 5 centimeter. Voor een klein kind werd een kleiner busseltje gebruikt.
 
Een drietal weken na de begrafenis vond de uitvaart plaats. Welstellende lieden  lieten  dan na de  dienst aan  de  armen en  kinderen van het  dorp  koeken  en  soms  ook  wel eens  broden uitdelen: eens  te  meer  een  duidelijk voorbeeld van  de  nauwe  verbondheid die  er eertijds onder mensen van het dorp heerste.
 
(Bron:Wolfsdonk Weleer… door André Peeters)
 
Ons lid Johan Moeys bezorgde ons dit artikel, waarvoor dank.