Nieuwsbrief Nr. 50 - juli 2009

Budapest en zijn begraafplaatsenWanneer Buermans eens een offday kent


Als het eenmaal verkeert loopt … Murphy en zijn wet weet je?

Zoals  een  groot  deel  van  jullie  weten  maak  ik  regelmatig trips  met  mijn  Haremm (Heer Alleen  Reist  Enkel  Met  Meisjes).  Nu stond een  vijfdaagse Budapest op  het  programma en besloten werd  om een  volledige  dag uit  te trekken om al dat  funeraire moois  te ontdekken. Thuis  had  ik reeds  een Duits  boekje  met  een drietal rondleidingen op evenveel  dodenakkers vertaald, de plannetjes gekopieerd en opgezocht hoe er te geraken. Dus die woensdag stapten Ria, Rina  en ikzelf (het  funeraire luik van de Haremm) blijgezind op weg met  de bedoeling drie begraafplaatsen met  evenveel  Joodse afdelingen met  een bezoek te vereren. We kochten een  dagticket voor  het  openbaar vervoer.  Prachtig idee  zo zou  later  blijken.  Vooraf  werd nogmaals uitgekiend hoe  we van  de ene  begraafplaats naar  de andere konden geraken. We starten  bij   het   Farkasreter   Temeto  op   het   grondgebied  van   Buda.   Een   rommelige begraafplaats  echt  chaotisch.  Er  kwam  dan   nog  bij  dat  de  auteur van  het  boekje   over dodenakkers van Budapest blijkbaar … een  kangoeroe moest  geweest  zijn. Hij wipte  van de ene zijde van de begraafplaats naar  de andere zijde van Farkasreter. Ben ik nu fout als ik het volgende  verwacht? Een rondgang start aan  de ingang,  doet  de belangrijke grafmonumenten aan  en eindigt bij het startpunt. Niets  van dit alles. Blijkbaar een Hongaarse kwaal want  ook in een  aantal van de reisgidsen werd  ook maar  van de hak op de tak  gesprongen. Toch nog enkele    beelden   geschoten  zoals   een   beeld    voor   dirigent  Karoly  Guyrkoczy,   mooie monumenten zoals Corita, Richard, Panczel Mihaly, een  amfoor op het  graf  van  schrijver Gabor Devecseri. Ook zagen we een recente bijzetting en een typisch  Hongaars grafteken.
   
De  bekendste  bewoners  van   Farkasreter  vonden  we  op  het   eind   van   onze   rondgang. Componist en musicoloog Zoltan Kodaly, dirigent Gyorgy Solti  en componist Bela Bartok werden door ons met een bezoek vereerd.
De naastgelegen Israëlitische begraafplaats zag er  volgens  een  aantal foto’s uit  het  boekje prachtig uit. Het bijhorend plan zou ons de weg wel tonen. Vreemd  want op één afbeelding na bleek niets  van al dat moois  hier te vinden. Rina trok  haar  stoute schoenen aan en vroeg aan de uiterste vriendelijke bewaarder waar deze juweeltjes van funeraire kunst te vinden waren.  Uit wat Rina  kon  opmaken, want  naast Hongaars spreekt de meerderheid hier  geen  enkele andere taal, bleek … dat het foto’s waren  van een andere Joodse begraafplaats van Budapest. Twee foto’s bleek  hier  de magere oogst.  Er werd  nog  eens  goed  om  gelachen: iedereen kan zich wel eens vergissen, ook Buermans.
Dan  maar  naar  begraafplaats drie  en vier:  Rakoskereszturer Temeto, let op de schrijfwijze. Thuis  had  ik al opgezocht en uit een vorig bezoek herinnerde ik mij nog dat de begraafplaats vlakbij  een  tramlijn lag.  Die  thuisinformatie leverde  op  dat  “Rakosk.  Temeto”,   zoals  het afgekort werd,  te bereiken was via tramlijn 28. Toch even in het hotel  gecheckt  en, geluk dat ik had  (?),  de man  achter de balie  woonde  vlakbij  de begraafplaats. Hij noteerde voor  mij “Rakosp.  Temeto”,  aandachtig lezer  zoek  het  verschil,  te  bereiken via een  tram die  in  de omgeving stopte  waarna  enkele  straten te  voet  dienden afgelegd  te  worden. Vreemd,   zo herinnerde ik het  mij niet.  Zekerheid is  de  moeder van  de  funeraire porseleinwinkel dus vooraleer op stap  te gaan informeerde ik eens in het metrostation vlakbij het hotel:  u geraakt er  makkelijkst met  bus  196.  Keuze  te  over  dus.  “Wie van  de  drie”  en  we opteerden voor keuzemogelijkheid drie.  Aangekomen, plan  bovengehaald en wat stelde  Ria vast …het klopte van  geen  kanten. Wij  naar   het informatiebureel.  Drie  dames  keken   ons  aan   omdat  ze blijkbaar voor  het  eerst  van  hun  leven  drie  toeristen op hun  dodenakker zagen.  De cheffin werd  er bij gehaald en wat bleek,  juist,  we stonden op Rakospalotai Temeto in plaats van op Rakoskereszturer Temeto. Beide  begraafplaatsen liggen  dan  nog eens  zo verder uit  mekaar (wij  bevonden ons links  bovenaan op  de  kaart van Budapest en  we moesten naar  rechts onderaan – de begraafplaats stond zelfs niet meer  op de kaart). De vriendelijk cheffin loodste ons, met  de  hulp  van  de  drie  dames, feilloos,  (eerst met  de  bus,  dan  met  de  tram om  te eindigen met  een volgende  tram) naar Rakoskereszturer Temeto. Weer hetzelfde liedje:  onze kangoeroe slaagde  er niet in om een degelijke  route uit te stippelen. Deze begraafplaats is dan ook immens groot  en de voornaamste trekpleister, het graf voor Imre  Nagy terechtgesteld na de Hongaarse revolutie van 1956 en slechts  in 1989 hier  herbegraven, bevindt zich helemaal achteraan de  begraafplaats. Twee  kilometer stappen vonden we van  het  goede  te  veel dus lieten  we de  man  liggen  en  schoten enkele  beelden vlakbij  de  ingang  van  Koté  Bela, een zigeunerkoning, een  grafmonument voor  Hongaarse soldaten en het  graf  van  Endre Thek, een   meubel-  en   klavierfabrikant.  We besloten  maar   om   een   kijkje   te   nemen  op   de Israëlitische begraafplaats, die met  de prachtige beelden weet u nog? Hier  was het weer een hele opgave om iemand te vinden die ons kon vertellen of het Joodse gedeelte in de linkse  of de rechtse richting van Rakoskereszturer Temeto lag. Het  werd  uiteindelijk naar  rechts. Na enkele    honderden   meter  eindigde  het  overwoekerde  paadje bij een  tramhalte.  Een enthousiaste kerel,  had  nog nooit  van zijn leven een toerist gezien,  maakte ons duidelijk dat we hier  op de tram dienden te wachten om,  na  één  halte,  de Israëlitische begraafplaats te bereiken. Volgens  ons  had  hier  in  jaren  geen  tram gereden maar  niks  daarvan, na  enkele minuten verscheen er  een.  We stapten af om  …  een  gesloten Joodse begraafplaats aan  te treffen. Zo ging het vlug. Reeds vijf begraafplaatsen bezocht  (?) nog twee te gaan.
We besloten om eerst  de Israëlitische begraafplaats van Kerepesi  te bezoeken. Goed gedacht want  we werden er verwelkomd door  een gigantische Duitse  herder, ook hier  werd  blijkbaar evolutie  gemaakt, die ons duidelijk maakte dat  we hier  niet  welkom  waren. Gelukkig  maakte de begraafplaats Kerepesi  veel goed.  Ordelijk, mooi  onderhouden. Gewapend met  enkel  het plan,  we hadden genoeg van de kangoeroewandelingen uit  het  gidsje,  zagen  we joekels  van grafmonumenten. Wat gedacht van het  mausoleum voor Lajos Batthyany, de eerste onafhankelijke minister-president in 1849, een ontwerp van Albert Schickedanz. Op perk  22 werden de  resten van de  in  Engeland overleden Mihaly Karolyu, president in  1918, een monument van Lajos Skoda, begraven.
Vrijheidsstrijders van  1848  – 1849  omringen het  mausoleum voor  Lajos Kossuth  (045RR), een ontwerp van architect Kalman Gerster. Mausoleum voor Ferenc Deak, de politicus die de “wijze van het vaderland” genoemd werd.
Wat te zeggen van het pantheon van de arbeidersbeweging?
Enkele  mooie  “onbekende”  beelden waaronder ook  een,  erbarmelijke slechte, kopie  van  de fameuze “engel van Staglieno”. Beeld voor de familie Deszo.
Een geopende oester met parel  voor Martinyi Pal. Een mooie engelfiguur voor Haltenberger. Prachtig beeld voor Sipocz.
Mahunka met een vrouwenfiguur. Kerepesi  is ook de laatste rustplaats van een aantal, min of meer,  bekende figuren. President Janos Kadar kreeg  een  centrale plaats toebedeeld. Op de hoek  van  perk  29  een  monument uit  Carraramarmer voor  de  romantische dichter Karoly Kisfaludy.
De familie  Gerbeaud van het gelijknamige koffiehuis ligt onder een groot  monument. Toneelspeelster Lujza Blaha, de  nachtegaal van de natie,  ligt  onder een  werk  van  Elemer Fulop.  Op het  eind  van  onze  rondgang vonden we de  arcaden met  onder meer  een  mooie koepel in mozaïek  en een prachtig beeld op het graf Kilian. Nog een blik op twee, of waren  het er drie (?), marmeren beelden?
    
Moe maar  voldaan keerden we terug  naar  het  hotel.  We konden gelukkig  nog  goed  lachen met  al  de  “miserie”  die ons overkwam als  we  het  dan  toch  niet  kunnen waarmaken als “funerair” deskundige kunnen we altijd  nog solliciteren voor een functie van “deskundige van het openbaar vervoer  in Budapest”.
 
Jacques Buermans
Foto’s (RV) = Ria Vaes, (RR) = Rina Reniers, (JB) = Jacques Buermans